Short Reads

Vrijstelling windturbines voor niet-opzettelijk doden van dieren

Vrijstelling windturbines voor niet-opzettelijk doden van dieren

Vrijstelling windturbines voor niet-opzettelijk doden van dieren

04.12.2015

Voor windturbines en hoogspanningsverbindingen is in beginsel geen ontheffing onder de Flora- en faunawet meer nodig. 

Voor windturbines en hoogspanningsverbindingen is in beginsel geen ontheffing onder de Flora- en faunawet meer nodig. Er geldt een generieke vrijstelling van het verbod op het niet-opzettelijk doden of verwonden van dieren. Het opzettelijk doden of verwonden van dieren is nog wel verboden. De toepassing van de vrijstelling is dus afhankelijk van het onderscheid tussen opzettelijk en niet-opzettelijk handelen.

De achtergrond van de vrijstelling

De Flora- en faunawet verbiedt onder meer het doden of verwonden van dieren, bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Dit verbod is ook terug te vinden in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Tussen het Nederlandse en het Europese verbod zit echter een verschil. Het Europese verbod ziet enkel op het opzettelijk doden of verwonden. Het Nederlandse verbod ziet daarentegen op zowel opzettelijk als niet-opzettelijk doden of verwonden. Daarmee is het nationale verbod dus strenger dan de Europese eisen. De regering achtte het wenselijk om van dit strengere nationale verbod een vrijstelling te verlenen voor windturbines en hoogspanningsverbindingen met het oog op het halen van de doelstellingen uit het Energieakkoord . Met de nieuwe vrijstelling voor deze twee activiteiten in het Besluit vrijstelling beschermde dieren- en plantensoorten ("Bvbs") is het niet langer noodzakelijk om ontheffing te verkrijgen voor zover het niet-opzettelijk doden en verwonden betreft. De wijziging van het Bvbs is 3 december 2015 in werking getreden.

(Voorwaardelijk) opzettelijk vs. niet-opzettelijk

Dit doet de vraag rijzen wanneer sprake is van opzettelijk doden en dus wel een ontheffing nodig is. Bij de beantwoording van deze vraag speelt mee dat onder opzet ook voorwaardelijk opzet valt. Volgens de Nota van Toelichting ("NvT") bij de vrijstelling is van voorwaardelijk opzet sprake wanneer "iemand zich willens en wetens de geenszins te verwaarlozen kans aanvaardt dat er dieren worden gedood." Vervolgens blijkt uit de NvT dat het onderscheid tussen (voorwaardelijk) opzettelijk en niet-opzettelijk doden of verwonden afhankelijk is van de geschatte kans dat dieren worden gedood of verwond. Een mogelijke indicatie van een zodanig kleine kans dat gesproken kan worden van niet-opzettelijk biedt een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake het windturbinepark Noordoostpolder. In die uitspraak gaf een uiterst incidenteel voorkomen van een vogelsoort aanleiding tot de conclusie dat geen overtreding van het verbod plaatsvindt.

De systematiek van de vrijstelling

De hiervoor kort weergegeven systematiek van de vrijstelling kan als volgt schematisch worden weergegeven:

schema-systematiek-vrijstelling-windturbines-voor-niet-opzettelijk-doden-dieren

Om voor een vrijstelling in aanmerking te komen moet op basis van ecologisch onderzoek de kans op het doden of verwonden van een diersoort worden bepaald. Bij twijfel over de vraag of de kans klein genoeg is om te spreken van niet-opzettelijk doden of verwonden, is aan te raden contact op te nemen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ("RVO"). Mocht na overleg met RVO onzekerheid blijven bestaan over de toepassing van de vrijstelling, dan kan alsnog een aanvraag om een ontheffing worden ingediend. Het is dan aan RVO om een standpunt in te nemen over de toepassing van de vrijstelling en op basis daarvan besluiten om de aanvraag te verlenen of te weigeren.

De vrijstelling moet zich gaan bewijzen

Kortom, ondanks het positieve uitgangspunt van de vrijstelling voor het niet-opzettelijk doden of verwonden, is de toegevoegde waarde hiervan nog onduidelijk. Eerst moet meer duidelijkheid ontstaan over de invulling van het opzetcriterium, zodat de markt zekerheid verkrijgt over de toepassing van de vrijstelling.

Team

Related news

20.06.2018 NL law
Op weg naar één Europese spoorwegruimte: de aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan het Europese recht

Articles - Het zogenaamde 'Vierde Spoorwegpakket' zal belangrijke gevolgen hebben voor de Europese spoorwegruimte. De Nederlandse regering maakt goede vaart met de aanpassing van het nationale recht aan de eisen die uit het Vierde Spoorwegpakket voortvloeien. Inmiddels is een daartoe strekkend wetsvoorstel aanhangig bij de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft eind vorige maand het verslag van haar bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel uitgebracht.

Read more

20.06.2018 BE law
Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Articles - Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's. Een stand van zaken.

Read more

20.06.2018 NL law
Naar een volwaardig recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces onder het EVRM?

Articles - Het recht op een toegang tot de rechter en een eerlijk proces van artikel 6 EVRM is één van de hoekstenen van dit verdrag. Naast strafzaken en zaken over bestuurlijke boetes vallen de meeste andere geschillen onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Dit omdat er volgens de autonome Straatsburgse uitleg al snel sprake is van een geschil over de vaststelling van ‘civil rights and obligations’ als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Read more

13.06.2018 NL law
B&W zijn niet bevoegd om een ontwerp verklaring van geen bedenkingen op te stellen in het kader van een projectomgevingsvergunning

Articles - De gemeenteraad is bevoegd tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) in het kader van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 aanhef sub a en onder 3 Wabo (de projectomgevingsvergunning). Hoewel de bevoegdheid tot verlening van een dergelijke vergunning berust bij het college van burgemeester en wethouders, is het college niet bevoegd een ontwerpbesluit voor de vvgb voor te bereiden en ter inzage te leggen. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 mei 2018.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring