Articles

Wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen I

Wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen I

03.07.2015 NL law

Het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht bestaat uit drie pijlers, te weten (i) fraudebestrijding; (ii) versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven; en (iii) modernisering van het faillissementsrecht. Het op 4 juni 2015 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen I valt onder de tweede pijler en is erop gericht onnodige faillissementen zoveel mogelijk te voorkomen.

Doel van de regeling is het formaliseren van de mogelijkheid tot het aanwijzen van een beoogd curator om de afwikkeling van faillissementen te faciliteren en de doorstart van levensvatbare bedrijfsonderdelen na faillissement te bespoedigen zodat waarde en werkgelegenheid behouden kunnen blijven (de zogenaamde pre-pack). De regeling sluit aan bij een praktijk die zich in de afgelopen jaren bij een aantal rechtbanken heeft ontwikkeld. Het beoogt die praktijk een juridisch kader te bieden bestaande uit procedurevoorschriften en regels over de taken en bevoegdheden van de betrokkenen.

Het wetsvoorstel bevat echter ook een aantal maatregelen gericht op de bestrijding van faillissementsfraude en misbruik van het faillissementsrecht. Wanneer tijdens de pre-pack of tijdens een daarop volgend faillissement blijkt dat een bestuurder of feitelijk leidinggevende een verzoek tot aanwijzing van een beoogd curator heeft ingediend op grond van onjuiste informatie, heeft hij zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement (artikel 2:138/248 BW). Uit de toelichting blijkt dat het moet gaan om het oneigenlijk gebruiken of hebben willen gebruiken van de pre-pack. Hiermee wordt het voor een curator gemakkelijker om een bestuurder of feitelijk leidinggevende aansprakelijk te stellen voor de daaruit voortvloeiende schade. Ook kan de beoogd curator in dat geval de rechter verzoeken om aan de desbetreffende personen een civielrechtelijk bestuursverbod op te leggen.

Voor het vennootschapsrecht is verder nog van belang dat met betrekking tot een verzoek tot aanwijzing van een beoogd curator wordt voorgesteld i) om artikel 2:107a BW bij een N.V. en alle overige regelingen ten aanzien van de besluitvorming door de algemene vergadering buiten toepassing te laten; en ii) om de raad van commissarissen een goedkeuringsrecht te geven.

Team

Related news

10.01.2018 NL law
De Unifacebeschikking en de gevolgen voor het signing protocol en andere corporate praktijken

Articles - Een recente uitspraak van de Ondernemingskamer heeft het in zich wijziging te brengen in de gebruikelijke gang van zaken bij transacties. Dit als gevolg van de extra ruimte die aan het medezeggenschapstraject moet worden toegekend. In deze annotatie bespreken Ea Visser en Johanne Boelhouwer eerst de beschikking zelf. Daarna gaan zij in op de verschillende bekritiseerde onderdelen van het gevolgde traject. Zo besteden zij onder meer aandacht aan het fenomeen 'signing protocol' en worden de gevolgen voor de transactiepraktijk belicht. 

Read more

04.01.2018 NL law
Meer geld voor handhaving door ISZW, bedrijven bereid u voor! - Column Marleen Velthuis

Short Reads - In het Regeerakkoord staat dat  de Inspectie SZW (ISZW) – fasegewijs – 50 miljoen euro per jaar extra budget zal krijgen voor de handhavingsketen. Een forse toename, zeker wanneer dit wordt afgezet tegen de huidige kosten van ongeveer 100 miljoen euro per jaar (JaarverslagISZW 2016).  Bedrijven zullen de toename aan inspectie-capaciteit gaan merken.  

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy and Cookie Policy