Short Reads

New York Pizza: brancheringsregels in bestemmingsplannen en de complexiteiten van ruimtelijk reguleren van horeca

New York Pizza: brancheringsregels in bestemmingsplannen en de complexiteiten van ruimtelijk reguleren van horeca

10.08.2017 NL law

In een kortsluitingsuitspraak van 2 augustus 2017, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat New York Pizza een 'fastfoodrestaurant' is en geen 'restaurant', zodat de door New York Pizza aangevraagde omgevingsvergunning terecht geweigerd was.

Casus

Aanleiding voor de uitspraak is de weigering van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Amsterdam Zuid (stadsdeel) om aan New York Pizza een omgevingsvergunning voor bouwen te verlenen voor een nieuwe vestiging in de Amsterdamse Ferdinand Bolstraat. Het vigerende bestemmingsplan "De Pijp 2005" bevat een zogenaamde 'brancheringsregel' als bedoeld in artikel 3.1.2 lid 2 aanhef en onder b Besluit ruimtelijke ordening (Bro), op grond waarvan ter plaatse van de beoogde vestiging uitsluitend 'horeca IV' (restaurants, eetcafés, lunchrooms, koffie-/theehuizen en ijssalons) is toegestaan. Volgens het stadsdeel valt de beoogde vestiging van New York Pizza echter onder 'horeca I' (fastfoodrestaurants, cafetaria's, snackbars en shoarmazaken) zodat de beoogde vestiging niet past binnen het bestemmingsplan. Er is volgens het stadsdeel vanwege het geldende horecabeleid geen reden om ten gunste van New York Pizza af te wijken van het bestemmingsplan.

New York Pizza voert aan dat zij weliswaar bekend staat om haar afhaalpizza's en de verkoop van 'pizzaslices' maar benadrukt dat de nieuwe vestiging vanwege de aanwezigheid van 48 zitplaatsen binnen en 26 buiten, het feit dat klanten worden bediend en dat beoogd is om klanten langer te laten blijven zitten, desalniettemin moet worden gekwalificeerd als restaurant als bedoeld in 'horeca IV'.

Uitspraak voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter overweegt dat de termen ‘fastfoodrestaurant’ (horeca I) en ‘restaurant’ (horeca IV) in het bestemmingsplan niet zijn gedefinieerd. In lijn met vaste rechtspraak zoekt de rechtbank daarom aansluiting bij het algemeen spraakgebruik, onder verwijzing naar het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal. Van Dale geeft de volgende definities:

  • fastfood: voedsel waarvoor geen of weinig bereidingstijd nodig is, zoals snacks, opwarmgerechten enz. = gemaksvoedsel
  • restaurant: publieke gelegenheid waar men koude en warme maaltijden (en daarbij dranken) kan gebruiken en waar personeel aan tafel bedient (als zelfstandig complex, of als onderdeel van een groter complex). Ook als tweede lid in samenstellingen als de volgende, waarin het eerste lid een specialiteit noemt: fastfoodrestaurant (..)

Omdat de bij New York Pizza te nuttigen etenswaren een beperkte bereidingstijd kennen en ook met het ter plaatse bestellen en nuttigen niet meer dan 30-50 minuten is gemoeid, is volgens de voorzieningenrechter sprake van een fastfoodrestaurant (horeca I). Dat de samenstelling ‘fastfoodrestaurant’ in het bestemmingsplan ook het woord restaurant in zich draagt, maakt dat niet anders, aangezien horeca I specifiek ziet op fastfoodrestaurants. Dat binnen en buiten de vestiging 74 zitplaatsen zijn beoogd, klanten worden bediend en beoogd is om klanten langer te laten blijven zitten, mag New York Pizza dus niet baten.

Observaties

Dit specifieke oordeel van de voorzieningenrechter roept de vraag op hoe een vestiging van New York Pizza zich verhoudt tot bestaande horecaconcepten zoals een 'reguliere' pizzeria, een Chinees of Thais restaurant. Een onderscheid tussen fastfood en restaurant, is niet (meer) zo eenvoudig te geven.

Maar hoe zit het met meer 'up scale' formules, waar men aan de bar oesters kan verorberen of sushi- en wokrestaurants. En hoe zit het met min of meer nieuwe horecaconcepten, zoals foodhallen, restaurants 'geïnspireerd' op frituur en 'casual dining'-concepten En wat betekenen bezorgdiensten zoals Deliveroo, Ubereats en Foodora voor de ruimtelijke uitstraling van 'gewone' restaurants? En is een hotdogtent van Ron Blaauw ook een fastfoodrestaurant?

Artikel 3.1.2 lid 2 aanhef en onder b Bro biedt de mogelijkheid om brancheringsregels voor horeca op te nemen in bestemmingsplannen, maar uitsluitend ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. De nota van toelichting (pagina 33) vermeldt dat een gemeente met deze bepaling:

"ten aanzien van horeca door middel van branchebeperkende regels in het bestemmingsplan het leefmilieu en de leefbaarheid van een gebied [kan] beschermen. De bepaling maakt het mogelijk om ongewenste ontwikkelingen voor de leefomgeving en het leefmilieu, zoals verloedering en overlast, tegen te gaan door bijvoorbeeld (…) bepaalde soorten horecagelegenheden in de binnenstad te beperken en ruimte te bieden aan andere, wel gewenste ontwikkelingen."

Artikel 3.1.2 lid 2 aanhef en onder b Bro komt dus voort uit het gegeven dat verschillende vormen van horeca verschillende ruimtelijk relevante effecten (kunnen) hebben. Met het vervagen van het klassieke onderscheid tussen restaurants en fastfoodrestaurants vervagen echter ook de verschillen in ruimtelijke effecten tussen hoofdgroepen van horeca. Dat maakt het lastiger om horecaconcepten ruimtelijk relevant in te delen, terwijl de ruimtelijke noodzaak daartoe, bijvoorbeeld uit een oogpunt van het behoud van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, ons inziens over het algemeen wel bestaat.

Niet alleen de Wet ruimtelijke ordening, maar ook de Europese Dienstenrichtlijn vereist dat aan regels in bestemmingsplannen uitsluitend ruimtelijke ordeningsmotieven ten grondslag mogen liggen en dat zij er niet toe mogen strekken dat de toelaatbaarheid van diensten afhankelijk wordt gesteld van economische criteria. Op 18 mei 2017 heeft Advocaat-Generaal bij het Europese Hof van Justitie M. Szpunar met betrekking tot een brancheringsregel voor detailhandel geconcludeerd dat een dergelijke regel een 'eis' is in de zin van de Dienstenrichtlijn die slechts gerechtvaardigd kan worden, indien kan worden aangetoond dat daarmee op evenredige wijze de bescherming van het stedelijke milieu wordt nagestreefd (artikel 15 lid 3 onder a Dienstenrichtlijn). Of aan die voorwaarde wordt voldaan moet worden beoordeeld door de nationale rechter.

Wij kunnen ons voorstellen dat de evenredigheid van een horecabrancheringsregel, dat wil zeggen dat de regel niet verder gaat dan nodig is om het nagestreefde doel (zoals de bescherming van het stedelijke milieu) te bereiken en dat dat doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt, niet altijd eenvoudig aan te tonen is. Dat is in het bijzonder niet het geval als door een wijze van branchering bepaalde (nieuwe) vormen van horeca worden uitgesloten van vestiging, terwijl die vormen ter plaatse geen ongewenste ruimtelijke uitstraling hebben.

Tot slot

Omdat een brancheringsregel moet worden gemotiveerd vanuit overwegingen van ruimtelijke kwaliteit, leidt de vervaging tussen restaurants en fastfoodrestaurants door de opkomst van nieuwe horecaconcepten tot grotere opgaven voor gemeenten om de ruimtelijke relevantie van een brancheringsregel voor verschillende categorieën horeca deugdelijk te motiveren.

De vraag of de betreffende brancheringsregel in strijd is met artikel 3.1.2 lid 2 aanhef en onder b Bro en/of de Dienstenrichtlijn is in eerste aanleg niet aan de orde geweest. New York Pizza gaat in hoger beroep.

Gegevens uitspraak:

Vzr. rechtbank Amsterdam 2 augustus 2017 ECLI:NL:RBAMS:2017:5556 AMS 17/3780 en AMS 17/3231

Team

Related news

16.02.2018 NL law
FAQ: Wat is het Brzo en voor wie geldt het Brzo?

Short Reads - Het Besluit risico's zware ongevallen 2015 ("Brzo") legt aan Brzo-bedrijven verstrekkende en direct werkende verplichtingen op. Voor een bedrijf waarin gevaarlijke stoffen aanwezig (kunnen) zijn, is het daarom van groot belang te kunnen bepalen of het Brzo-regime op zijn inrichting van toepassing is. Als dat het geval is, zal dat bedrijf na moeten gaan welke eisen het Brzo met zich brengt

Read more

08.02.2018 NL law
Eerste ervaringen met 'meedenkers' in het bestuursrecht: op naar een wettelijke regeling voor de amicus curiae

Short Reads - Onlangs heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor het eerst gebruik gemaakt van de figuur amicus curiae. Bij wijze van experiment heeft de Afdeling een ieder de mogelijkheid gegeven te reageren op vragen die aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven zijn gesteld ten behoeve van een conclusie over de bestuurlijke waarschuwing. Deze conclusie hebben wij in een apart blogbericht besproken.

Read more

13.02.2018 BE law
Du nouveau en matière de « plans et programmes » !

Articles - Dans ses conclusions du 25 janvier 2018 établies dans le cadre de deux demandes de décision préjudicielle formées par le Conseil d’Etat de Belgique, l’avocat général J. KOKOTT a considéré que le périmètre de remembrement urbain en Wallonie et le règlement régional d’urbanisme en Région de Bruxelles-Capitale sont des « plans et programmes ».

Read more

08.02.2018 NL law
Elektronische ondertekening van documenten bij aanbestedingen

Short Reads - Eind 2017 oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag over de vraag of de ondertekening van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) door een inschrijver voldeed aan de door de aanbestedende dienst (Rijkswaterstaat) vereiste gekwalificeerde elektronische handtekening met beveiligingsniveau IV ('PKIoverheid certificaat' of 'EU Qualified certificaat'). Volgens de voorzieningenrechter was dit niet het geval en is de inschrijver terecht ongeldig verklaard

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy and Cookie Policy