Short Reads

BTW-beheersvrijstelling voor vastgoedfondsen – de Hoge Raad stelt ons geduld nog even op de proef

BTW-beheersvrijstelling voor vastgoedfondsen – de Hoge Raad stelt ons geduld nog even op de proef

BTW-beheersvrijstelling voor vastgoedfondsen – de Hoge Raad stelt ons geduld nog even op de proef

28.11.2016 NL law

Op 25 november heeft de Hoge Raad een volgende stap gezet in een slepende discussie over de vraag of het beheren van een vastgoedfonds al dan niet vrijgesteld is van BTW.

Voor meer achtergrond:  bekijk de presentatie die we eerder dit jaar hebben gegeven voor de INREV.

De belastingplichtige in deze procedure (X) beriep zich op de BTW-vrijstelling voor beheer van ter collectieve belegging bijeengebracht vermogen. In de procedure spitste de discussie zich toe op twee vragen: 1) is hier sprake van collectieve belegging en 2) kan het kopen, verkopen en verhuren van vastgoed worden aangemerkt als beheer. In 2013 stelde de Hoge Raad hierover prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie (HvJ).

Eind vorig jaar oordeelde het HvJ dat een vennootschap die is opgericht door meer dan één belegger met als doel het bijeengebrachte vermogen te beleggen kan worden aangemerkt als gemeenschappelijk beleggingsfonds, ook als wordt belegd in vastgoed. Voorwaarde is wel dat het fonds onderworpen is aan bijzonder overheidstoezicht. Het HvJ oordeelde voorts dat de feitelijke exploitatie van vastgoed niet als beheer kan worden aangemerkt.

Overwegingen van de Hoge Raad

Over de reikwijdte van de term beheer herhaalt de Hoge Raad de beslissing van het HvJ dat daaronder niet valt de feitelijke exploitatie van het vastgoed van X.

Omdat de zaak gaat over het belastingjaar 1996, gaat de Hoge Raad in het arrest vrij uitgebreid in op de regels voor beleggingsinstellingen in de wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb) die per 1 januari 2007 is vervangen door de Wet financieel toezicht (Wft). Volgens de Hoge Raad bevat de Wtb regels voor beleggingsinstellingen met het oog op een adequate werking van de financiële markten en de bescherming van potentiele beleggers op die markten. Tot deze beleggingsinstellingen behoren de instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s), waarvoor de Europese Richtlijn icbe’s geldt.

Volgens de Hoge Raad beoogt de Wtb een toezichtskader te scheppen door eisen te stellen aan beleggingsinstellingen met betrekking tot deskundigheid en betrouwbaarheid, bedrijfsvoering en te verstrekken informatie alsmede door het vragen van financiële waarborgen. De Wtb (en de icbe Richtlijn) biedt hiervoor een stelsel van verboden en vergunningen waarmee wordt bewerkstelligd dat Nederlandse beleggingsinstellingen niet kunnen handelen zonder vergunning van de toezichthouder. Na inschrijving in een register (art. 18 Wtb) voorziet de Wtb voorts in toezicht op de naleving van de gestelde eisen en voorschriften. Op deze wijze voorziet de Wtb voor deze ingeschreven beleggingsinstellingen in bijzonder overheidstoezicht in de door het HvJ bedoelde zin.

De Hoge Raad merkt nog op dat art. 14 van de Wtb ook een categorie beleggingsinstellingen kent die niet (volledig) hoeven te voldoen aan genoemde eisen en voorschriften en niet worden ingeschreven in het Wtb-register. Volgens de Hoge Raad geldt de BTW-vrijstelling niet voor het beheren van deze beleggingsinstellingen.    

Gevolgen voor de praktijk

De Hoge Raad heeft de zaak nu verwezen ter verdere behandeling door Hof Arnhem-Leeuwarden. Hoewel de verwijzingsopdracht niet heel concreet is geformuleerd, zal het verwijzingshof moeten onderzoeken of aan X in 1996 een Wtb-vergunning is verleend (of op andere wijze onderworpen was aan bijzonder overheidstoezicht). Voorts zal het verwijzingshof moeten onderzoeken welke werkzaamheden precies door X zijn verricht, waarbij in ieder geval voor de feitelijk exploitatie van de vastgoedportefeuille de BTW-vrijstelling niet kan gelden.

Vooralsnog lijkt het er op dat de Hoge Raad een zeer beperkte toepassing van de BTW-vrijstelling bepleit: alleen beleggingsinstellingen die feitelijk onder overheidstoezicht staan kunnen gebruikmaken van de BTW-vrijstelling. De BTW-vrijstelling geldt dus bijvoorbeeld niet voor beleggingsinstellingen die weliswaar genoemd worden in de toezichtwetgeving maar een vrijstelling genieten. De nadruk die de Hoge Raad legt op vermelding van een beleggingsinstelling in het register van art. 18 Wtb doet vermoeden dat de BTW-vrijstelling weer wel geldt voor beleggingsinstellingen die gebruik kunnen maken van een ontheffing of van een Europees paspoort. Voor wat betreft de reikwijdte van het begrip beheer lijkt het er op dat “asset management” hier wel onder valt maar “property management” niet. We kijken met spanning uit naar de beslissing van Hof Arnhem-Leeuwarden.

Related news

11.06.2018 BE law
Grondwettelijk Hof blaast warm en koud over planschadevergoeding

Short Reads - In een arrest van 7 juni 2018 heeft het Grondwettelijk hof de planschadevergoeding (opnieuw) overeind gehouden. Weliswaar erkent het Hof dat de berekeningswijze van de vergoeding onder bepaalde omstandigheden afbreuk doet aan de rechten van eigenaars, toch komt het volgens het Hof de decreetgever toe om een afwijkende berekeningswijze te voorzien. 

Read more

30.05.2018 BE law
Les premiers plans d’aménagement directeurs sont en cours d’élaboration !

Articles - A la suite de la réforme du CoBAT intervenue par l’ordonnance du 30 novembre 2017, le Gouvernement bruxellois a adopté, le 3 mai 2018 plusieurs mesures réglementaires indispensables à la mise en œuvre des « plans d’aménagement directeurs » (PAD). Le Ministre-Président a, pour sa part, donné, le 8 mai 2018, pour instruction à Perspective.brussels (bureau bruxellois de la planification) d’entamer le travail d’élaboration des projets de PAD pour plusieurs pôles stratégiques de la Région de Bruxelles-Capitale (Mediapark, Loi, anciennes casernes d’Ixelles, etc).

Read more

11.06.2018 NL law
Legislative proposal on changes to the Dutch CIT fiscal unity made public

Short Reads - On 22 February 2018 the European Court of Justice ('ECJ') decided on two cases (C-398/16 and C-399/16), which are relevant for purposes of the 'per-element-approach' concerning the Dutch corporate income tax ('CIT') fiscal unity regime. To mitigate the (negative financial) impact of the decisions of the ECJ, the Dutch State Secretary announced last year that new legislation (with retroactive effect to 25 October 2017) will be introduced to amend the CIT fiscal unity regime.

Read more

11.05.2018 BE law
Bodemattest als opschortende voorwaarde: Hof van Cassatie staat dit gedeeltelijk toe

Articles - In een arrest van 22 maart 2018 schept het Hof van Cassatie enige klaarheid over het gebruik van opschortende voorwaarden die gaan over de informatieplicht met betrekking tot de bodem van een onroerend goed. Het principe van de opschortende voorwaarde gekoppeld aan het verkrijgen van een bodemattest wordt aanvaard, maar de uitwerking dient in lijn te zijn met de doelstelling van het Bodemdecreet.

Read more

09.05.2018 EU law
Proposed EU Directive to help companies move across borders

Short Reads - On 25 April 2018 the European Commission proposed a new directive, amending the EU Directive 2017/1132 on company law. The proposed rules should support companies in moving from one EU country to another, i.e. cross-border mergers, divisions or conversions. However, the proposed rules for cross-border divisions and conversions will also require companies to get prior consent from a competent national authority before moving. Who will act as such authority is not clear yet.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring