Short Reads

Uitvoeringsdilemma’s bij de beëindiging van langdurige subsidierelaties en wettelijke taken

Uitvoeringsdilemma’s bij de beëindiging van langdurige subsidierelaties en wettelijke taken

Uitvoeringsdilemma’s bij de beëindiging van langdurige subsidierelaties en wettelijke taken

28.07.2014 NL law

De beëindiging van een langdurige subsidierelatie dient bijtijds te worden aangekondigd. Wanneer deze aankondiging plaatsvindt op een moment dat er nog onzekerheid bestaat over het voortbestaan van de daarmee samenhangende wettelijke taak, dan ontstaat er voor de subsidie-ontvangende instelling een dilemma: enerzijds is er een noodzaak tot het afbouwen van de subsidiebestedingen, terwijl anderzijds de wettelijke taak (vooralsnog) blijft bestaan.

Twee voorbeelden

Een voorbeeld van dit dilemma vormen de bureaus Jeugdzorg die op grond van de huidige Wet op de Jeugdzorg de taak hebben om jeugdzorg te verlenen, maar deze taak zullen verliezen na inwerkingtreding van de Jeugdwet. Op grond van die wet verkrijgen de gemeenten per 1 januari 2015 de jeugdzorgtaak. Gelet op het verdwijnen van hun wettelijke taak hebben onder meer Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel voortijdig de beëindiging van de subsidie aangekondigd. Het hiertegen door Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel ingestelde beroep is eerder door de rechtbank Overijssel op 3 februari 2014 gegrond verklaard (ECLI:NL:RBOVE:2014:432 en AB 2014, 143).

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft recent op 2 juli 2014 het hoger beroep van 22 MEE-organisaties in een soortgelijke kwestie ongegrond verklaard ((ECLI:NL:RVS:2014:2463). De MEE-organisaties ondersteunen mensen met een beperking op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en ontvangen hiervoor subsidie van het Zorginstituut Nederland (voorheen genaamd: het College voor zorgverzekeringen). Hun wettelijke taak wordt met de inwerkingtreding van de nieuwe Wmo op 1 januari 2015 echter overgeheveld naar de gemeenten, zodat het Zorginstituut al in juli 2013 aanleiding zag om de beëindiging van de subsidie aan te kondigen.

De wettelijke criteria voor beëindiging van een langdurige subsidierelatie

Een langdurige subsidierelatie, zoals bij de MEE-organisaties en de bureaus Jeugdzorg aan de orde is, mag echter niet zonder meer worden beëindigd. Dit bepaalt artikel 4:51 Algemene wet bestuursrecht. Beëindiging van een langdurige subsidierelatie is pas toegestaan, wanneer (i) die beëindiging is ingegeven door ‘veranderde omstandigheden’ of ‘gewijzigde inzichten’, en (ii) er een ‘redelijke termijn’ tussen de aankondiging van de beëindiging en het moment van de daadwerkelijke beëindiging van de subsidierelatie in acht wordt genomen. Deze redelijke termijn moet de subsidieontvanger in staat stellen maatregelen te treffen om de gevolgen van de beëindiging van de subsidierelatie op te vangen en vangt aan op het moment van aankondiging dat de subsidierelatie zal worden beëindigd.

De subsidiestop wordt in de praktijk veelal al aangekondigd op een moment dat nog niet zeker is of de daarmee samenhangende wettelijke taak ook komt te vervallen. Ook is vaak de ingangsdatum van de benodigde wetswijziging nog onzeker. Instellingen of instanties die een wettelijke taak uitvoeren komen in dit verband vaak in een dilemma terecht: de subsidiebestedingen moeten al worden afgebouwd op een moment dat er nog wel een verplichting bestaat om de nog geldende wettelijke taak uit te voeren. Er moet bijvoorbeeld al voortijds personeel worden ontslagen, terwijl datzelfde personeel voor uitvoering van de wettelijke taak zorgt. Een overgangssubsidie of de vergoeding van frictiekosten kan dit soort dilemma’s voorkomen, maar bestuursorganen zetten deze instrumenten (vanuit kostenoogpunt begrijpelijkerwijs) niet telkens in.

De bureaus Jeugdzorg en MEE-organisaties betoogden dat hun subsidieverstrekkers geen ‘redelijke termijn’ in acht hebben genomen bij de aankondiging om de subsidie te beëindigen. Zoals gezegd heeft de rechtbank bureau Jeugdzorg Overijssel hierin gelijk gegeven. Volgens de rechtbank hadden Gedeputeerde Staten gezien de onzekerheden (destijds) rondom de nieuwe Jeugdwet niet abrupt de subsidierelatie mogen beëindigen en hadden zij veeleer moeten kiezen voor een ‘zachte landing’ door bijvoorbeeld het instellen van een overgangsregeling.

De Afdelingsuitspraak van 2 juli 2014

De Afdeling beslist in de procedure van de MEE-organisaties anders, ondanks dat die organisaties nog naar de hiervoor aangehaalde rechtbankuitspraak verwijzen. Weliswaar was ten tijde van de aankondiging van de beëindiging van de subsidierelatie (juli 2013) nog onduidelijk of de nieuwe Wmo inderdaad op 1 januari 2015 in werking zou gaan treden (inmiddels is deze wet op 8 juli jl. door de Eerste Kamer aangenomen). Maar op het moment van de aankondiging stond al wel vast dat de financiering van die organisaties zou wijzigen. Met ingang van 1 januari 2015 zullen onder andere de MEE-organisaties vanuit het gemeentefonds worden gefinancierd en niet langer op basis van een subsidieregeling. De Afdeling concludeert op basis daarvan dat het Zorginstituut een redelijke termijn in acht heeft genomen (aankondiging in juli 2013 – beëindiging subsidie per januari 2015) zonder daarbij op het inhoudelijke dilemma (hoeven) in te gaan.

Gezien verschillende voorgenomen omvangrijke wetswijzigingen (in de zorg) schat ik in dat de Afdeling in de nabije toekomst alsnog (opnieuw) de belangrijke vraag voorgelegd zal krijgen of er een redelijke termijn is aangevangen bij een aankondiging van de beëindiging van een langdurige subsidierelatie op een moment dat er nog onzekerheden over het voortduren van de wettelijke taken bestaan. In dat geval zal mogelijk niet kunnen worden teruggegrepen op een reeds veranderde financiële grondslag en dient er een inhoudelijke beoordeling te komen van het geschetste dilemma.

 

Team

Related news

05.08.2020 NL law
ACM is verplicht om het besluit waarin zij afziet tot oplegging van een boete te publiceren

Short Reads - De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet ACM) verplicht de ACM om een besluit waarbij een ernstige overtreding (zoals overtreding van het kartelverbod) is geconstateerd, maar waarbij is afgezien van het opleggen van een boete toch openbaar te maken. Een dergelijk besluit beschouwt het CBb als een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de zin van artikel 12v van de Instellingswet ACM. Dat oordeelt het CBb in haar uitspraak van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92).

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more

27.07.2020 NL law
De Whatsapp-conversatie tussen Grapperhaus en Halsema: ook openbaar via de Wob?

Short Reads - Deze heb je vastgelegd voor de Wob Zo luidde een van de berichten van de Whatsapp-correspondentie tussen burgemeester Halsema van Amsterdam en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid over de demonstratie op de Dam, die plaatsvond op 1 juni 2020. Een angst van menig bestuurder werd waarheid: de gehele conversatie stond dezelfde dag nog afgedrukt op alle nieuwswebsites. Deze correspondentie werd openbaar gemaakt op grond van artikel 68 van de Grondwet, dat kort gezegd de informatieplicht van bewindslieden aan het parlement regelt.

Read more

21.07.2020 NL law
Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030 vrijgegeven voor inspraak

Short Reads - Van 1 juli tot 31 augustus 2020 legt de gemeente Amsterdam het Vestigingsbeleid Datacenters gemeente Amsterdam 2020 - 2030 ter inzage voor inspraak. Na de inspraakperiode wordt het vestigingsbeleid ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In dit blog bespreken wij de hoofdlijnen van het vestigingsbeleid: nieuwe datacenters zijn onder strenge voorwaarden en op beperkte schaal welkom in gemeente Amsterdam. Met dit beleid wordt vervolg gegeven aan het voorbereidingsbesluit datacenters, dat ook in dit bericht wordt besproken.

Read more