Articles

Wijzigingswet Wet Normering Topinkomens

Wijzigingswet Wet Normering Topinkomens

Wijzigingswet Wet Normering Topinkomens

09.01.2015 NL law

Sinds 1 januari 2013 worden de bezoldiging en ontslagvergoedingen van ‘topfunctionarissen’ in de publieke sector en in de wet aangewezen semipublieke sectoren geregeld in de Wet Normering Topinkomens (‘WNT’). Op 1 januari 2015 is een wijziging van de WNT in werking getreden (de Wet verlaging bezoldigingsmaximum, ‘WNT II’). De belangrijkste wijziging betreft de verlaging van de wettelijke bezoldigingsnorm voor topfunctionarissen van 130% naar 100% van een ministersalaris.

De WNT bevat drie afzonderlijke bezoldigingsregimes. De gedachte van de wetgever en het uitgangspunt van de WNT zijn dat een strikter regime behoort te gelden naarmate een sector een meer publiek karakter heeft. In het eerste regime geldt het wettelijk bezoldigingsmaximum, een wettelijk maximum voor een beëindigingsvergoeding en een openbaarmakingverplichting. Het tweede regime voorziet in een sectoraal bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen werkzaam in een specifieke sector. Dit maximum wordt vastgesteld bij ministeriële regeling. Ook hier geldt daarnaast een wettelijk maximum voor een beëindigingsvergoeding en een openbaarmakingverplichting. In het derde regime geldt slechts een openbaarmakingverplichting.

Vanaf 1 januari 2015 zal de wettelijke bezoldigingsnorm voor topfunctionarissen uit het eerste regime uitkomen op EURO 178.000. Met betrekking tot het tweede regime kunnen de ministers die politiek verantwoordelijk zijn voor de betreffende semipublieke sectoren een klassenindeling vaststellen zodat de verlaging ook voor topfunctionarissen van semipublieke instellingen van kracht wordt. Voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen (met uitzondering van de sector wetenschappelijk onderwijs) zijn door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verlaagde sectorale maxima vastgesteld. Voor topfunctionarissen van woningcorporaties en zorginstellingen blijft de regeling voor het kalenderjaar 2014 van toepassing. Zowel de Minister voor Wonen en Rijksdienst als de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben laten weten de periode tot 1 januari 2015 te kort vinden om nog in 2014 op een zorgvuldige wijze te komen tot een evenwichtige indeling in klassen met bijbehorende bedragen onder de nieuwe bezoldigingsnorm.

Onder de WNT gold voor leden van een raad van toezicht (‘RvT’) of een raad van commissarissen (‘RvC’) een maximale bezoldiging van 5% van de wettelijke bezoldigingsnorm voor topfunctionarissen. Onder de WNT II wordt dit verhoogd naar 10%. Voorzitters van de RvT/RvC komen voortaan uit op 15%, in plaats van 7,5%. De wetgever komt hiermee tegemoet aan de veranderde inzichten over taak, rol en functioneren van RvT/RvC bij semipublieke instellingen. De nieuwe percentages gelden ook voor die sectoren waarin de gewijzigde bezoldigingsnorm voor topfunctionarissen nog niet van toepassing is geworden, zoals in de zorg- en woningbouwsector.

Op donderdagmiddag 12 maart 2015 organiseert Stibbe een congres over de praktijkervaringen in het eerste jaar met de WNT. Tijdens dit congres behandelen diverse sprekers dit onderwerp vanuit verschillende invalshoeken. Meld u aan via  www.stibbe.com/wntcongres en ontvang een exemplaar van Tekst & Commentaar Wet Normering Topinkomens (zolang de voorraad strekt). Deze Tekst & Commentaar Wet Normering Topinkomens is geschreven door Tom Barkhuysen, Damiën Berkhout en Machteld Claessens, allen advocaat bij Stibbe.

Team

Related news

16.09.2020 NL law
Het bonus- en dividendverbod bij een beroep op de NOW-subsidie

Articles - De vraag of het gerechtvaardigd is om bonussen en dividend in corona crisistijd uit te keren, is een actueel maatschappelijk thema. Dit geldt in het bijzonder voor ondernemingen die een beroep doen op staatssteun, waaronder de huidige loonkostensubsidieregeling ingevolge de Tijdelijke noodmaat regel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (de “NOW”).

Read more

16.09.2020 NL law
Belanghebbende in het omgevingsrecht: een steeds hogere drempel?

Short Reads - De Afdeling hanteert sinds enige jaren een vaste jurisprudentielijn ten aanzien van het belanghebbende-begrip in het omgevingsrecht. Het uitgangspunt daarbij is dat iemand die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit belanghebbende is, tenzij ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken. De lat om aan dit criterium te voldoen lijkt steeds hoger te liggen. Wordt de toegang tot de bestuursrechter daardoor bemoeilijkt, en zo ja: is die beperking te rechtvaardigen?

Read more