Short Reads

Afdeling bestuursrechtspraak laat de Utrechtse milieuzone in stand

Afdeling bestuursrechtspraak laat de Utrechtse milieuzone in stand

Afdeling bestuursrechtspraak laat de Utrechtse milieuzone in stand

07.03.2017 NL law

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (“college”) mocht voor de binnenstad van Utrecht een milieuzone instellen. Dit oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) in haar uitspraak van 8 februari 2017. In deze uitspraak waren de beroepen van de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (“SSLU”) en de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club (“KNAC”)  tegen het verkeersbesluit van het college aan de orde.

De milieuzone

De milieuzone leidt er toe dat het betreffende gebied verboden is voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren met een datum van eerste toelating op de weg van voor 1 januari 2001. Het college heeft de milieuzone ingesteld met het oog op milieubelangen, waaronder het belang van schone lucht. De milieuzone maakt onderdeel uit van een groter en samenhangend pakket aan maatregelen.

De partijen en de gronden

Zowel de SSLU als de KNAC zijn tegen de milieuzone opgekomen. De SSLU richt zich op het tegengaan van de luchtverontreiniging in Utrecht. KNAC is opgericht vanuit het plezier hebben in het autorijden en behartigt vanuit dat oogpunt de belangen van automobilisten in het algemeen en haar leden in het bijzonder.

Zoals de namen van beide partijen al doen vermoeden lopen de belangen van partijen niet gelijk. Toch zijn allebei tegen de ingestelde milieuzone. Volgens SSLU heeft de milieuzone een negatief effect op de luchtkwaliteit en KNAC is vanuit een principieel oogpunt tegen een milieuzone.

De beroepsgronden van partijen richten zich tegen de negatieve effecten van de milieuzone op de luchtkwaliteit (SSLU), de bevoegdheid van het college om de milieuzone in te stellen (KNAC) en de belangenafweging die het college bij het instellen daarvan heeft gemaakt (KNAC & SSLU). Op die laatste twee beroepsgronden gaan wij in dit blog in.

Overigens is ook het college opgekomen tegen de uitspraak in eerste aanleg, waarin het verkeersbesluit is vernietigd wegens een motiveringsgebrek en de rechtsgevolgen van het verkeersbesluit in stand zijn gelaten. Het incidenteel hoger beroep van het college slaagt niet. Dit beroep laten wij verder onbesproken.

De bevoegdheid tot het instellen van een milieuzone – regionaal of nationaal?

Volgens KNAC had de milieuzone op nationaal niveau vastgesteld moeten worden. Het college was volgens KNAC om die reden niet bevoegd om op regionaal niveau deze milieuzone in te stellen.

De Afdeling maakt met deze beroepsgrond korte metten. De Afdeling doet dat door te verwijzen naar de betreffende bepalingen uit de Wegenverkeerswet, op grond waarvan het college kan besluiten tot het ophangen van een verbodsbord, opschrift en onderbord, waarmee de milieuzone wordt geregeld.

De Afdeling gaat hiermee niet in op de impliciete beroep van KNAC op het gelijkheidsbeginsel; doordat een verkeersbesluit als het voorliggende op een regionaal niveau wordt genomen in plaats van op nationaal niveau, kunnen immers overal in Nederland van elkaar verschillende situaties ontstaan, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat.

Belangenafweging – discriminatie?

Daarnaast voeren SSLU en KNAC aan dat het college de milieuzone niet in redelijkheid heeft kunnen instellen. Volgens hen weegt het marginale effect van de maatregel, mocht daarvan al sprake zijn, niet op tegen de nadelen van de maatregelen.

Hier doet KNAC weer een impliciet beroep op het gelijkheidsbeginsel. Uit de uitspraak van de Afdeling blijkt namelijk dat KNAC heeft aangevoerd dat de milieuzone leidt tot discriminatie.

Volgens de Afdeling leidt de enkele stelling dat de milieuzone een discriminerende werking heeft er echter niet toe dat het college de milieuzone niet in redelijkheid heeft kunnen instellen. Het impliciete beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.

388 verschillende milieuzones in Nederland?

Op grond van deze uitspraak kunnen in iedere gemeente van Nederland andersluidende milieuzones worden ingesteld. Dat is ook wat er in de praktijk gebeurt: waar in Utrecht enkel de personen- en bestelauto’s die op diesel rijden met een datum van eerste toelating op de weg van voor 1 januari 2001 worden geweerd, mogen sinds 1 januari 2016 in Rotterdam daarnaast ook de personen- en bestelauto’s die op benzine of LPG rijden met een datum van eerste toelating op de weg van voor 1 juli 1992 de milieuzone niet in. Ook Amsterdam kent vanaf 1 januari 2017 een milieuzone: bestelauto’s met een dieselmotor met een datum van eerste toelating op de weg van voor 1 januari 2000 mogen een milieuzone niet in.

De verschillende milieuzones, in verschillende steden, leveren uiteraard verwarring bij chauffeurs op. Belangrijker is dat deze onderlinge verschillen in strijd kunnen zijn met het gelijkheidsbeginsel. Op deze manier worden gelijke gevallen, in dit geval personen- en bestelauto’s, op ongelijke wijze behandeld. Zij mogen immers de ene (milieu)zone wel betreden en de andere niet. Deze ongelijke behandeling van gelijke gevallen moet kunnen worden gerechtvaardigd en daartoe in elk geval goed worden onderbouwd.

Wij vragen ons af of het partijen in deze zaak zou hebben geholpen om een expliciet beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel. Wellicht had dat geleid tot een meer kritische toets van de Afdeling aan het gelijkheidsbeginsel, en daarmee mogelijk tot een andere uitkomst van het hoger beroep.

Tom Barkhuysen schreef eerder een Vooraf in het NJB over de verhouding tussen centraal en decentraal waarin nader wordt ingegaan op de nadelen van uiteenlopende gemeentelijke regelingen op diverse terreinen hoe dat juridisch in te kaderen.

Team

Related news

20.06.2018 NL law
Op weg naar één Europese spoorwegruimte: de aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan het Europese recht

Articles - Het zogenaamde 'Vierde Spoorwegpakket' zal belangrijke gevolgen hebben voor de Europese spoorwegruimte. De Nederlandse regering maakt goede vaart met de aanpassing van het nationale recht aan de eisen die uit het Vierde Spoorwegpakket voortvloeien. Inmiddels is een daartoe strekkend wetsvoorstel aanhangig bij de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft eind vorige maand het verslag van haar bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel uitgebracht.

Read more

20.06.2018 BE law
Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Articles - Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's. Een stand van zaken.

Read more

20.06.2018 NL law
Naar een volwaardig recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces onder het EVRM?

Articles - Het recht op een toegang tot de rechter en een eerlijk proces van artikel 6 EVRM is één van de hoekstenen van dit verdrag. Naast strafzaken en zaken over bestuurlijke boetes vallen de meeste andere geschillen onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Dit omdat er volgens de autonome Straatsburgse uitleg al snel sprake is van een geschil over de vaststelling van ‘civil rights and obligations’ als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Read more

13.06.2018 NL law
B&W zijn niet bevoegd om een ontwerp verklaring van geen bedenkingen op te stellen in het kader van een projectomgevingsvergunning

Articles - De gemeenteraad is bevoegd tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) in het kader van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 aanhef sub a en onder 3 Wabo (de projectomgevingsvergunning). Hoewel de bevoegdheid tot verlening van een dergelijke vergunning berust bij het college van burgemeester en wethouders, is het college niet bevoegd een ontwerpbesluit voor de vvgb voor te bereiden en ter inzage te leggen. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 mei 2018.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring