Short Reads

Evenementen, een opmerkelijke wetswijziging?

Evenementen, een opmerkelijke wetswijziging?

10.02.2015 NL law

De regulering van klein- en grootschalige evenementen houdt al jaren de bestuursrechtelijke gemoederen bezig. Dat zal met de steeds veranderende regelgeving nog wel even zo blijven. De nieuwste ontwikkeling is de schrapping van de bevoegdheid om voor evenementen een omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van artikel 2.12 lid 1, aanhef en onder a, sub 2 van de Wabo (de “kruimelgevallenregeling”).

Incidentele afwijkingen van het bestemmingsplan
De kruimelgevallenregeling bood een oplossing voor de problematiek van de zogenaamde incidentele afwijkingen van het bestemmingsplan. Het gaat om activiteiten zoals schuurfeesten, openluchtconcerten, festivals, braderieën, sporttoernooien en processies. Omdat deze evenementen incidenteel van aard zijn en doorgaans van korte duur werd het in het verleden vaak overbodig (en misschien ook overdreven) geacht om daarvoor een aparte planologische procedure te doorlopen. Dit mede omdat planologische besluiten bedoeld zijn om  (semi-)permanente functiewijzigingen door te voeren. Helaas vond deze praktische benadering niet altijd genade in de ogen van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State. Zij heeft in diverse uitspraken overwogen dat een bestemmingsplan zich bij wijze van uitzondering niet tegen kortdurend en incidenteel gebruik van een terrein in strijd met het bestemmingsplan verzet, maar dat in het te beoordelen geval geen sprake was van zo een uitzonderlijk, kortdurend en incidenteel gebruik.

De evenementen-omgevingsvergunning voor onbepaalde duur
Onderdeel 8 van artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (opvolger van artikel 4.1.1 onderdeel h van het Besluit ruimtelijke ordening) onderving dit probleem door het verlenen van toestemming voor evenementen bij reguliere omgevingsvergunning mogelijk te maken. Dit overigens wel met de beperking van een maximum van drie evenementen per jaar en een duur van ten hoogste 15 dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen. Een prima regeling, zou je denken. Op het eerste gezicht wekt het dan ook verbazing dat deze nu uit bijlage II van het Bor is geschrapt. De regering denkt daar echter anders over.

De container-omgevingsvergunning voor 10 jaar
Volgens de regering zijn de gevallen die voorheen onder onderdeel 8 vielen opgegaan in het nieuwe onderdeel 11 (nota van toelichting bij het Besluit van 4 september 2014, Stb. 2014, 333, p. 54). Onderdeel 11 geeft een zeer algemene bevoegdheid om met een reguliere omgevingsvergunning toestemming te verlenen voor “ander gebruik van gronden en bouwwerken” in afwijking van het bestemmingsplan voor een termijn van ten hoogste tien jaren. Ik kan deze gedachtegang van de regering moeilijk volgen. Enerzijds worden alle beperkingen aan frequentie en duur van het te vergunnen evenement losgelaten, terwijl anderzijds de voorheen voor onbepaalde tijd geldende vergunning nu in tijd wordt beperkt tot maximaal tien jaar. De vergunning voor periodieke evenementen wordt zo op één hoop gegooid met die voor tijdelijke asielzoekerscentra, scholen en supermarkten. Daarbij heeft de regering expliciet aangegeven dat het niet mogelijk is na afloop van die tien jaar opnieuw een omgevingsvergunning op deze grondslag te verlenen. Dit zal dus ongetwijfeld weer nieuwe evenementenjurisprudentie gaan opleveren.

Meer lezen?
De geïnteresseerde lezer verwijs ik voor achtergronden naar mijn annotatie bij de Afdelingsuitspraak van 15 oktober 2004 in Bouwrecht 2015/4. Een meer algemene bespreking van de wijzigingen van onder meer het Bor per 1 november 2014 zijn te vinden in de bijdrage van J.C. van Oosten, Het Besluit pChw nader beschouwd: meer mogelijkheden, meer vragen, Bouwrecht 2015/3 en naar het novembernummer van het Tijdschrift voor Bouwrecht (S. Hillegers, T.E.P.A. Lam en A.G.A. Nijmeijer, De verruiming van het vergunningvrij bouwen, de introductie van de mantelzorgwoning en andere wijzigingen in Bor en Bro, TBR 2014/179 en D.B. Stadig en E.A. Minderhoud, Herbestemming, regelgeving en gemeente (2), TBR 2014/180). Zie ook in het novembernummer van het Tijdschrift voor Bouwrecht de bijdrage over het toelaten van evenementen krachtens het bestemmingsplan zelf (F.A. van Doorn, Evenementen, wat doen we ermee, TBR 2014/181).

Het bericht ‘Evenementen, een opmerkelijke wetswijziging?‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

Related news

16.02.2018 NL law
FAQ: Wat is het Brzo en voor wie geldt het Brzo?

Short Reads - Het Besluit risico's zware ongevallen 2015 ("Brzo") legt aan Brzo-bedrijven verstrekkende en direct werkende verplichtingen op. Voor een bedrijf waarin gevaarlijke stoffen aanwezig (kunnen) zijn, is het daarom van groot belang te kunnen bepalen of het Brzo-regime op zijn inrichting van toepassing is. Als dat het geval is, zal dat bedrijf na moeten gaan welke eisen het Brzo met zich brengt

Read more

08.02.2018 NL law
Eerste ervaringen met 'meedenkers' in het bestuursrecht: op naar een wettelijke regeling voor de amicus curiae

Short Reads - Onlangs heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor het eerst gebruik gemaakt van de figuur amicus curiae. Bij wijze van experiment heeft de Afdeling een ieder de mogelijkheid gegeven te reageren op vragen die aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven zijn gesteld ten behoeve van een conclusie over de bestuurlijke waarschuwing. Deze conclusie hebben wij in een apart blogbericht besproken.

Read more

13.02.2018 BE law
Du nouveau en matière de « plans et programmes » !

Articles - Dans ses conclusions du 25 janvier 2018 établies dans le cadre de deux demandes de décision préjudicielle formées par le Conseil d’Etat de Belgique, l’avocat général J. KOKOTT a considéré que le périmètre de remembrement urbain en Wallonie et le règlement régional d’urbanisme en Région de Bruxelles-Capitale sont des « plans et programmes ».

Read more

08.02.2018 NL law
Elektronische ondertekening van documenten bij aanbestedingen

Short Reads - Eind 2017 oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag over de vraag of de ondertekening van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) door een inschrijver voldeed aan de door de aanbestedende dienst (Rijkswaterstaat) vereiste gekwalificeerde elektronische handtekening met beveiligingsniveau IV ('PKIoverheid certificaat' of 'EU Qualified certificaat'). Volgens de voorzieningenrechter was dit niet het geval en is de inschrijver terecht ongeldig verklaard

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy and Cookie Policy