Articles

Noot bij ABRvS 14 april 2015: belanghebbendheid van politieke fracties

Noot bij ABRvS 14 april 2015: belanghebbendheid van politieke fracties

Noot bij ABRvS 14 april 2015: belanghebbendheid van politieke fracties

15.05.2015 NL law

De uitspraak die Tom Barkhuysen in deze noot bespreekt, betreft de gaswinningsuitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 april 2015.

Zij gaan alleen op de belanghebbendheid van politieke fracties. In deze zaak hebben drie Statenfracties een verzoek gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overweegt dat niet valt in te zien waarom de fracties niet op één lijn kunnen worden gesteld met politieke partijen. De Afdeling oordeelt op 5 december 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BB9488) al dat een politieke partij geen belanghebbende kan zijn, aangezien zij het belang waarvoor zij opkomt niet in het bijzonder behartigt. Omdat wat activiteiten betreft geen onderscheid kan worden gemaakt tussen politieke partijen en fracties, geldt het voorgaande ook voor fracties. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat hij verwacht dat de Afdeling het beroep van de fracties in het bodemgeschil niet-ontvankelijk zal verklaren wegens gebrek aan belanghebbendheid.

Related news

23.09.2020 NL law
Stibbe NOW-team lanceert website over de NOW

Short Reads - Met de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) wil het Nederlandse kabinet de economische gevolgen van de coronacrisis dempen en de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden. Deze subsidie voor werkgevers werd op 17 maart 2020 aangekondigd en is inmiddels meerdere malen verlengd. De wijzigingen zijn complex en omvangrijk.

Read more

16.09.2020 NL law
Belanghebbende in het omgevingsrecht: een steeds hogere drempel?

Short Reads - De Afdeling hanteert sinds enige jaren een vaste jurisprudentielijn ten aanzien van het belanghebbende-begrip in het omgevingsrecht. Het uitgangspunt daarbij is dat iemand die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit belanghebbende is, tenzij ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken. De lat om aan dit criterium te voldoen lijkt steeds hoger te liggen. Wordt de toegang tot de bestuursrechter daardoor bemoeilijkt, en zo ja: is die beperking te rechtvaardigen?

Read more