Articles

Vlaanderen kiest voor meer integratie

Geïntegreerde ruimtelijke planning

Vlaanderen kiest voor meer integratie

09.01.2017 BE law

Op 1 februari 2017 integreert het Vlaamse Gewest de effectbeoordeling (waaronder ook het plan-MER) in het ruimtelijk planningsproces.

Doel: een beter onderbouwde besluitvorming én minder procedures achteraf.

Gevolgen: direct merkbaar voor elke herzonering.

Het Vlaamse omgevingsrecht wijzigt in februari 2017 grondig. Op 23 februari 2017 treedt de omgevingsvergunning, na lang wachten, in werking. De introductie van de omgevingsvergunning is niet de enige wijziging van het Vlaamse omgevingsrecht in februari 2017. Op 1 februari 2017 treedt immers het decreet van 1 juli 2016 in werking. Met dit decreet wil de Vlaamse decreetgever de effectbeoordelingen in het planningsproces integreren en inbouwen. De twee bestaande, afzonderlijke stappen (effectenbeoordeling, dan planningsproces) versmelten tot één procedure.

Maximale integratie

De integratie beoogt een vergelijkbare doelstelling als het (inmiddels opgeheven) Integratiespoorbesluit van 18 april 2008: de effectbeoordeling en het planningsproces samenvoegen. Dit betekent dat de effectbeoordeling pas afsluit als het planningsproces is beëindigd.

Het onderliggend doel is een beter onderbouwde besluitvorming, waarbij beter met de opmerkingen van het publiek rekening kan worden gehouden. Dit moet de kans op procedures verminderen.

De nieuwe integratieregeling gaat verder dan het Integratiespoorbesluit destijds ging. Er is voor een maximale integratie gekozen: alle “effectbeoordelingen” (plan-MER, passende beoordeling, ruimtelijke veiligheidsrapportage, MOBER, …) worden geïntegreerd.

De inhoudelijke regels over effectbeoordelingen wijzigen niet. Zo zal een plan-MER nog steeds door een MER-coördinator moeten worden gecoördineerd en door de dienst Mer worden goedgekeurd.

Enkele nieuwigheden in het geïntegreerde planningsproces

Het geïntegreerd planningsproces vernieuwt op een aantal aspecten de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan. De voornaamste wijzigingen zijn de volgende:

  • het "planteam": dit is een groep die bestaat uit ambtenaren van de initiatiefnemende overheid. Naar gelang het geval kan deze groep worden uitgebreid met leden van de dienst Mer, van andere overheden, MER-deskundigen, andere experten of lokale stakeholders. Het planteam staat in voor de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan en voor de continue kwaliteitsbeoordeling van de onderbouwende effectbeoordelingen;
  • de "startnota": vervangt de kennisgevingsnota en bevat een beschrijving en verduidelijking van de doelstellingen van het voorgenomen ruimtelijk uitvoeringsplan. De startnota motiveert de noodzaak van een MER en kan de onderzoeksmethode beschrijven;
  • de "procesnota": bevat een beschrijving van het volledige planningsproces. Het is een evolutief document dat als een soort verslaggeving van het planningsproces fungeert;
  • twee publieke raadplegingen (van telkens 60 dagen): een eerste in de startfase van het planningsproces over de opmaak van het plan en de noodzakelijke effectbeoordelingen en een tweede na de voorlopige vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan. Met twee openbare onderzoeken verhoogt het draagvlak voor een ruimtelijk uitvoeringsplan, zodat de kans op procedures vermindert;
  • de "proceslus": doordat het publiek kan inspreken op de inhoud van een ontwerp-effectbeoordeling, kunnen daar aanpassingen van het effectenonderzoek uit volgen. In het ruimtelijk uitvoeringsplan moet het planteam motiveren waarom een opmerking wel of niet tot een aanpassing van het onderzoek leidt en of nieuw openbaar onderzoek bij aanpassing van het effectenonderzoek noodzakelijk is. Wanneer de aanpassing van het effectenonderzoek een significante wijziging van de conclusies van dit effectenonderzoek tot gevolg heeft, volgt er via de zgn. proceslus een nieuw openbaar onderzoek;
  • de "scopingsnota": deze nota wordt na de eerste publieke raadpleging opgemaakt. Het betreft de startnota waarin de resultaten van het eerste openbaar onderzoek worden besproken. De scopingsnota bepaalt de te onderzoeken ruimtelijke aspecten en geeft aan welke effectbeoordelingen en andere ondersteunende studies moeten gebeuren en op welke wijze deze onderzoeken plaatsvinden.

