Short Reads

Herzieningsperioden in de BTW: binnenkort ook voor 'kostbare diensten'

Herzieningsperioden in de BTW: binnenkort ook voor 'kostbare diensten'

Herzieningsperioden in de BTW: binnenkort ook voor 'kostbare diensten'

07.06.2017 NL law

Op 18 mei jongstleden heeft het ministerie van Financiën een internetconsultatie geopend om de herzieningsregeling in de Wet op de omzetbelasting 1969 ("BTW") per 1 januari 2018 uit te breiden. Als gevolg van deze wijziging gaat de herzieningsregeling ook gelden voor 'kostbare diensten'.

Bij 'kostbare diensten' kan bijvoorbeeld worden gedacht aan substantiële bedrijfsinvesteringen van een ondernemer in verbouwingswerkzaamheden aan zijn bedrijfsvastgoed, of in de verbetering van zijn ict-systeem. Voor de praktijk, en dan met name de vastgoedsector, zullen de gevolgen aanzienlijk zijn.

De huidige herzieningsregeling is van toepassing op bedrijfsinvesteringen in investeringsgoederen. Investeringsgoederen zijn onroerende- en roerende zaken waarop wordt (of kan worden) afgeschreven voor de toepassing van de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Voor onroerende zaken is de termijn voor herziening 10 jaar. Voor roerende zaken is dat 5 jaar. Als binnen die termijn het gebruik van het investeringsgoed wijzigt, dient herziening van de aftrek plaats te vinden.

Met het voorstel worden bedrijfsinvesteringen in 'kostbare diensten' waarop wordt (of kan worden) afgeschreven voor de toepassing van de inkomsten- en vennootschapsbelasting eveneens binnen de reikwijdte van de herzieningsregeling gebracht. Bedrijfsinvesteringen in 'kostbare diensten' die betrekking hebben op onroerende zaken zullen (net als het investeringsgoed zelf) 10 jaar worden gevolgd. Voor bedrijfsinvesteringen in 'kostbare diensten' ter zake van roerende zaken is dat 5 jaar.

Deze aanpassing van de herzieningsregeling is volgens het ministerie van Financiën nodig, omdat (i) daarmee de onevenwichtige behandeling van bedrijfsinvesteringen in 'kostbare diensten' en investeringsgoederen wordt weggenomen en (ii) omdat daarmee de 'fiscale planning' voor bedrijfsinvesteringen in 'kostbare diensten' wordt beperkt. Fiscale planning bij bedrijfsinvesteringen in 'kostbare diensten' kan plaatsvinden door de 'kostbare dienst' uitsluitend in het eerste jaar van ingebruikname voor BTW belaste doeleinden te gebruiken om het direct daarna voor BTW vrijgestelde doeleinden te gebruiken. Onder de huidige BTW regels is de vooraftrek van bedrijfsinvesteringen in 'kostbare diensten' immers definitief na het eerste jaar van eerste ingebruikname. Het voorstel borduurt enerzijds voort op een wetsvoorstel dat in 2005 al is ingediend over dit onderwerp en anderzijds op jurisprudentie van het Europese Hof over herziening van BTW bij kostbare diensten (HvJ 19 juli 2012, VOF X, C-334/10 ).

De gevolgen van deze wijziging lijken voor de praktijk aanzienlijk te zijn. De administratieve last voor belastingplichtigen neemt toe. Zij zullen immers genoodzaakt zij om de (verschillende) herzieningstermijnen op 'kostbare diensten' te administreren. Dat zal een aanpassing van huidige BTW administraties noodzakelijk maken.

Daarnaast zal met name de vastgoedsector zich bij bepaalde transacties geconfronteerd zien met nieuwe complicaties. Daarbij kan worden gedacht aan de koper van verhuurd vastgoed die, als gevolg van de overdracht, de BTW positie van de verkoper ter zake van het verhuurde vastgoed overneemt. Door de wetswijziging kan deze koper worden geconfronteerd met een terugbetalingsverplichting ter zake van de BTW die door de verkoper bij 'kostbare diensten' (e.g. ingrijpende verbouwingswerkzaamheden) aan het verhuurde vastgoed in aftrek is gebracht. Onder de huidige regels zou dit alleen gelden voor BTW die door de verkoper in aftrek is gebracht bij zijn investering in de verkrijging van het vastgoed. Zolang de (verschillende) herzieningstermijn(en) lopen, dient de koper jaarlijks na te gaan of er, als gevolg van gewijzigd gebruik, een terugbetalingsverplichting op hem rust. Ook kan deze wetswijziging betekenen dat partijen eerder dan nu het geval is zullen opteren voor een BTW belaste levering van vastgoed om herziening van BTW ter zake van de kostbare diensten te voorkomen.

De voorgestelde wijziging voorziet niet in overgangsrecht. Het lijkt er dus op dat ondernemers ook kunnen worden geconfronteerd met herziening van aftrek ter zake van bedrijfsinvesteringen in 'kostbare diensten' die zijn gedaan vóór 1 januari 2018. Dat zou voor investeringen in 'kostbare diensten' ter zake van onroerende zaken beteken dat herziening zou kunnen teruggaan tot 2009.

Tot 15 juni 2017 kan worden gereageerd op het consultatievoorstel (https://www.internetconsultatie.nl/kostbarediensten).

Team

Related news

02.07.2021 NL law
Stibbe Tax Webinar on Dutch classification rules – update on Dutch FGR’s

Short Reads - On 1 July 2021, the Dutch state secretary of Finance issued a letter in which he indicated that the proposed amendments to the Dutch fund for joint account will no longer be part of the legislative proposal on the Dutch classification rules. In this blog we zoom in on the draft bill to amend the Dutch classification rules for certain domestic and foreign legal entities and more specifically the potential impact on real estate funds.

Read more

25.06.2021 NL law
The response of the Dutch government to the G7 Tax initiative

Short Reads - On 14 June 2021, the Dutch State Secretary of Finance sent a letter to the Dutch Parliament setting out his view on (i) the political agreement reached by the G7 countries on global tax reform and (ii) the next meeting of the OECD/G20 Inclusive Framework on BEPS (“Inclusive Framework”) in which a similar agreement should be reached within a wider group of countries.

Read more

27.07.2021 NL law
Tax Controversy: Update July 2021

Short Reads - This Tax Alert addresses certain recent developments concerning procedural tax law in the Netherlands. We will discuss some interesting developments with regard to the (revised) Dutch tax ruling practice as per 1 July 2019 and the Tax Ruling Annual Report 2020. We will also discuss recent developments in case law regarding the abuse of law concept (fraus legis), and the possibilities to issue a fine to a taxpayer. Finally, we will also make some comments with regard to DAC6.

Read more