Short Reads

De vergunning als ‘eigendom’ in de zin van artikel 1 EP EVRM?

De vergunning als ‘eigendom’ in de zin van artikel 1 EP EVRM?

De vergunning als ‘eigendom’ in de zin van artikel 1 EP EVRM?

30.04.2015 NL law

Op 13 januari 2015 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: ‘EHRM’) een interessante uitspraak gedaan in de zaak Vékony t. Hongarije. In deze zaak oordeelt het EHRM dat een vergunning een eigendomsrecht vormt dat beschermd wordt door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: ‘EP EVRM’).

 

De zaak ging over de heer Vékony die sinds 1994 uitbater was van een kleine buurtsupermarkt waarin ook tabaksproducten werden verkocht. De verkoop van tabaksproducten vertegenwoordigde bij benadering 1/3 van de totale omzet van zijn zaak. Eind 2012 vaardigde het Hongaarse parlement een wet uit waarmee beoogd werd het roken onder de jeugd terug te dringen. Als gevolg van deze wet werden alle uitstaande tabaksverkoopvergunningen – naar wij aannemen van rechtswege – ingetrokken. Nieuwe verkoopvergunningen werden verleend door middel van een tenderprocedure. De vergunning van de heer Vékony werd ingetrokken en hij kreeg geen nieuwe vergunning. Nadat hij bij de nationale instanties nul op het rekest kreeg, procedeerde hij bij het EHRM. Het EHRM oordeelt dat sprake is van een schending van artikel 1 EP EVRM gelet op de ingrijpende gevolgen van de stelselwijziging en gelet op het gebrek aan (procedurele) waarborgen waarmee de stelselwijziging omkleed was.

Interessant is dat het EHRM oordeelt in overweging 29 van het arrest: “For the Court, it is hardly conceivable not to regard this licence […] as a ‘possession’ for the purposes of Article 1 of Protocol No. 1.” Het EHRM merkt dus de vergunning zelf aan als een ‘eigendomsrecht’ dat de bescherming van artikel 1 EP EVRM activeert. Dat de intrekking van een vergunning aangemerkt kan worden als een inbreuk op een eigendomsrecht dat door artikel 1 EP EVRM beschermd wordt, is niet nieuw. In 1989 oordeelde het EHRM in Tre Traktörer Aktiebolag t. Zweden al dat het intrekken van een vergunning – in dat geval: een vergunning voor het schenken van alcohol – de bescherming van artikel 1 EP EVRM kan activeren.

Wat deze zaak interessant maakt is dat volgens de jurisprudentie het EHRM tot dusverre de vergunning op zichzelf niet als een eigendomsrecht aanvaardt.  Wil een particulier een beroep kunnen doen op de bescherming van artikel 1 EP EVRM, dan moet er sprake zijn van een inbreuk op een ‘eigendomsrecht’. InTre Traktörer Aktiebolag t. Zweden (en in latere jurisprudentie) beschouwde het EHRM de ingetrokken vergunning als zodanig niet als een eigendomsrecht. Het EHRM oordeelde dat de intrekking van de alcoholvergunning door de Zweedse overheid inbreuk maakte op ‘de economische belangen’ (economic interests) verband houdende met het drijven van een restaurant. Het waren zodoende de economische belangen (en niet de vergunning zelf) die door het EHRM werden aangemerkt als ‘eigendom’ in de zin van artikel 1 EP EVRM.

Of sprake is van een breuk met de bestaande jurisprudentie moet worden afgewacht. Indien het EHRM metVékony t. Hongarije wilde breken met zijn eerdere jurisprudentielijn, had het in de rede gelegen dat het EHRM de inbreuk zou toetsen aan regels met betrekking tot de ‘ontneming’ van eigendom. In overweging 35 van het arrest doet het EHRM dat uitdrukkelijk niet en blijft het de intrekking van een vergunning toetsen aan de regels die gelden met betrekking tot de ‘regulering’ van eigendom. Het is niettemin interessant om de jurisprudentie van het EHRM op dit punt in de gaten te blijven houden.

Het bericht ‘De vergunning als ‘eigendom in de zin van artikel 1 EP EVRM‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Team

Related news

20.06.2018 NL law
Op weg naar één Europese spoorwegruimte: de aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan het Europese recht

Articles - Het zogenaamde 'Vierde Spoorwegpakket' zal belangrijke gevolgen hebben voor de Europese spoorwegruimte. De Nederlandse regering maakt goede vaart met de aanpassing van het nationale recht aan de eisen die uit het Vierde Spoorwegpakket voortvloeien. Inmiddels is een daartoe strekkend wetsvoorstel aanhangig bij de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft eind vorige maand het verslag van haar bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel uitgebracht.

Read more

20.06.2018 BE law
Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Articles - Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's. Een stand van zaken.

Read more

20.06.2018 NL law
Naar een volwaardig recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces onder het EVRM?

Articles - Het recht op een toegang tot de rechter en een eerlijk proces van artikel 6 EVRM is één van de hoekstenen van dit verdrag. Naast strafzaken en zaken over bestuurlijke boetes vallen de meeste andere geschillen onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Dit omdat er volgens de autonome Straatsburgse uitleg al snel sprake is van een geschil over de vaststelling van ‘civil rights and obligations’ als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Read more

13.06.2018 NL law
B&W zijn niet bevoegd om een ontwerp verklaring van geen bedenkingen op te stellen in het kader van een projectomgevingsvergunning

Articles - De gemeenteraad is bevoegd tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) in het kader van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 aanhef sub a en onder 3 Wabo (de projectomgevingsvergunning). Hoewel de bevoegdheid tot verlening van een dergelijke vergunning berust bij het college van burgemeester en wethouders, is het college niet bevoegd een ontwerpbesluit voor de vvgb voor te bereiden en ter inzage te leggen. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 mei 2018.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring