Articles

Annotatie onder Rechtbank Noord-Holland - 26 april 2017

Annotatie onder Rechtbank Noord-Holland - 26 april 2017

26.04.2017 NL law

De werkneemster is van 1 februari 1999 tot en met 31 december 2013 als statutair bestuurder in dienst geweest van de werkgever. Op 10 april 2013 is overeenstemming bereikt over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Vanaf 8 juli 2013 is de werkneemster, na een periode van ziekte, vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van salaris en onkostenvergoeding. De werkgever heeft een ontslagvergoeding betaald van € 75.000,= bruto. De werkgever vordert de werkneemster te veroordelen tot terugbetaling van € 102.584,13 aan (loon)betalingen gedaan tijdens de vrijstelling van werkzaamheden, op grond van onverschuldigde betaling, omdat deze betalingen in strijd met de WNT zijn uitgekeerd. De werkneemster betwist dit.

De kantonrechter overweegt dat de werkneemster, ook na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst, nog steeds in dienst was als statutair bestuurder. Dat zij feitelijk als bestuurder was teruggetreden, betekent niet dat zij geen topfunctionaris meer was in de zin van de WNT. Partijen hebben in strijd met art. 2.10 lid 3 WNT (2012) het dienstverband op een later tijdstip laten eindigen dan het tijdstip waarop de werkneemster de uitoefening van haar taken heeft beëindigd. Gelet op het systeem van de WNT en de totstandkomingsgeschiedenis van deze wet, is een vaststellingsovereenkomst waarmee wordt beoogd een hogere beëindigingsvergoeding te betalen dan het vastgestelde maximum, in strijd met de openbare orde. Dit leidt er op grond van art. 1.6 lid 3 WNT (2012) toe dat de betalingen, die over de periode van 8 juli 2013 tot en met 31 december 2013 zijn verricht, onverschuldigd zijn betaald. De terugvordering ter zake van het op het brutoloon ingehouden socialeverzekeringspremies wordt afgewezen. De premies ter zake van WIA excedent, WIA plus en FLOW zijn voorts niet aan te merken als een bijdrage voor een pensioenvoorziening. De WNT biedt voor terugvordering van deze premiebedragen dan ook geen grondslag. De werkneemster wordt veroordeeld tot betaling van € 93.807,18 aan de werkgever.

Astrid Helstone schreef de annotatie bij deze uitspraak. Deze noot is gepubliceerd in JAR 2017/161.

Lees de volledige annotatie. 

Related news

06.12.2017 NL law
Doorlening. Terbeschikkingstelling in driehoeksverhouding. Verplichte aansluiting bij StiPP. Criterium “leiding en toezicht”

Articles - In de situatie die aan de orde is in een arrest van het Hof Amsterdam werft en selecteert de doorlener de werknemers, neemt een payrollbedrijf deze werknemers in dienst en worden zij vervolgens op basis van door de doorlener met het payrollbedrijf en met opdrachtgevers gesloten overeenkomsten ter beschikking gesteld aan die opdrachtgevers.

Read more

10.01.2018 NL law
De Unifacebeschikking en de gevolgen voor het signing protocol en andere corporate praktijken

Articles - Een recente uitspraak van de Ondernemingskamer heeft het in zich wijziging te brengen in de gebruikelijke gang van zaken bij transacties. Dit als gevolg van de extra ruimte die aan het medezeggenschapstraject moet worden toegekend. In deze annotatie bespreken Ea Visser en Johanne Boelhouwer eerst de beschikking zelf. Daarna gaan zij in op de verschillende bekritiseerde onderdelen van het gevolgde traject. Zo besteden zij onder meer aandacht aan het fenomeen 'signing protocol' en worden de gevolgen voor de transactiepraktijk belicht. 

Read more

29.11.2017 NL law
‘Overgang van onderneming bij de pre-pack: een blik vooruit’

Articles - Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft gesproken: op een transactie middels een pre-pack zijn de regels met betrekking tot overgang van onderneming van toepassing. Dit is een breuk met het verleden, waarin er altijd van uit werd gegaan dat een transactie in faillissement onder geen enkel beding een overgang van onderneming zou opleveren.

Read more

09.11.2017 NL law
Topsalarissen mogen (ook) niet via aanbestedingsvoorwaarden worden aangepakt

Short Reads - De Commissie van Aanbestedingsexperts heeft in een advies van 28 juli 2017 geoordeeld dat het aanbestedingsrecht niet toestaat om te korten op de vergoeding wegens de overschrijding van het bezoldigingsmaximum van de WNT. De Commissie heeft de taak te bemiddelen tussen partijen dan wel het geven van niet-bindende adviezen bij klachten over een aanbesteding.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy and Cookie Policy