Short Reads

Stand van zaken uitvoeringsregelgeving Wet natuurbescherming

Stand van zaken uitvoeringsregelgeving Wet natuurbescherming

Stand van zaken uitvoeringsregelgeving Wet natuurbescherming

28.10.2016 NL law

De uitvoeringsregelgeving van de nieuwe Wet natuurbescherming is vastgesteld en op 28 oktober 2016 gepubliceerd in het Staatsblad. Bij brief van 21 oktober 2016 heeft de Staatsecretaris van Economische Zaken  vooruitlopend op deze publicatie de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de stand van zaken van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Lees hier de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken.

 

Inmiddels is op 28 oktober 2016 in het besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming  en het Besluit natuurbescherming (Stb. 2016, 384) bevestigd dat de Wnb (Stb. 2016, 34) en het daarop gebaseerde Besluit natuurbescherming (Stb. 2016, 383) op 1 januari 2017 in werking zullen treden (met uitzondering van enkele artikelen van de Wnb). Ook de Regeling natuurbescherming (Stcrt. 2016, 55791)  zal op 1 januari 2017 in werking treden. Hierna zal kort worden ingegaan op de laatste wijzigingen en praktische zaken omtrent de uitvoeringsregelgeving die de Staatssecretaris in zijn brief van 21 oktober 2016 heeft behandeld.

Uitvoeringstools

Met de Wet natuurbescherming wordt de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing van de soortenbeschermingsbepalingen gedecentraliseerd naar provincies. Deze bevoegdheid, nu nog bij het Rijk, wordt op dit moment uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Om de provincies voor te bereiden op hun nieuwe taak organiseert RVO.nl ‘stagedagen’ waarbij aan provincies een ‘kijkje in de keuken van RVO.nl’ geboden wordt.

Gemeenten komen in beeld wanneer de aanvrager van een natuurvergunning of -ontheffing wil aanhaken bij een door de gemeente te verlenen omgevingsvergunning. Met name voor de gemeentelijke uitvoerders zijn daarvoor de volgende ‘tools’ ontwikkeld:

Meer informatie over de tools zal worden gepubliceerd op www.aandeslagmetdenatuurwet.nl, via welke website ook binnenkort de brochure “Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen” beschikbaar wordt gesteld.

Afronding Faunabeheerplannen

Provincies en faunabeheereenheden zijn de afgelopen periode druk geweest met het aanpassen van provinciale regelgeving en faunabeheerplannen vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wnb. Faunabeheerplannen zullen voortaan, anders dan nu het geval is, niet alleen betrekking hebben op populatiebeheer maar ook op schadebestrijding en jacht. Het traject van de vaststelling en goedkeuring van de ‘nieuwe stijl’ op te stellen faunabeheerplannen zal kunnen plaatsvinden zodra de Wnb, de uitvoeringsregelgeving en de provinciale verordeningen in werking zijn getreden. Op 1 maart 2017 moet dit traject zijn afgerond.

Moties en toezeggingen

In het kader van de voorhang van de ontwerp-uitvoeringsregelgeving zijn de volgende drie moties aanvaard:

Motie Geurts en Dijkgraaf: dit verzoek heeft in overleg met de provincies geleid tot aanpassing van het overgangsrecht zodat dit beter aansluit bij de tekst van het huidige artikel 67a Natuurbeschermingswet 1998. Hierdoor kunnen vergunningaanvragen ingediend voor 1 juli 2015 (datum van inwerkingtreding van de programmatische aanpak stikstof) worden behandeld volgens het overgangsrecht onder de huidige wet.

Motie Geurts en Dijkgraaf: de uitvoering van dit verzoek, om invasieve uitheemse en verwilderde soorten aan te wijzen bij ministeriele regeling in plaats van door de provincies, wordt in overleg met de provincies besproken. In het Besluit natuurbescherming is in ieder geval een bepaling opgenomen waarmee de provincies worden belast met de uitvoering van uitroeiings-, beheer- en herstelmaatregelen ter uitvoering van de Europese Verordening inzake invasieve uitheemse soorten ten aanzien van bij ministeriële regeling – in overeenstemming met de provincies – aan te wijzen invasieve uitheemse soorten. Met de provincies worden nadere afspraken gemaakt over de in die regeling aan te wijzen soorten en de eventuele op te nemen maatregelen. Tevens wordt samen met de provincies bezien of er aanleiding bestaat bij ministeriële regeling soorten verwilderde dieren of exoten aan te wijzen die jachtaktehouders zonder meer met het geweer mogen bestrijden. Afhankelijk van de uitkomst van dit overleg zal de Regeling natuurbescherming in een later stadium worden aangevuld.

Motie Dijkgraaf, Geurts en Graus: aangaande dit verzoek, over continuering van de vrijstelling voor beweiden en bemesten voor alle Natura 2000-gebieden, hebben de provincies vermeld dat bij provinciale verordening in een dergelijke vrijstelling zal worden voorzien. Voor de gevallen waarin het Rijk nog bevoegd is voor vergunningverlening voorziet de Regeling natuurbescherming in continuering van de vrijstellingsregeling.

Los van de bovenstaande wijzigingen ten gevolge van de moties zijn in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming nog enkele kleinere verduidelijkingen en verbeteringen doorgevoerd.

Uitzonderingen inwerkingtreding

Eén van de uitzonderingen die in de brief van 21 oktober 2016 wordt besproken is de aanhaking van de natuurtoets bij een omgevingsvergunning. Om bedrijven en burgers de mogelijkheid te blijven bieden om voor natuuraspecten een separate vergunning of ontheffing bij de provincie aan te vragen, is besloten de wettelijke bepalingen die voorzien in een verplichte ‘aanhaking’ van de natuurtoets bij de omgevingsvergunning niet in werking te laten treden (zie ook TK 2015/16, 33 348, nr. 177). Dit is in lijn met de huidige Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora en Faunawet en sluit ook aan bij het regime zoals dat straks in de Omgevingswet zal gelden. Zo wordt voorzien in continuïteit tussen de elkaar opvolgende regimes en wordt tegemoet gekomen aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten die een aanzienlijke toename van de lasten voor gemeenten vreesde ingeval een verplichting tot aanhaking zou komen te gelden.

Ook is afgezien van inwerkingtreding van artikel 11.1 van de Wet natuurbescherming, zodat de specifieke regeling inzake nadeelcompensatie van de Wet natuurbescherming niet tussentijds wordt vervangen door de generieke regeling van de Algemene wet bestuursrecht. Vastgesteld is dat de specifieke regeling beter aansluit bij de regeling die naar verwachting zal worden opgenomen in de Omgevingswet, via het aangekondigde voorstel voor een Invoeringswet Omgevingswet. Gezien de beoogde toekomstige overgang van de Wet natuurbescherming naar de  Omgevingswet wordt de continuïteit zo beter geborgd.

Een uitgebreidere toelichting op voornoemde onderwerpen is terug te vinden in de toelichting bij het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming.

Team

Related news

20.04.2018 NL law
Impact of the Energy Transition Act (wet VET) on the activities of system operators and energy suppliers

Short Reads - Legislative background On 22 December 2015, the Dutch Senate rejected the legislative proposal "STROOM", which included provisions to effectuate the Dutch Energy Agreement (Energieakkoord), by the narrowest of margins. Subsequently, a substantively similar legislative proposal, the Energy Transition Act (wet VET) was tabled and then shelved, as it was declared "controversial" by the Dutch House of Representatives, meaning that debate on the proposal was postponed until the new Dutch government was in office.

Read more

20.04.2018 NL law
De harmonisering van milieuzones

Short Reads - Een dik jaar geleden schreven wij hier op het Stibbeblog over de eerste uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een milieuzone (Afdeling bestuursrechtspraak laat de Utrechtse milieuzone in stand). Wij voorspelden toen 388 verschillende milieuzones in Nederland. Ook de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat erkende dat gevaar en schreef in een kamerbrief van 5 april 2018 over de harmonisering van milieuzones. Wij staan daar in dit blog kort bij stil.

Read more

18.04.2018 BE law
FAQ: vergt uw project of plan een passende beoordeling?

Articles - Arrest C‑323/17 van het Europees Hof van Justitie is relevant voor elke initiatiefnemer die zich afvraagt of een passende beoordeling nodig is. Met name antwoordt het Hof, in een Ierse zaak over windparkkabels en mosselen, negatief op de vraag of de voortoets, die aan de passende beoordeling voorafgaat, reeds mitigerende of beschermingsmaatregelen (meer bepaald: maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen van het voorgenomen project) mag bevatten. Deze post zet een stap achteruit en bespreekt het ruimere kader van het instrument van de passende beoordeling. 

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring