Short Reads

Afzien van invordering van verbeurde dwangsommen: een bijzondere eend in de bijt

Afzien van invordering van verbeurde dwangsommen: een bijzondere eend

Afzien van invordering van verbeurde dwangsommen: een bijzondere eend in de bijt

29.09.2015 NL law

In een recente uitspraak van de Afdeling staat de vraag centraal of invordering van verbeurde dwangsommen op haar plaats is. De burger in kwestie voert een viertal verweren waarom dat volgens hem niet het geval is. De Afdeling oordeelt echter dat geen van de verweren leidt tot het oordeel dat niet (geheel) kan worden ingevorderd. Hierop gaan wij in deze blog nader in.

Aanleiding

Het College gelast in deze zaak de burger om op straffe van een dwangsom een carport te verwijderen en verwijderd te houden. De burger voldoet binnen de begunstigingstermijn gedeeltelijk aan de last; hij verwijdert namelijk een deel van de carport. Voor het andere deel vraagt hij een omgevingsvergunning aan. Het College verleent de vergunning. Aangezien de vergunning te laat is aangevraagd, wordt deze verleend als de begunstigingstermijn is verstreken.

De burger meent dat hij heeft voldaan aan de last; enerzijds heeft hij een deel verwijderd binnen de daartoe gestelde termijn, anderzijds heeft hij het andere deel gelegaliseerd door een omgevingsvergunning aan te vragen die is verleend (zij het buiten de begunstigingstermijn). Het College is een andere mening toegedaan en gaat over tot handhaving. Het College verklaart het ingestelde bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaart het beroep van de burger echter gegrond, vernietigt de beslissing op bezwaar en herroept het invorderingsbesluit.

Verweren van de burger

Het College gaat in hoger beroep en de burger dient een verweerschrift in. De burger meent namelijk dat het College niet tot invordering had kunnen overgaan, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval. Waar de rechtbank oordeelt dat de invorderingsbeschikking deels moest worden vernietigd, oordeelt de Afdeling dat geen reden bestaat om van invordering af te zien.

De burger voert een aantal verweren met betrekking tot het standpunt van het College dat het van invordering niet hoefde af te zien. Hieronder zijn de verweren bondig opgenomen en voorzien van het bijbehorende oordeel van de Afdeling.

Verweer 1: Aan de last is volledig voldaan, zij het gedeeltelijk na het verstrijken van de begunstigingstermijn; niettemin bestaat er geen reden om tot invordering over te gaan.

Oordeel Afdeling: Het na de begunstigingstermijn voldoen aan de last is geen bijzondere omstandigheid op basis waarvan van invordering moet worden afgezien. Hierbij verwijst de Afdeling naar vaste jurisprudentie:ECLI:NL:RVS:2012:BX7685.

Verweer 2: Aan de last is gedeeltelijk in ieder geval tijdig voldaan, dit is reden om de in te vorderen dwangsom te matigen en dus gedeeltelijk in te vorderen.

Oordeel Afdeling: Het gedeeltelijk voldoen aan de last binnen de begunstigingstermijn is geen bijzondere omstandigheid op basis waarvan van invordering moet worden afgezien. Hierbij verwijst de Afdeling naar vaste jurisprudentie: ECLI:NL:RVS:2014:32.

Verweer 3: De burger mocht gerechtvaardigd vertrouwen op de toezeggingen van een behandelend ambtenaar dat geen haast bestond om de omgevingsvergunning aan te vragen.

Oordeel Afdeling: De Afdeling oordeelt dat onvoldoende concrete en ondubbelzinnige uitlatingen zijn gedaan op basis waarvan de burger mocht vertrouwen dat het College niet tot invordering zou overgaan.

Verweer 4: Tot slot is invordering onevenredig, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de burger die zijn gelegen in de verzorging van zijn vrouw en zoon.

Oordeel Afdeling: Tot slot oordeelt de Afdeling dat de omstandigheid, dat de burger de verzorging draagt voor zijn vrouw en zoon en daardoor niet tijdig de omgevingsvergunning kon aanvragen, niet aan als een bijzondere omstandigheid om van invordering af te zien.

Beeld in de praktijk

Gelet op de Afdelingsjurisprudentie over het wegens bijzondere omstandigheden afzien van invordering, zijn dit geen opzienbarende uitkomsten. In een noot die binnenkort in de JG (Jurisprudentie voor Gemeenten) verschijnt, geven wij een overzicht van de gevallen waarin een beroep op bijzondere omstandigheden wordt verworpen en van de enkele gevallen waarin zo een beroep wel gegrond wordt verklaard.

Team

Related news

20.06.2018 NL law
Op weg naar één Europese spoorwegruimte: de aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan het Europese recht

Articles - Het zogenaamde 'Vierde Spoorwegpakket' zal belangrijke gevolgen hebben voor de Europese spoorwegruimte. De Nederlandse regering maakt goede vaart met de aanpassing van het nationale recht aan de eisen die uit het Vierde Spoorwegpakket voortvloeien. Inmiddels is een daartoe strekkend wetsvoorstel aanhangig bij de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft eind vorige maand het verslag van haar bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel uitgebracht.

Read more

20.06.2018 BE law
Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Articles - Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's. Een stand van zaken.

Read more

20.06.2018 NL law
Naar een volwaardig recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces onder het EVRM?

Articles - Het recht op een toegang tot de rechter en een eerlijk proces van artikel 6 EVRM is één van de hoekstenen van dit verdrag. Naast strafzaken en zaken over bestuurlijke boetes vallen de meeste andere geschillen onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Dit omdat er volgens de autonome Straatsburgse uitleg al snel sprake is van een geschil over de vaststelling van ‘civil rights and obligations’ als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Read more

13.06.2018 NL law
B&W zijn niet bevoegd om een ontwerp verklaring van geen bedenkingen op te stellen in het kader van een projectomgevingsvergunning

Articles - De gemeenteraad is bevoegd tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) in het kader van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 aanhef sub a en onder 3 Wabo (de projectomgevingsvergunning). Hoewel de bevoegdheid tot verlening van een dergelijke vergunning berust bij het college van burgemeester en wethouders, is het college niet bevoegd een ontwerpbesluit voor de vvgb voor te bereiden en ter inzage te leggen. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 mei 2018.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring