Articles

Minnelijke schikking gedeeltelijk ongrondwettelijk verklaard

Minnelijke schikking gedeeltelijk ongrondwettelijk verklaard

Minnelijke schikking gedeeltelijk ongrondwettelijk verklaard

07.06.2016 BE law

Het Grondwettelijk Hof vernietigde vorige week donderdag in een baanbrekend arrest artikel 216bis §2 van het Wetboek van Strafvordering, het artikel dat de minnelijke schikking en het daaruit volgend verval van de strafvordering regelt. Het Hof stelde dat §2 van het wetsartikel een schending inhoudt van een aantal basisrechten, waaronder het recht op een eerlijk proces en het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechter.

Also available in French

Het Grondwettelijk Hof sprak zich uit over vier prejudiciële vragen, gesteld door de kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep van Gent in een zaak rond verdachte financiële transacties. De inverdenkinggestelde argumenteerde dat hij gediscrimineerd werd door het Openbaar Ministerie, dat bij toepassing van artikels 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering na het instellen van de strafvordering en zonder enige rechterlijke controle over de motieven van die beslissing besliste over het al dan niet toekennen van een minnelijke schikking.

In zijn arrest is het Grondwettelijk Hof van oordeel dat §2 van artikel 216bis “een schending inhoudt van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het recht op een eerlijk proces en met het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechter, zoals gewaarborgd bij artikel 151 van de Grondwet en bij artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 14, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, in zoverre het het openbaar ministerie machtigt om via een minnelijke schikking in strafzaken een einde te maken aan de strafvordering nadat de strafvordering is ingesteld, zonder dat een daadwerkelijke rechterlijke controle bestaat”.

Het Grondwettelijk Hof stelt het principe dat het Openbaar Ministerie kan schikken in een zaak waarin de strafvordering is ingesteld niet in vraag, maar neemt aanstoot aan het feit dat er geen inhoudelijke rechterlijke controle bestaat op de minnelijke schikking. Het feit dat een rechter een louter formele controle uitoefent op de naleving van de toepassingsvoorwaarden van de minnelijke schikking is voor het Hof onvoldoende. Terwijl de controlerechter onder de huidige wetgeving enkel dient te verifiëren of aan de wettelijke voorwaarden voor een verruimde minnelijke schikking voldaan werd, stelt het Hof dat de controlerechter een “volwaardig” toezicht moet kunnen uitoefenen, ook met betrekking tot de proportionaliteit en voor een stuk de opportuniteit ervan.

De vernietiging van artikel 216bis §2 Sv. geldt evenwel niet retroactief, stelt het arrest van het Grondwettelijk Hof: voor zaken waarin de minnelijke schikking al geleid heeft tot een verval van de strafvordering, zal dit arrest dus geen gevolgen hebben. Het Grondwettelijk Hof bepaalt immers dat artikel 216bis §2 wel in werking blijft tot de dag van publicatie van het arrest in het Belgisch Staatsblad, wat hoogstwaarschijnlijk pas binnen een aantal weken zal gebeuren. Daarna is het wachten op Minister van Justitie Koen Geens om het artikel bij te schaven en een “volwaardig” rechterlijk toezicht in te voeren bij de toekenning van de minnelijke schikking.

Grondwettelijk Hof - Arrest 2016/83

Team

Related news

13.04.2018 NL law
Motiveringsplicht van de civiele rechter bij een afwijkend tuchtrechtelijk oordeel

Articles - Soms zit rechtsontwikkeling in een klein hoekje. In zijn arrest van 22 september 2017 lijkt de Hoge Raad de motiveringsplicht voor de civiele rechter bij afwijkende medische tuchtrechtelijke oordelen door te trekken naar afwijkende tuchtrechtelijke oordelen in het algemeen. In dit artikel wordt ingegaan op dit arrest en wordt toegelicht op welk spanningsveld de civiele rechter zich begeeft als sprake is van een eerder (afwijkend) tuchtrechtelijk oordeel dat een partij ter ondersteuning van een standpunt in een civiele procedure inbrengt.

Read more

17.04.2018 BE law
“Class action” (vordering tot collectief herstel) voor sjoemelsoftware ontvankelijk en keuze voor opt-out systeem

Short Reads - Bij vonnis van 18 december 2017 verklaarde de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel de rechtsvordering tot collectief herstel op grond van boek XVII van het Wetboek Economisch Recht (‘WER’) betreffende sjoemelsoftware voor bepaalde voertuigen ontvankelijk[1] (de ‘Groepsvordering’).

Read more

17.04.2018 BE law
Recevabilité de la « class action » (l’action en réparation collective) concernant des logiciels trafiqués et choix d’un système d’opt-out

Short Reads - Par jugement du 18 décembre 2017, le tribunal de première instance néerlandophone de Bruxelles a déclaré recevable l’action en réparation collective sur la base du livre XVII du Code de droit économique (« CDE ») concernant des logiciels trafiqués installés sur des voitures[1] (l’« Action Collective »). Dans ce contexte, le Tribunal a choisi le système dit d’opt-out. 

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring