Short Reads

Algemene Rijksregels in de Omgevingswet: hoe ver reikt de macht van het Rijk?

Algemene Rijksregels in de Omgevingswet: hoe ver reikt de macht van het Rijk?

Algemene Rijksregels in de Omgevingswet: hoe ver reikt de macht van het Rijk?

20.10.2014 NL law

1. ALGEMEEN

Een van de zes kerninstrumenten van de Omgevingswet vormt de categorie ‘algemene rijksregels’. Deze rijksregels bevatten een generieke basisbescherming voor het gehele land en zijn niet locatie specifiek(MvT p. 40 en p. 52). De algemene rijksregels komen in de twee amvb’s over activiteiten in de fysieke leefomgeving. De algemene rijksregels zijn geen instructieregels. 

De instructieregels, die in het Besluit leefomgeving zullen worden opgenomen, zijn de regels die alleen bestuursorganen binden. De instructieregels van het Rijk worden geregeld in hoofdstuk 2 van de Omgevingswet. De algemene Rijksregels worden geregeld in hoofdstuk 4 van de Omgevingswet.

Artikel 4.3 van de Omgevingswet biedt de wettelijke grondslag voor de algemene rijksregels. Artikel 4.3, lid 1, Omgevingswet bepaalt limitatief voor welke activiteiten, die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving verplicht algemene regels worden opgesteld. Dit betreft, bijvoorbeeld, bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en in standhouden van bouwwerken. Het huidige Bouwbesluit 2012 vormt de kern van de algemene rijksregels die onder deze categorie vallen. Daarnaast is het verplicht om voor milieubelastende activiteiten algemene rijksregels op te stellen. Het huidige Activiteitenbesluit milieubeheer vormt de kern van de algemene rijksregels voor milieubelastende activiteiten (MvT, p. 29).

Artikel 4.3, lid 2, Omgevingswet bepaalt in welke gevallen rijksregels kunnen worden opgesteld. Het betreft hier ontgrondingsactiviteiten, stortingsactiviteiten op zee en beperkingen gebied activiteiten met betrekking tot een luchthaven, een spoorweg, lokale spoorweg of bijzondere spoorweg.

In het algemeen geldt dat bij het opstellen van rijksregels het Rijk moet nagaan of die regel nodig is met het oog op een nationaal belang en of dat nationale belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het provinciebestuur of gemeentebestuur kan worden behartigd. Daarnaast kan het Rijk rijksregels vaststellen als zij dat nodig vindt voor een doelmatige of doeltreffende uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet. Die laatste categorie biedt zoveel mogelijkheden om toch op rijksniveau regels te stellen, dat ervoor moet worden gewaakt dat het rijk niet teveel naar zich toetrekt. Ten slotte kunnen rijksregels worden gesteld op grond van internationaalrechtelijke verplichtingen.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in de algemene regels die uitvoeringstechnische, administratieve en meet- of rekenvoorschriften inhouden.

De artikelen 4.20 tot en met 4.28 Omgevingswet bepalen vervolgens per categorie, zoals genoemd in artikel 4.3 Omgevingswet, met het oog waarop regels worden gesteld en wat die regels in elk geval zullen bevatten. Zo bepaalt artikel 4.20 Omgevingswet dat rijksregels voor activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving, zoals opgesomd in artikel 4.3 Omgevingswet, in elk geval worden gesteld ter uitvoering van de in artikel 4.20 Omgevingswet genoemde richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn afvalstoffen.

Artikel 4.21 Omgevingswet bepaalt dat rijksregels voor bouwactiviteiten in elk geval regels bevatten met het oog op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en duurzaamheid.

Artikel 4.22 Omgevingswet bevat de bepaling dat rijksregels over milieubelastende activiteiten worden gesteld met het oog op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu. De wet bepaalt dat de regels er in elk geval toe strekken dat de best beschikbare technieken worden toegepast (artikel 4.22, lid 2, onder b, Omgevingswet).

2. INHOUD VAN DE RIJKSREGELS

De systematiek van de algemene regels is zo opgebouwd dat zij moeten voorkomen dat burgers of bedrijven per geval toestemming moeten vragen. In het algemeen geldt dus dat algemene regels niet voorzien in een vergunningplicht. In zoverre is er een relatie met artikel 5.1, lid 2, Omgevingswet. Dat artikel bepaalt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten, voor zover het betreft een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. Het Rijk streeft er naar om zoveel mogelijk te werken met algemene regels, om te voorkomen dat per geval om een vergunning moet worden aangevraagd.

Artikel 4.4 Omgevingswet voorziet er in dat, waar nodig, een activiteit pas kan worden uitgevoerd als een melding is gedaan. In de rijksregel zal dan worden bepaald dat het verboden is de activiteit binnen een termijn na de melding, niet uit te voeren, om het bevoegd gezag de gelegenheid te geven om zich van de melding te vergewissen en zonodig maatregelen te nemen.

Artikel 4.5 Omgevingswet voorziet erin dat het bevoegd gezag, indien en voor zover dat bij de rijksregels is toegestaan, maatwerkvoorschriften kan stellen voor in de rijksregels aan te geven gevallen. Maatwerkvoorschriften bieden de mogelijkheid van individueel maatwerk. De memorie van toelichting (MvT, p. 611) noemt het voorbeeld van strengere eisen wat betreft energiezuinigheid voor nieuw te bouwen gebouwen. Als het wenselijk wordt gevonden om gemeentes de mogelijkheid te geven om per geval strengere eisen voor te schrijven voor nieuwbouwwoningen dan de algemene rijksregels op grond van artikel 4.21 voorschrijven, dan biedt artikel 4.5 daarvoor de grondslag. De toepassing van maatwerkvoorschriften geschiedt in de vorm van een beschikking. Als voor de activiteit ook een omgevingsvergunning is vereist, kunnen de rijksregels bepalen dat maatwerkvoorschriften aan die vergunning worden verbonden. Artikel 4.5 Omgevingswet bouwt voort op de mogelijkheden die op dit moment al in verschillende wetten zijn opgenomen, zoals in de artikelen 8.42 en 8.42a van de Wet milieubeheer, 6.6, tweede lid, van de Waterwet en 7, 7a en 13 van de Woningwet.

Ook kan voor een bepaald gebied een uitzondering worden gemaakt op de rijksregels. Dit noemt de Omgevingswet maatwerkregels (artikel 4.6). Voor zover de rijksregels het toestaan, kan bijvoorbeeld in een omgevingsplan of omgevingsverordening, worden bepaald dat voor een bepaalde locatie de rijksregels niet gelden of ervan mag worden afgeweken.

Artikel 4.7 Omgevingswet voorziet in een mogelijkheid dat toestemming kan worden verleend om in plaats van een voorgeschreven rijksregel, een gelijkwaardige maatregel te treffen, waarmee tenminste hetzelfde resultaat wordt bereikt. Dit soort gelijkwaardigheidseisen zijn ook wel bekend uit het bouwbesluit. Nu gaan zij gelden voor het gehele omgevingsrecht.

In het uiterste geval kan het bevoegd gezag strengere regels stellen in de vergunning, mits dat in de rijksregels is toegestaan.

3. BEVOEGD GEZAG BIJ RIJKSREGELS

Tenzij de rijksregels anders bepalen, is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag waaraan melding wordt gedaan, een maatwerkvoorschrift kan stellen of dat beslist op een aanvraag om de toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel (artikel 4.9 Omgevingswet). Artikel 4.11 Omgevingswet bepaalt dat Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn voor de rijksregels daar waar het betreft het gelegenheid bieden tot het zwemmen en baden en het bereiken van stoffen in het grondwater. Ingevolge artikel 4.12 is het Rijk het bevoegd gezag van rijksregels met betrekking tot in dat artikel genoemde onderwerpen, zoals  milieubelastende activiteiten met betrekking tot een mijnbouwwerk waarbij nationale veiligheidsbelangen zijn betrokken.

Artikel 4.13 Omgevingswet voorziet erin dat gevallen worden aangewezen waarin een bestuursorgaan bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning ook het bevoegd gezag is voor de handhaving van de rijksregels. Dat geldt in elk geval voor de (oude) IPPC inrichtingen, thans installaties als bedoeld in bijlage 1 bij de Richtlijn Industriële Emissies (‘RIE’) en de milieubelastende activiteiten waarop de Seveso-richtlijn van toepassing is. Dit zijn naar huidig recht de zogeheten BRZO-inrichtingen (MvT, p. 490). De reden hiervoor is dat wordt voorkomen dat er voor IPPC-installaties en BRZO-bedrijven verschillende bestuursorganen bevoegd gezag zouden zijn voor in die installaties of bedrijven gecombineerd verrichte milieubelastende activiteiten.

4. SLOTSOM

De Omgevingswet biedt het Rijk veel mogelijkheden om bij algemene regels eisen te stellen aan de fysieke leefomgeving. Deze regels worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Het Rijk zal de verleiding moeten weerstaan om niet zelf veel te willen regelen, maar zich te houden aan het uitgangspunt van de Omgevingswet: “decentraal, tenzij”.

Dit is een blog in een serie over de Omgevingswet. Tot het einde van het jaar kunt u meer blogs over de Omgevingswet lezen op www.stibbeblog.nl. Een overzicht van alle blogberichten kunt u ook vinden opwww.pgomgevingswet.nl (onder documenten).

 

 

Related news

25.04.2018 NL law
Het recht om fouten te maken

Short Reads - Nederland moet nagaan of het zinvol is een wet in te voeren ‘die er kort gezegd op neerkomt dat de burger fouten kan maken zonder dat dit onmiddellijk als overtreding of fraude wordt gezien’. Dit adviseert de Raad van State in zijn recente jaarverslag over 2017.

Read more

25.04.2018 NL law
Relativiteit, de correctie-Widdershoven en het keurslijf van het gelijkheidsbeginsel (NTB 2018/19)

Articles - Na de introductie van het bestuursrechtelijk relativiteitsvereiste bleef één vraag boven de markt hangen. Dit was de vraag of dit relativiteitsvereiste ook zou moeten worden uitgerust met een correctie-Langemeijer-achtige correctie. Inmiddels heeft de Afdeling al weer enige tijd zo’n correctie aanvaard, op voorspraak van Staatsraad Advocaat-Generaal Widdershoven. In de zogenoemde slijterijzaken heeft de Afdeling deze correctie-Widdershoven voor het eerst laten slagen.

Read more

23.04.2018 BE law
La Région wallonne encadre la location de surfaces commerciales de courte durée

Articles - Phénomène économique en constante progression, les commerces éphémères – ou « pop-up stores » – font désormais l’objet d’un cadre juridique spécifique en Région wallonne, destiné à lever l’insécurité juridique qui planait sur les baux commerciaux consentis pour une durée inférieure à un an.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring