Articles

Leidt het sluiten van de overeenkomst inzake een overheidsopdracht tot onbevoegdheid van de Raad van State?

Leidt het sluiten van de overeenkomst inzake een overheidsopdracht tot onbevoegdheid van de Raad van State?

04.08.2017 BE law

In een arrest van 4 augustus 2017 besloot de Raad van State tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, ingesteld door een nv die door de aanbestedende overheid niet was verkozen voor het uitvoeren van een overheidsopdracht. Opmerkelijk genoeg besloot de Raad van State tot niet-ontvankelijkheid wegens onbevoegdheid van de Raad van State, hoewel dit niet in lijn lijkt te zijn met de vaste rechtspraak. 

De feiten waren als volgt: de verzoekende partij werd door de stad Gent niet gekozen voor het uitvoeren van de overheidsopdracht, met name parkeercontroles in de stad. De verzoeker stelt een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen de beslissing waarbij zij niet werd verkozen, alsook tegen de beslissing waarbij een andere onderneming wordt verkozen.

Het eerste discussiepunt betreft de vraag of de verzoekende partij haar vordering tijdig heeft ingediend. De Raad verduidelijkt in dit arrest de datum van inwerkingtreding van de gewijzigde Wet Rechtsbescherming, alsook de gevolgen van de eventuele directe werking van Richtlijn 2014/24/EU. In de hypothese dat de richtlijn directe werking zou hebben, was de opdracht tot het uitvoeren van parkeercontroles onderworpen aan een voorafgaande Europese bekendmaking. In dat geval was ook het vernieuwde art. 11 Rechtsbeschermingswet van toepassing, dat voorziet in een wachttermijn van vijftien dagen voor de sluiting van de opdracht die volgt op de gunningsbeslissing, termijn die ingaat vanaf de mededeling van de beslissing aan de betrokken inschrijvers. De vordering was echter laattijdig ingesteld en aldus onontvankelijk.

Belangrijker is echter de tweede hypothese die de Raad van State behandelt, namelijk dat richtlijn 2014/24/EU geen directe werking zou hebben. In dat geval was een voorafgaande Europese bekendmaking niet verplicht en mocht de opdracht gesloten worden zonder wachttermijn van vijftien dagen. Dit impliceert dat de aanbestedende overheid onmiddellijk kan overgaan tot het sluiten van de overeenkomst, wat de stad Gent ook heeft gedaan op 22 juni 2017. Vervolgens maakt de Raad toepassing van art. 30 laatste lid van de Rechtsbeschermingswet, volgens welk “zodra de opdracht is gesloten, kan deze niet meer geschorst of onverbindend worden verklaard door de verhaalinstantie, welke die ook zij.”

De Raad besluit hieruit meteen dat de vordering ook in deze hypothese onontvankelijk is, wegens onbevoegdheid van de Raad van State doordat de overeenkomst met de gekozen inschrijver al gesloten was.

Deze redenering is nogal kort door de bocht, en dit om verschillende redenen.

Ten eerste lijkt dit in te gaan tegen de tekst van art. 30, laatste lid Rechtsbeschermingswet. De formulering “zodra de opdracht is gesloten”, verwijst naar het feit dat een overeenkomst werd gesloten tussen de aanbestedende overheid en de gekozen inschrijver. Het artikel vervolgt: “(…) kan deze niet meer geschorst of onverbindend worden verklaard door de verhaalinstantie, welke die ook zij.” Dit zinsdeel verwijst naar de gesloten opdracht, zijnde een overeenkomst, wat tot de rechtsmacht van de hoven en rechtbanken behoort. Het artikel moet dan ook zo begrepen worden dat de overeenkomst niet meer onverbindend kan worden verklaard of kan worden geschorst. Over de voorafgaande gunningsbeslissing zegt artikel 30 laatste lid echter niets. Het beroep in onderhavige zaak strekte echter net tot schorsing van de toewijzingsbeslissing, de afsplitsbare rechtshandeling waardoor de verzoekende partij is voorbijgegaan.

Ten tweede lijkt dit arrest ook niet te stroken met de vaste rechtspraak. De laatste jaren oordeelde de Raad van State immers meermaals dat zelfs indien de overheidsopdrachtenovereenkomst reeds is gesloten, de schorsing (en vernietiging) van de gunningsbeslissing kan worden bevolen.[1] De reden hiervoor is dat de Raad van State bezwaarlijk kan vooruitlopen op de gevolgen die de aanbestedende overheid zal hechten aan een dergelijke schorsing of vernietiging, ook wanneer de opdracht al werd gesloten. De verzoekende partij ontleent in principe een gekwalificeerd moreel belang aan het feit dat ze is voorbijgegaan aan de gunningsbeslissing, en dit ondanks het feit dat de opdracht reeds werd gesloten en zelfs uitgevoerd.[2]Recentelijk nog oordeelde Raad nog in deze zin, namelijk in het arrest van 20 september 2017, dat verder in deze nieuwsbrief wordt besproken.[3] Het is dan ook opmerkelijk dat de Raad in het besproken arrest afwijkt van haar vertrouwde pad.

Links:
RvS 4 augustus 2017, nr. 238.935 (en gewijzigd door arrest nr. 238.943 van 10 augustus 2017)
RvS 10 augustus 2017, nr. 238.943

Voetnoten 

  1. RvS 28 oktober 2010, nr. 208.513; RvS 3 maart 2015, nr. 230.386; RvS 28 juli 2016, nr. 235.559.
  2. RvS 20 december 2012, nr. 221.867.
  3. RvS 20 september 2017, nr. 238.851. 

Team

Related news

16.01.2018 BE law
Het instrumentendecreet: een eerste analyse

Articles - De Vlaamse regering broedt op een uitbreiding van de huidige instrumenten om projecten nog flexibeler te realiseren. Op de ministerraad van 12 januari 2018 keurden de ministers een voorontwerp van instrumentendecreet goed. Vooral de verhandelbare ontwikkelingsrechten springen in het oog. Die rechten zouden bijvoorbeeld eigenaars van een stuk grond buiten de stad, recht geven op een vergelijkbare kavel in de stad. Ook de planschadevergoeding wordt verhoogd tot 100% van de waardevermindering. Hierna een overzicht van alle geplande instrumenten.

Read more

19.01.2018 NL law
Belangrijkste ontwikkelingen bestuursrecht en omgevingsrecht 2017 in blogs

Articles - Met de start van 2018 laten we het bestuurs- en omgevingsrechtelijk jaar 2017 achter ons. De belangrijkste gebeurtenissen van vorig jaar hebben wij gebundeld in een e-book. Aan de hand van verschillende categorieën zoals de kabinetsformatie, handhaving, ruimtelijke ordening en de Omgevingswet krijgt u een goed beeld van verschillende actuele ontwikkelingen binnen uw vakgebied. 

Read more

19.01.2018 NL law
Naar een bredere kring van handhavers van bestuursrechtelijke normen?

Short Reads - Zijn we op de goede weg als het gaat om wie te betrekken bij de handhaving van bestuursrechtelijke normen? Deze vraag kwam op bij lezing van twee op 13 december 2017 in Leiden met succes verdedigde proefschriften. Het ene boek, van de hand van René Hage, heeft als titel Handhaving van privaatrecht door toezichthouders. Het andere boek is getiteld De bescherming van concurrentiebelangen in het bestuursrecht en is geschreven door Jaap Wieland.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy and Cookie Policy