Short Reads

Tweede Kamer neemt wetsvoorstel voor verhoging boetebevoegdheid Cbp en meldplicht datalekken aan

Tweede Kamer neemt wetsvoorstel voor verhoging boetebevoegdheid Cbp en meldplicht datalekken aan

Tweede Kamer neemt wetsvoorstel voor verhoging boetebevoegdheid Cbp en meldplicht datalekken aan

23.03.2015 NL law

Op 10 februari jl. heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel inzake het invoeren van een meldplicht datalekken en de verhoging van de bestuurlijke boetebevoegdheid van het College bescherming persoonsgegevens (“Cbp“), aangenomen. Indien het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, zal het Cbp straks bij schendingen van de privacywetgeving boetes van maximaal EUR 810.000,- of 10 procent van de jaaromzet van een rechtspersoon mogen opleggen.

Via diverse amendementen is het wetsvoorstel zoals dat via de Tweede Nota van Wijziging in november 2014 werd gepubliceerd (zie hierover onze blog van 2 december jl.), op een aantal punten gewijzigd.

Directe boete ook mogelijk in geval van ernstig verwijtbare nalatigheid

Een van de kritiekpunten was dat het Cbp een tandeloze toezichthouder zou worden, omdat het alleen boetes mocht opleggen na een bindende aanwijzing. Bij een dergelijke aanwijzing wordt aan de overtreder een termijn opgelegd waarbinnen de aanwijzing moet worden opgevolgd. Alleen in gevallen van opzet mocht worden afgezien van een dergelijke aanwijzing. Een amendement van de kamerleden Wijngaarden en Oosenburg heeft ertoe geleid dat evenmin een aanwijzing hoeft te worden gegeven wanneer de overtreding het gevolg is van ernstig verwijtbare nalatigheid. Het gaat dan om overtredingen die het gevolg zijn van grof, aanzienlijk onzorgvuldig, onachtzaam of onoordeelkundig handelen. Daarbij geldt dat indien eenzelfde soort overtreding meerdere malen heeft plaatsgevonden, sneller sprake zal zijn van nalatigheid.Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel gaf voormalig Staatssecretaris Teeven aan dat het voor het aantonen van opzet niet nodig is dat een overtreding willens en wetens wordt begaan. Aansluiting dient te worden gezocht bij de situatie die in het strafrecht als voorwaardelijk opzet wordt aangemerkt. Dat betekent dat ook bij die gevallen waarin een overtreder redelijkerwijs wist of had kunnen vermoeden dat zijn handelen of nalaten tot ernstige nadelige gevolgen voor de privacy van de betrokkenen kan leiden en deze gevolgen zich verwezenlijken, direct een boete kan worden opgelegd.

Geen ministeriële goedkeuring nodig voor beleidsregels Cbp

In de vorige versie van het wetsvoorstel was opgenomen dat het Cbp beleidsregels over de uitleg van de toepassing van de nieuwe boetebevoegdheden, diende te laten goedkeuren door de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Cbp dient als toezichthouder echter onafhankelijk te kunnen opereren en houdt daarnaast ook toezicht op de overheid. Er is daarom besloten dat het Cbp wel met de voornoemde ministers over voorgenomen beleidsregels zal overleggen, maar dat geen ministeriële goedkeuring nodig zal zijn.

Uitbreiding meldplicht datalekken en verplicht bijhouden van inbreukregister

De verplichting om datalekken aan het Cbp en in bepaalde gevallen aan de personen van wie de gegevens zijn gelekt te melden, is op twee punten aangepast. Ten eerste moet een datalek niet alleen worden gemeld bij het Cbp in het geval dat er daadwerkelijk sprake is van ernstige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, maar ook indien de inbreuk er toe leidt dat de aanzienlijke kansbestaat dat dergelijke gevolgen zich zullen openbaren. Door de melding kunnen het Cbp en de melder er zorg voor dragen dat waar mogelijk de inbreuk op de privacy beperkt blijft. Ten tweede kan de verantwoordelijke niet langer afzien van een melding bij het Cbp door zich op het standpunt te stellen dat de gegevens versleuteld zijn. Hij zal dan toch bij het Cbp een melding moeten doen. De achtergrond daarbij is dat versleutelde gegevens juist vaak extra gevoelige gegevens zijn, zoals creditcard- en bankgegevens. Het Cbp kan in geval van een reële dreiging van ontsleuteling de verantwoordelijke alsnog verplichten om de betrokken personen hierover te informeren, zodat zij mogelijke schade kunnen beperken.

Tot slot wordt het voor een verantwoordelijke verplicht om een intern register bij te houden van alle inbreuken die meldingsplichtig zijn.

Het wetsvoorstel is inmiddels in behandeling genomen in de Eerste Kamer. Het lijkt erop dat meer dan tien jaar na het indienen van de eerste motie aangaande de meldplicht datalekken, deze er nu toch op korte termijn zal komen en dat het Cbp de transformatie van labrador naar pitbull door gaat maken.

Related news

02.07.2020 NL law
De NOW 2: de overeenkomsten en verschillen ten opzichte van de eerste tranche

Short Reads - De Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW 2”) is op 25 juni 2020 in de Staatscourant gepubliceerd. Vanaf 6 juli 2020 kunnen werkgevers een aanvraag indienen voor een NOW 2-subsidie. In ons eerdere blog over de NOW zijn we uitgebreid ingegaan op de subsidierechtelijke aspecten van deze regeling. De NOW 2 sluit vanuit subsidierechtelijk perspectief in hoofdlijnen aan bij de eerste NOW (“NOW 1”). In de NOW 2 zijn er echter een aantal subsidieverplichtingen toegevoegd.

Read more

03.07.2020 NL law
E-book NOW-2: Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid

Articles - Op 17 maart 2020 kondigde het kabinet het eerste noodpakket aan met steunmaatregelen om de economische gevolgen van de coronacrisis te dempen. Onderdeel van dit noodpakket zijn onder andere de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-1”) en de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (“Tozo-1”).

Read more

29.06.2020 NL law
ABC-constructie bij vastgoedtransactie: verkoopbedrijf heeft afgeleid belang en is niet ontvankelijk bij bestuursrechter

Short Reads - Het zijn van ‘belanghebbende’ is een noodzakelijke voorwaarde om een ontvankelijk beroep te kunnen instellen bij de bestuursrechter (artikel 1:2 lid 1 Awb). Een persoon moet een zelfstandig en eigen belang hebben dat niet is afgeleid van een ander om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Dit is het leerstuk van afgeleid belang.

Read more