Short Reads

(Misbruik van) de vordering tot staking en inbreuken op milieuwetgeving

(Misbruik van) de vordering tot staking en inbreuken op milieuwetgevi

(Misbruik van) de vordering tot staking en inbreuken op milieuwetgeving

26.04.2017 BE law

Een dispuut tussen twee cement- en betonbedrijven (Cimenteries CBR en Casters) leidde tot een interessant vonnis met betrekking tot de voorwaarden voor de gegrondheid van een stakingsvordering.[1]

De zaak betrof het uitbaten door Casters van een zogenaamde tijdelijke betoncentrale. Casters had hiervoor een milieuvergunning bekomen. CBR meende dat die vergunning niet kon worden afgeleverd, dat ze ook onwettig was en dat de vergunning misbruikt werd. Het uitbaten van een betoncentrale op basis van een beweerdelijk onwettig verleende milieuvergunning, zou een oneerlijke marktpraktijk uitmaken in de zin van artikel VI.104 van het Wetboek Economisch Recht (‘WER’).

De Voorzitter oordeelde vooreerst dat hij bevoegd was om een eventuele onwettigheid die volgt uit een inbreuk op een andere (in casu milieu-)wetgeving vast te stellen. Dat is de theorie van de onwettige mededinging. De Voorzitter oordeelde echter dat de voorwaarden voor de gegrondheid van een stakingsvordering op basis van een onwettige mededinging niet vervuld waren. Zo stond de wetsschending niet de plano vast. De onwettigheid van het besluit zou hiervoor klaarblijkelijk moeten zijn. De Voorzitter hechtte in dit kader eveneens belang aan het feit dat CBR geen beroep tot nietigverklaring had ingesteld tegen de verleende vergunning. Ook oordeelde de Voorzitter dat het eventueel toekennen van de stakingsvordering enkel Casters en de bouwheer tot ernstig nadeel zou strekken, maar geen voordeel zou inhouden voor CBR aangezien dit er niet toe zou leiden dat CBR alsnog in de plaats zou kunnen treden van Casters. De vordering werd dan ook afgewezen.

Interessant is het feit dat CBR bovendien veroordeeld werd voor rechtsmisbruik door op roekeloze wijze procedure te voeren. De Voorzitter overwoog in dit kader dat CBR gekozen had geen geëigende administratieve beroepsprocedure in te stellen, maar dat zij wel plotsklaps is overgegaan tot het inleiden van een stakingsprocedure. Dit aspect, alsook de afwezigheid van een de plano wetschending en het gebrek aan voordeel voor CBR bij het toekennen van de vordering, was voor de Voorzitter voldoende om een vergoeding toe te kennen aan Casters wegens tergend en roekeloos geding.

 

Voetnoten:

[1] Voorz. Rb. Kh. Antwerpen, afdeling Tongeren, 20 januari 2017, A/16/02802, onuitg.

Team

Related news

20.05.2020 NL law
Stibbe in Amsterdam answers questions from consumers, small business foundations and NGOs about the coronavirus [updated]

Inside Stibbe - In a special Q&A (in Dutch), lawyers from our Amsterdam office share their legal expertise and strive to provide answers to questions put to us by consumers, self-employed persons, enterprises large and small, foundations and NGOs as a result of the corona crisis.

Read more

12.05.2020 NL law
Kroniek van het mededingingsrecht

Articles - Wat de gevolgen van de coronacrisis zullen zijn voor de samenleving, de economie en – laat staan – het mededingingsbeleid laat zich op het moment van de totstandkoming van deze kroniek niet voorspellen. Wel stond al vast dat het mededingingsrecht zal worden herijkt op basis van de fundamentele uitdagingen die voortvloeien uit zich ontwikkelende ideeën over het belang van industriepolitiek, klimaatverandering en de positie van tech-ondernemingen en de platforms die zij exploiteren.

Read more

18.03.2020 EU law
Stibbe: COVID-19

Short Reads - In view of the developments concerning the coronavirus, we hereby inform you of our business operations and the measures we take to ensure the continuity of our services to you.

Read more

09.12.2019 BE law
Stibbe renforce sa pratique de droit européen et de la concurrence par la venue de Sophie Van Besien en qualité d’associée

Inside Stibbe - Bruxelles, le 9 décembre 2019 –  Stibbe a le plaisir d’accueillir Sophie Van Besien, avocate spécialisée en droit européen, droit de la concurrence et des marchés réglementés, en qualité de nouvelle associée au sein de son cabinet bruxellois. Son expertise permettra d’enrichir les prestations actuelles du cabinet au Benelux et de contribuer au développement de son activité en droit européen et en droit de la concurrence ainsi que des marchés réglementés. Sophie Van Besien rejoint Stibbe ce 9 décembre 2019.

Read more