Ten slotte kan de planoverheid samen met het ruimtelijk uitvoeringsplan over de inzet van andere instrumenten beslissen. Bijvoorbeeld: stedenbouwkundige verordeningen met milderende of compenserende maatregelen die de effectbeoordeling noodzakelijk acht.

Het geïntegreerde planningsproces: betere besluitvorming?

Het decreet van 1 juli 2016 versmelt de effectbeoordelingen en het planproces met elkaar, zodat er onvermijdelijk meer interactie tussen beide ontstaat. Het publiek krijgt twee mogelijkheden op inspraak, zodat een groter draagvlak voor het plan ontstaat. De overheid hoopt daarmee het aantal procedures nadien te verminderen. Deze doelstellingen zijn lovenswaardig te noemen.

De praktijk zal uitwijzen of de dubbele inspraak daadwerkelijk een groter draagvlak voor het ruimtelijk uitvoeringsplan creëert. Wanneer het betrokken publiek zich fundamenteel verzet tegen bepaalde nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, vallen procedures immers nooit uit te sluiten, ook niet met verschillende publieke raadplegingen en met de betrokkenheid van lokale stakeholders in het planteam.

Daarnaast lijkt niet uit te sluiten dat de plannende overheid in een eindeloze proceslus vervalt, wanneer er steeds nieuwe opmerkingen en/of inzichten in een openbaar onderzoek worden ingesproken die de conclusies van de effectbeoordeling significant kunnen wijzigen. Te denken valt onder meer aan nieuwe alternatieven voor de uitvoering van een project. Dit dreigt een vooraf uitgestippelde timing niet zelden te vertragen.

 

---

Update: de datum van inwerkingtreding blijkt intussen niet realistisch, aldus de website van de bevoegde Vlaamse overheid.

 

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze publicatie bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevat geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze publicatie zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Stibbe is niet aansprakelijk voor eventuele acties of beslissingen die door de lezer zijn genomen na lezen van de publicatie. Het raadplegen van deze publicatie doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze publicatie dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.

Team

Related news

20.04.2018 NL law
Impact of the Energy Transition Act (wet VET) on the activities of system operators and energy suppliers

Short Reads - Legislative background On 22 December 2015, the Dutch Senate rejected the legislative proposal "STROOM", which included provisions to effectuate the Dutch Energy Agreement (Energieakkoord), by the narrowest of margins. Subsequently, a substantively similar legislative proposal, the Energy Transition Act (wet VET) was tabled and then shelved, as it was declared "controversial" by the Dutch House of Representatives, meaning that debate on the proposal was postponed until the new Dutch government was in office.

Read more

20.04.2018 NL law
De harmonisering van milieuzones

Short Reads - Een dik jaar geleden schreven wij hier op het Stibbeblog over de eerste uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een milieuzone (Afdeling bestuursrechtspraak laat de Utrechtse milieuzone in stand). Wij voorspelden toen 388 verschillende milieuzones in Nederland. Ook de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat erkende dat gevaar en schreef in een kamerbrief van 5 april 2018 over de harmonisering van milieuzones. Wij staan daar in dit blog kort bij stil.

Read more

18.04.2018 BE law
FAQ: vergt uw project of plan een passende beoordeling?

Articles - Arrest C‑323/17 van het Europees Hof van Justitie is relevant voor elke initiatiefnemer die zich afvraagt of een passende beoordeling nodig is. Met name antwoordt het Hof, in een Ierse zaak over windparkkabels en mosselen, negatief op de vraag of de voortoets, die aan de passende beoordeling voorafgaat, reeds mitigerende of beschermingsmaatregelen (meer bepaald: maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen van het voorgenomen project) mag bevatten. Deze post zet een stap achteruit en bespreekt het ruimere kader van het instrument van de passende beoordeling. 

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring