Short Reads

Nieuwe loot aan de WNT-stam: de Evaluatiewet WNT (1 juli 2017)

Nieuwe loot aan de WNT-stam: de Evaluatiewet WNT (1 juli 2017)

Nieuwe loot aan de WNT-stam: de Evaluatiewet WNT (1 juli 2017)

06.07.2017 NL law

Op 1 juli 2017 is de Wet Normering Topinkomens gewijzigd met de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT. Deze wet treedt in werking deels met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 (of zelfs 2015 resp. 2013) en deels pas op 1 januari 2018. De Evaluatiewet kent dan ook een ingewikkelde bekendmakingsregeling. Hierna wordt toegelicht wanneer de belangrijkste wijzigingen in werking treden.

Introductie

De WNT is op 1 januari 2013 in werking getreden. In artikel 7.2 WNT was de verplichting opgenomen om de werking van deze wet na twee jaar te evalueren. Aan die verplichting is in 2015 uitvoering gegeven met het rapport ‘Evaluatie van de Wet Normering Topinkomens. Eindrapport wetsevaluatie 2013-2015’ als resultaat (Bijlage bij Kamerstukken II 2015/16, 34366, nr. 1). Dit rapport bevat onder meer een verbeteragenda, waaraan met de Evaluatiewet WNT uitvoering is gegeven.

De Evaluatiewet WNT is gepubliceerd in het Stb. 2017, 151. Het besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT is gepubliceerd in het Stb. 2017, 239.

De belangrijkste wijzigingen met de Evaluatiewet WNT

De belangrijkste wijzigingen die met de Evaluatiewet in de WNT zijn doorgevoerd, vermelden wij hierna puntsgewijs (het biedt dus geen totaaloverzicht van alle wijzigingen). Daarbij vermelden wij ook de datum van inwerkingtreding van die wijziging. Kort en goed treden de meeste bepalingen die belastend zijn voor de WNT-plichtige instellingen en topfunctionarissen in werking op 1 januari 2018. De bepalingen die beogen de lasten te verlichten of het bezoldigingsregime te verruimen, treden in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 of zelfs eerder tot 1 januari 2015 of 1 januari 2013. Een laatste deel van de wet is op 1 juli 2017 in werking getreden.

  • Het begrip 'topfunctionaris' wordt uitgebreid tot diegene die de functie van topfunctionaris voor een periode langer dan twaalf maanden heeft vervuld en in de situatie dat deze 'gewezen topfunctionaris' daarna nog een dienstverband behoudt bij de WNT-plichtige instelling. Zijn bezoldiging blijft dan voor de duur van vier jaar door de WNT genormeerd (artikel 1.1 sub b en onder 6° WNT). "Het doel van deze bepaling is om te voorkomen dat topfunctionarissen zich, door zich anders te positioneren binnen de organisatie – bijvoorbeeld als adviseur – aan de normering van de WNT onttrekken", aldus de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2016/17, 34654, nr. 3, p. 21). Deze bepaling treedt op 1 januari 2018 in werking.
  • Versoepeld wordt de uitzondering dat ontslagvergoedingen die voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst buiten de normering van de WNT vallen. De eis van 'algemeen verbindendheid' komt te vervallen en ook afspraken die in het kader van andere met vakorganisaties afgesproken collectieve regelingen – denk aan een sociaal plan – zijn gemaakt, zijn onder de uitzondering gebracht (artikel 1.1 sub i WNT). Deze bepaling is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 in werking getreden. Zie ook het gewijzigde artikel 2.10 lid 3 WNT, dat eveneens op 1 januari 2017 in werking is getreden.
  • De bepaling inzake de gelieerde rechtspersoon sluit voortaan aan bij de uitleg die hieraan wordt gegeven in artikel 2:389 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Er wordt in artikel 1.3 lid 1 WNT voortaan gesproken van 'invloed van betekenis' in plaats van 'invloed'. Deze bepaling is op 1 juli 2017 in werking getreden.
  • De WNT benadrukt niet van toepassing te zijn op de medisch-specialist, zijnde tevens bestuurder, voor wat betreft de werkzaamheden die betrekking hebben op zijn of haar functie als specialist. De (vaak) deeltijd bestuursfunctie valt wel onder het bereik van de WNT (artikel 1.5a WNT). Deze bepaling treedt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 in werking.
  • De WNT bepaalt met ingang van 1 juli 2017 dat wanneer een onverschuldigde betaling niet tijdig is betaald, er dan wettelijke rente van minimaal 4% over het onverschuldigde bedrag dient te worden gerekend (artikel 1.6 lid 3 WNT). De betaling moet zijn gedaan "voor 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin de onverschuldigde betaling heeft plaatsgevonden." Wij menen dat het niet billijk is om deze bepaling inzake wettelijke rente te hanteren bij onverschuldigde betalingen van vóór 1 juli 2017. Immers, topfunctionarissen konden tot op heden niet weten dat hen wettelijke rente zou worden tegengeworpen. Op dit punt is niet voorzien in overgangsrecht.
  • Nieuw is de anticumulatiebepaling van artikel 1.6a WNT. De wetgever heeft het onmogelijk willen maken dat topfunctionarissen die bij meerdere, niet-gelieerde WNT-instellingen werkzaam zijn, meer dan eenmaal de WNT-bezoldiging kunnen verdienen. Deze bepaling treedt op 1 januari 2018 in werking.
  • Het bonusverbod is komen te vervallen (artikelen 2.11 en 3.8 WNT). De afschaffing van het bonusverbod is in werking getreden met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017. Het is sinds die datum dus toegestaan om een topfunctionaris een variabele beloning toe te kennen, mits de totale bezoldiging inclusief die variabele beloning onder de toepasselijke bezoldigingsnorm blijft.
  • De openbaarmakingsregeling van de WNT is verlicht voor verschillende categorieën instellingen. Artikelen 4.1 en 4.2 WNT zijn daarom geheel herzien en zijn op 1 juli 2017 in werking getreden.
  • Tot 1 juli 2017 was de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties alleen ten aanzien van paragrafen 2 en 3 WNT bevoegd een last onder dwangsom op te leggen. Deze reikwijdte is met ingang van 1 juli 2017 aangepast tot de gehele wet, dus bijvoorbeeld ook de openbaarmakingsregeling (artikel 5.4 WNT).

Overgangsrecht

Een nieuwe wet betekent ook nieuw overgangsrecht. Daarin voorziet artikel 7.3b WNT, voor wat betreft de uitbreiding van het topfunctionaris-begrip (eerste bullet in voorgaande opsomming). Die uitbreiding is niet van toepassing op "de functionaris met een dienstverband als topfunctionaris dat is aangegaan voor inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT." Deze bepaling kan nog wel vragen oproepen, omdat niet bij voorbaat duidelijk is wat onder 'aangegaan' moet worden verstaan.

Conclusie

Het voorgaande overzicht laat zien dat de WNT opnieuw op relevante onderdelen is gewijzigd en dat het bijbehorende bekendmakingsregime niet eenvoudig is. Hoewel met de Evaluatiewet WNT is beoogd de wet te verduidelijken en in de praktijk gebleken 'pijnpunten' op te lossen, vergt ook deze wet de nodigde aandacht bij toepassing ervan. De eerstvolgende wijziging van de WNT zal mogelijk de 'WNT III' zijn, waarmee is voorzien in uitbreiding van de normering tot alle functionarissen die bij WNT-plichtige instellingen werkzaam zijn. Of de WNT III er wel of niet komt, zal waarschijnlijk in de formatiebesprekingen aan de orde komen.

Team

Related news

20.06.2018 NL law
Op weg naar één Europese spoorwegruimte: de aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan het Europese recht

Articles - Het zogenaamde 'Vierde Spoorwegpakket' zal belangrijke gevolgen hebben voor de Europese spoorwegruimte. De Nederlandse regering maakt goede vaart met de aanpassing van het nationale recht aan de eisen die uit het Vierde Spoorwegpakket voortvloeien. Inmiddels is een daartoe strekkend wetsvoorstel aanhangig bij de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft eind vorige maand het verslag van haar bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel uitgebracht.

Read more

20.06.2018 BE law
Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Articles - Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's. Een stand van zaken.

Read more

20.06.2018 NL law
Naar een volwaardig recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces onder het EVRM?

Articles - Het recht op een toegang tot de rechter en een eerlijk proces van artikel 6 EVRM is één van de hoekstenen van dit verdrag. Naast strafzaken en zaken over bestuurlijke boetes vallen de meeste andere geschillen onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Dit omdat er volgens de autonome Straatsburgse uitleg al snel sprake is van een geschil over de vaststelling van ‘civil rights and obligations’ als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Read more

13.06.2018 NL law
B&W zijn niet bevoegd om een ontwerp verklaring van geen bedenkingen op te stellen in het kader van een projectomgevingsvergunning

Articles - De gemeenteraad is bevoegd tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) in het kader van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 aanhef sub a en onder 3 Wabo (de projectomgevingsvergunning). Hoewel de bevoegdheid tot verlening van een dergelijke vergunning berust bij het college van burgemeester en wethouders, is het college niet bevoegd een ontwerpbesluit voor de vvgb voor te bereiden en ter inzage te leggen. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 mei 2018.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring