Articles

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

01.05.2012 NL law

A.  Nieuwe wet en regelgeving per 1 juli 2012 
 
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wet- en regelgeving die op 1 juli in werking is getreden.
Daarnaast worden nog enkele andere wetgevingsontwikkelingen gesignaleerd. 

1.  Wet markt en overheid: gedragsregels voor overheden bij economische activiteiten 
 
Op 1 juli 2012 zijn de Wet markt en overheid  en het Besluit markt en overheid  in werking getreden. Deze wetgeving bevat gedragsregels voor overheden bij commerciële activiteiten. Het doel van deze regels is het voorkomen van oneerlijke concurrentie door overheden bij het verrichten van marktactiviteiten. Zo moeten overheden ten minste alle integrale kosten van een economische activiteit doorberekenen in de verkoopprijs. Daarnaast mogen overheden hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven concurrerende bedrijven. Verder mogen overheden de gegevens waarover ze beschikken niet hergebruiken voor andere, economische activiteiten, tenzij andere organisaties of bedrijven ook (onder dezelfde voorwaarden) over die gegevens kunnen beschikken.
Ten slotte bevat de wet een verplichting tot functiescheiding: als een overheid bij bepaalde economische activiteiten een bestuurlijke rol heeft en die economische activiteiten ook zelf uitvoert, mogen niet dezelfde personen betrokken zijn bij de bestuurlijke en de economische activiteiten van die organisatie.
In de Stibbe Competition Law Newsletter van 3 juli jl. worden de gevolgen van de wet verder toegelicht. 
 
2.   Wet Nerpe: nieuwe instrumenten om publieke entiteiten Europese regels te laten naleven 
 
Wet NErpe staat voor 'Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten'. Ook deze wet is op 1 juli in werking getreden.
Het doel van deze wet is de bevordering van de naleving van het Europese recht door publieke entiteiten, in het bijzonder decentrale overheden.
Als de Europese Commissie van mening is dat een lidstaat zijn verplichtingen niet nakomt, kan zij de lidstaat voor het Hof van Justitie van de Europese Unie dagen. Daarbij kan de Commissie bijvoorbeeld een boete of last onder dwangsom of de terugbetaling van Europese subsidies eisen. De Commissie stelt dus altijd de lidstaat Nederland en niet de publieke entiteit (bijvoorbeeld gemeente of provincie) die de regel heeft geschonden aansprakelijk. Tot op heden had de Rijksoverheid onvoldoende instrumenten om de naleving van Europese regelgeving af te dwingen bij die andere publieke entiteiten. De wet introduceert nu een aanwijzingsbevoegdheid en verhaalsrecht voor de Rijksoverheid. De aanwijzingsbevoegdheid houdt in dat als een publieke entiteit Europese regels niet of onvoldoende naleeft, de minister die het aangaat de publieke entiteit (na overleg) een aanwijzing kan geven om binnen een bepaalde termijn alsnog aan die rechtsplicht te voldoen. Het verhaalsrecht heeft tot gevolg dat de betrokken minister het geld dat gemoeid is met de betaling van de boete of dwangsom of de terugbetaling van subsidie kan verhalen op de publieke entiteit die de regel heeft geschonden. Van belang is ten slotte nog dat de instrumenten kunnen worden gericht tot 'publieke entiteiten'. Dit zijn niet alleen alle bestuursorganen (zoals gemeenten en provincies), maar ook alle overige aanbestedende diensten, overheidsbedrijven, bedrijven of instellingen waaraan een bijzonder of uitsluitend recht is verleend als bedoeld in de nutsrichtlijn en overige concessiehouders als bedoeld in de aanbestedingsrichtijn. 
 
3.  Nieuwe regels geluidbeleid: geluidproductieplafonds (Swung 1) 
 
Op 1 juli 2012 treden de Wet modernisering instrumentarium geluidbeleid, geluidproductieplafonds, de Invoeringswet geluidproductieplafondshet Besluit geluid milieubeheer en het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds (grotendeels) in werking. Deze regelgeving wordt ook wel aangeduid als Swung (Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid)-1. De nieuwe regels hebben betrekking op wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen, samen “de Rijksinfrastructuur”. Aan de Wet milieubeheer is een nieuw hoofdstuk 11 over geluid toegevoegd. 
 
4.  Bouwbesluit 2012: nieuwe berekeningsmethodiek energieprestatie gebouwen verplicht 
 
Op 1 juli 2012 zijn afdeling 6.12 en artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 in werking getreden. Op grond van afdeling 6.12 moet een te bouwen gebouw zodanig zijn dat onderhoud aan het gebouw veilig kan worden uitgevoerd. Artikel 5.2 betreft het energieprestatiecoëfficiënt. Dit betekent dat de NEN-norm 'Energieprestatie van gebouwen' (NEN 7120) verplicht wordt. Nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen moeten aan deze norm voldoen. 
 
5.  Gebiedsgerichte aanpak van de verontreiniging van het diepere grondwater 
 
Op 1 juli 2012 treedt de Wet Gebiedsgerichte aanpak van de verontreiniging van het diepere grondwater in werking. De wet wijzigt de Wet bodembescherming. De wet biedt op basis van vrijwilligheid de mogelijkheid tot een gebiedsgerichte aanpak van de verontreiniging van het diepere grondwater met als doel gebiedsontwikkeling mogelijk te maken.

6.  Rijkssubsidies: maximale looptijd van vijf jaar 
 
De Aanwijzingen voor de Subsidieverstrekking worden gewijzigd. Voortaan moeten alle subsidieregelingen van de Rijksoverheid een tijdstip bevatten waarop die regeling vervalt. De duur mag niet langer zijn dan vijf jaar. De wijziging is op 1 juli 2012 in werking getreden (Stcrt. 2012, 13009). 
 
7.  Wijziging regelgeving over bescherming persoonsgegevens 
 
Op 1 juli 2012 treedt het Besluit van 5 maart 2012, houdende wijziging van het Besluit kostenvergoeding rechten betrokkene Wbp, het Meldingsbesluit Wbp en het Vrijstellingsbesluit Wbp in verband met vermindering van administratieve lasten in werking. De belangrijkste doelstelling van dit besluit is de reductie van de administratieve lasten. Zo wordt het aantal verplichte meldingen van gegevensverwerkingen teruggebracht. Daarnaast is een voorziening getroffen voor een vereenvoudiging van de meldplicht voor grote ondernemingen. 
 
8.  Wijziging van de Telecommunicatiewet: cookies en netneutraliteit 
 
Het kan u niet ontgaan zijn, op 5 juni 2012 is aan de Telecommunicatiewet een 'cookiebepaling' toegevoegd (art. 11.7a Tw). De gebruiker van een website moet vooraf toestemming geven als er cookies op zijn computer worden geplaatst. Een cookie is een klein bestand dat internetinstellingen opslaat op de computer van de gebruiker. Deze verplichting geldt voor alle websites sinds 5 juni jl., maar pas vanaf 1 januari 2013 moet bij het gebruik van cookies, waarmee surfgedrag wordt gevolgd, aangetoond kunnen worden dat geen persoonsgegevens worden verwerkt. Daarnaast wordt per 1 januari 2013 een verplichting tot 'netneutraliteit' in de Telecommunicatiewet (art. 7.4a Tw) opgenomen. Netneutraliteit verplicht aanbieders van communicatienetwerken en internettoegangsdiensten een vrije toegang tot het internet te bieden. Concreet houdt dit in dat specifieke internetdiensten zoals Skype, WhatsApp of Viber niet mogen worden geblokkeerd of extra belast. De wijzigingswet en het wijzigingsbesluit zijn hier te downloaden. Daarnaast heeft OPTA een lijst met veel gestelde vragen en antwoorden over de cookiebepaling opgesteld. 
 
9.  Bestuurlijke strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten 
 
Met ingang van 1 mei 2012 is het Besluit OM-afdoening gewijzigd in verband met de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking. Milieuovertredingen kunnen nu ook door de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUDs) (en zolang die er nog niet zijn door gedeputeerde staten) met een geldboete worden bestraft. Het doel van dit nieuwe instrument is om meer 'lik-op-stuk' te kunnen handhaven. In het Staatsblad is een lijst gepubliceerd met de milieufeiten waarvoor deze strafbeschikking kan worden opgelegd. De nieuwe regels zijn uitgewerkt in de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten. 

10.  Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen 
 
Deze wet bevat een (expliciete) wettelijke beperking van de aansprakelijkheid van de Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daarnaast bevat de wet een bonusverbod voor staatsgesteunde ondernemingen. De wet is deels in werking getreden op 20 juni jl., zal deels bij KB in werking treden en heeft deels terugwerkende kracht tot 6 oktober 2011.  
 
11.  Goedkeuring aparte de-minimisverordening DAEB 
 
De Europese Commissie heeft eind april een de-minimisverordening voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB) aangenomen.  
 
12.  Handleiding geur 
 
Infomil heeft een Handleiding geur gepubliceerd. Deze handleiding heeft betrekking op industriële luchtemissies en beoogt uit te leggen hoe provincies en gemeenten het aanvaardbaar hinderniveau voor geur van bedrijfsmatige activiteiten kunnen bepalen en handhaven. Stibbe is betrokken geweest bij de beoordeling van de concept-handleiding. 
 
13.  Twee wetsvoorstellen tot aanpassing van de Wet openbaarheid van bestuur 
 
Eind mei heeft GroenLinks een concept-initiatiefwetsvoorstel gepubliceerd voor een nieuwe Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Uitgangspunt is een grotere openbaarheid van overheidsinformatie. Op 2 juli heeft de regering een concept-wetsvoorstel gepubliceerd dat de werking van de Wob juist gedeeltelijk beperkt: de overheid hoeft onredelijke verzoeken om informatie niet in behandeling te nemen. Het concept-initiatiefwetsvoorstel voor een nieuwe Wob heeft de volgende uitgangspunten: (i) toegang tot overheidsinformatie wordt een recht in plaats van gunst, (ii) er komt er een onafhankelijke informatiecommissaris die toezicht houdt op openbaarheid, naar internationaal voorbeeld, (iii) ook de Tweede Kamer, de Raad van State en semipublieke instellingen worden transparant, (iv) openbaarheid wordt de regel, uitzonderingen worden verscherpt en (v) informatie komt sneller en systematisch digitaal beschikbaar, vindbaar met een register, in open standaard en geschikt voor hergebruik. Het concept is te downloaden op http://nieuwewob.nl/.

Het andere concept-wetsvoorstel is de Wet aanpassing Wob. Het voorstel regelt dat de overheid onredelijke verzoeken om informatie niet in behandeling hoeft te nemen. Bij zeer omvangrijke verzoeken kan onder bepaalde voorwaarden de beslistermijn worden opgeschort en is het mogelijk deze verzoeken alleen voor een bepaald deel te behandelen. Ook dit voorstel vergemakkelijkt het hergebruik van openbare overheidsinformatie en er wordt een uniforme kostenregeling voorgesteld. Ten slotte bevat het wetsvoorstel regelingen voor zogenaamde bijzondere verstrekkingen. Het voorstel is gepubliceerd op: http://www.internetconsultatie.nl/wetaanpassingwob. Tot 1 oktober 2012 is het mogelijk te reageren op dit voorstel. 
 
14.  Overige wijzigingen 
 
De hiervoor genoemde wijzigingen zijn slechts een selectie. Alle wetgeving die op 1 juli jl. is gewijzigd is te vinden op Antwoord voor bedrijven.  
 
B. Jurisprudentie 
 
15.  Hoge Raad maakt het de overheid niet gemakkelijker: contracteren als overheid
 
Een voorbehoud van instemming van het bestuur biedt de overheid niet altijd de verwachte bescherming in onderhandelingen met een private partij. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad van 1 juni 2012. Het is riskanter geworden voor gemeenten, provincies en andere overheden om te onderhandelen onder voorbehoud van instemming van het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of een ander bestuursorgaan. Het blijkt namelijk mogelijk dat er een overeenkomst met een private partij tot stand komt, ondanks het feit dat een voorbehoud van instemming van het college is gemaakt en het college besluit niet met de voorgelegde overeenkomst in te stemmen. Meer over deze uitspraak is te lezen in deze Stibbe alert.  
 
16. Geen zelfstandig beroep mogelijk tegen provinciale ontheffingen
 
Tegen een ontheffing van een provinciale ruimtelijke verordening kunnen pas rechtsmiddelen worden aangewend bij het besluit waarop het betrekking heeft, meestal het bestemmingsplan. Deze geconcentreerde rechtsbescherming volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juni 2012. Deze uitspraak geeft antwoord op twee vragen waar de praktijk nog geen antwoord op had, namelijk (i) kan tegen een provinciale ontheffing een bezwaarschrift ingediend worden, en (ii) is een verordening met ontheffingsstelsel überhaupt wel in overeenstemming met de Wet ruimtelijke ordening (Wro)?

De Afdeling oordeelt dat tegen de ontheffing met het oog op een doelmatige rechtsgang pas rechtsmiddelen kunnen worden aangewend bij het besluit waarop het betrekking heeft. In dit geval was dat een bestemmingsplan. De bezwaren tegen de verleende ontheffing kunnen ten volle aan de orde worden gesteld in de beroepsprocedure over het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan en de ontheffing worden voor de mogelijkheid van beroep als één besluit aangemerkt. Het is dus niet mogelijk om tegen de ontheffing eerst bezwaar te maken. Volgens de Afdeling is een provinciale ontheffing een op het ontwerpbestemmingsplan betrekking hebbend stuk. Dit betekent dat zo'n ontheffing in beginsel met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd (art. 3:11 Awb).

Het systeem van ontheffingverlening is daarnaast niet in strijd met de Wro. De bevoegdheid in artikel 4.1 lid 1 Wro omvat volgens de Afdeling de bevoegdheid om in de verordening uitvoeringsbevoegdheden (zoals ontheffingsbevoegdheid) aan gedeputeerde staten toe te kennen. De Afdeling vindt steun voor deze opvatting in de parlementaire geschiedenis van de Wro. De bevoegdheid om ontheffing te verlenen is daarnaast geen vorm van toestemming als bedoeld in artikel 10:32 Awb.

Met deze uitspraak zijn nog niet alle vragen beantwoord. Zo bleef ten eerste onduidelijk of tegen de weigering van een ontheffing wel rechtsmiddelen konden worden aangewend. De Afdeling heeft op 13 juni 2012 antwoord gegeven op deze vraag. Volgens de Afdeling is van belang dat het niet te verwachten is dat een gemeenteraad na een weigering van een ontheffing alsnog een bestemmingsplan zal vaststellen. Dat bestemmingsplan zou dan immers in strijd met de provinciale verordening zijn. Daarom bestaat er (anders dan bij een verleende ontheffing) wel zelfstandige rechtsbescherming. Dit betekent dat de Afdeling in eerste en enige aanleg bevoegd is. Er is dus geen beroep bij de rechtbank mogelijk. Voordat beroep wordt ingesteld bij de Afdeling moet wel eerst bezwaar worden gemaakt, tenzij in de provinciale verordening is bepaald dat de procedure van afdeling 3.4. Awb wordt gevolgd.

Daarnaast is nog interessant dat er een wetsvoorstel aanhangig is dat de Wro zal wijzigen. In dit wetsvoorstel wordt voorzien in een uitdrukkelijke grondslag om ontheffingen te verlenen. Dit wetsvoorstel bevat een nieuw artikel 4.1a Wro dat bepaalt dat in een provinciale verordening kan worden bepaald dat gedeputeerde staten ontheffing kunnen verlenen 'voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen'. Als dit zou betekenen dat een ontheffingsbevoegdheid beperkt is tot bijzondere omstandigheden dan lijkt het wetsvoorstel een averechts effect te zullen hebben: in plaats van een verruiming van de Wro met een ontheffingsmogelijkheid, zou het - gelet op de uitspraak van de Afdeling – kunnen worden gezien als een beperking van de ontheffingsmogelijkheid tot bijzondere gevallen. 
 
17. Reactieve aanwijzing: gedeputeerde staten krijgen maar één kans 
 
Als een gemeenteraad een bestemmingsplan vaststelt waar gedeputeerde staten zich niet mee kunnen verenigen, kunnen gedeputeerde staten op grond van de Wro een reactieve aanwijzing geven. Een gevolg hiervan is dat het bestemmingsplan (voor het deel waar de aanwijzing betrekking op heeft) niet in werking treedt. Tegen deze aanwijzing staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als het beroep gegrond is, krijgen gedeputeerde staten geen kans om de aanwijzing te repareren. De Afdeling verbindt aan haar uitspraken over reactieve aanwijzingen (bijvoorbeeld LJN BW8874) namelijk standaard de overweging dat naar aanleiding van de uitspraak het gemeentebestuur het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onverwijld dient bekend te maken, waarna daartegen voor belanghebbenden beroep bij de Afdeling openstaat. Gedeputeerde staten zouden nog wel beroep kunnen instellen tegen dat bestemmingsplan, maar zij kunnen geen nieuwe reactieve aanwijzing geven. Wij adviseren provincies dan ook hier rekening mee te houden als zij een reactieve aanwijzing geven. 
 
18. Waterwet: welke besluiten en procedures moeten worden genomen en gevolgd voor een waterberging? 
 
Op grond van de Waterwet kan het algemeen bestuur van een waterschap besluiten nemen over de realisatie van een waterberging. Er bestond onduidelijkheid over de hiervoor te nemen besluiten en te volgen procedures. De Afdeling heeft daarom, mede ten behoeve van de duidelijkheid in de bestuurspraktijk, in een uitspraak van 25 april 2012 enkele opmerkingen gemaakt over het stelsel van de Waterwet. Volgens de Afdeling zijn er, blijkens de parlementaire geschiedenis van de Waterwet, bij waterberging juridisch drie elementen te onderscheiden, nl. (1) de aanwijzing van een gebied tot bergingsgebied, (2) de aanleg en de inrichting van het bergingsgebied en (3) de ingebruikstelling van het gebied als waterberging. Over deze drie elementen merkt de Afdeling het volgende op.

(1) De aanwijzing van een gebied tot bergingsgebied is primair een kwestie van ruimtelijke ordening, een planologische aanwijzing. Het gewenste bergingsgebied moet ruimtelijk worden ingepast. Daarnaast moet de beheerder het bergingsgebied opnemen op de legger. Bij deze aanwijzing op de legger worden de geografische ligging en de omvang van het bergingsgebied exact bepaald. Dit is nodig, omdat de besluitvorming ingevolge de Wro onvoldoende zekerheid biedt voor de bepaling van de exacte grenzen van het gebied waar de duldplicht betreffende wateroverlast en overstroming geldt.

(2) De aanleg en de inrichting van het bergingsgebied. Bij inrichtingsmaatregelen die nodig zijn voor de goede werking van een bergingsgebied kan het gaan om een in- of uitlaatwerk, een extra (vlucht)weg of kaden. Dit soort maatregelen moet ruimtelijk worden ingepast en de uitvoering van de maatregelen kan schade veroorzaken of andere nadelige gevolgen hebben. De beheerder dient voor de aanleg van een waterberging een projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet vast te stellen, waarin onder meer op deze aspecten wordt ingegaan.

(3) De ingebruikstelling van het gebied als waterberging. Afhankelijk van het soort bergingsgebied kan een gebied op een bepaald moment onder water lopen of kan de beheerder er water naartoe leiden. Dit vergt geen afzonderlijk besluit. De grondeigenaar moet dit ingevolge artikel 5.26 van de Waterwet dulden.

In de uitspraak van 25 april ging het om het tweede element: het projectplan voor de aanleg en inrichting van het bergingsgebied. Dit heeft gevolgen voor de toetsing van de beroepsgronden van de Afdeling. De Afdeling beoordeelt alleen de beroepsgronden die betrekking hebben op het projectplan. Beroepsgronden die bijvoorbeeld betrekking hebben op de noodzaak van een waterberging, hebben betrekking op de aanwijzing van het gebied als bergingsgebied en dat was in casu niet aan de orde. 
 
19. Chw uitgehold door gemeenten die een stichting oprichten? 
 
Op 2 mei 2012 heeft de Afdeling uitspraak gedaan in de procedure over de gasopslag Bergermeer. Op deze procedure is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing. Op grond van art. 1.4 Chw kunnen decentrale overheden niet procederen tegen besluiten van de Rijksoverheid (bijvoorbeeld een rijksinpassingsplan). In deze procedure was ook de 'Stichting Ondergrondse Opslag Bergermeer' opgericht. De minister betoogde dat deze stichting niet-ontvankelijk zou moeten zijn omdat zij op initiatief van het gemeentebestuur was opgericht met als doel om art. 1.4 van de Chw te omzeilen. De Afdeling oordeelt echter dat de Chw en Awb geen aanknopingspunten bieden om het beroep van de stichting om die reden niet-ontvankelijk te verklaren. De Afdeling toetst uitsluitend aan de eisen van art. 1:2 Awb en acht de stichting ontvankelijk. De vraag is nu of meer decentrale overheden die het niet eens zijn met een besluit van de Rijksoverheid een stichting gaan oprichten en of dit voor de wetgever reden zou kunnen zijn de Crisis- en herstelwet verder aan te scherpen. Thomas Sanders schreef een annotatie bij deze uitspraak in JM 2012/74.  
 
20. Eisen keurmerk bij aanbesteden verboden 
 
Op 10 mei 2012 heeft het Europese Hof van Justitie ("HvJ EU") uitspraak gedaan in de inbreukzaak die de Europese Commissie in oktober 2009 was gestart naar aanleiding van de door de provincie Noord-Holland (de "Provincie") georganiseerde aanbestedingsprocedure voor de levering, het installeren en onderhouden van koffieautomaten, alsmede de levering van ingrediënten ten behoeve van deze automaten (C-368/10). De Provincie had in haar aanbestedingsdocumentatie opgenomen dat zij voor de koffie- en theeconsumpties gebruikt maakt van het Max Havelaar- en EKO-keurmerk en dat de andere ingrediënten, zoals melk, suiker en cacao, indien mogelijk aan deze twee keurmerken dienden te voldoen. In het kader van de gunning zouden de deelnemers hiervoor punten toegekend krijgen. Het HvJ EU oordeelt dat het eisen van een keurmerk als zodanig – zonder de uitgangspunten van die keurmerken te hebben opgesomd – niet is toegestaan. Dit geldt zowel in het kader van de technische specificaties, als in het kader van de gunningscriteria. Ten aanzien van het keurmerk Max Havelaar oordeelt het Hof dat dit niet kwalificeert als een technische specificatie, maar als een uitvoeringsvoorwaarde, als bedoeld in artikel 26 van de richtlijn 2004/18/EG (de "Richtlijn"). Het keurmerk Max Havelaar duidt fairtradeproducten aan, die bij organisatie bestaande uit kleine producenten in ontwikkelingslanden zijn ingekocht tegen een eerlijke prijs en eerlijke handelsvoorwaarden. Dit strookt niet met de definitie van het begrip technische specificatie in de Richtlijn, aangezien deze definitie uitsluitend de kenmerken van de producten zelf en de vervaardiging, de verpakking of het gebruik ervan betreft. De definitie betreft niet de voorwaarden waaronder de leverancier de producten van de producent heeft betrokken. Ook oordeelt het Hof dat het niet is toegestaan om als minimumeis, ingevolge de artikelen 44 lid 2 en 48 van de Richtlijn, de voorwaarde op te nemen dat de inschrijvers voldoen aan de "criteria van duurzaam inkomen en maatschappelijk verantwoord ondernemen" en dat zij dienen aan te geven op welke wijze zij hieraan voldoen. Dit is in strijd met het transparantiebeginsel als bedoeld in artikel 2 van de Richtlijn, daar iedere redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver niet met zekerheid en volledig kan weten welke criteria door die vereisen worden gedekt. 

21. Hof: Gemeente moet een gebiedsontwikkelingsovereenkomst die in strijd is met aanbestedingsregels alsnog nakomen 
 
De gemeente Winsum (de "Gemeente") sloot op 20 december 2006 met projectontwikkelaar Montagne II B.V. ("Montagne") een gebiedsontwikkelingsovereenkomst met betrekking tot de "Sennema-locatie" te Winsum. Na inwerkingtreding van het bestemmingsplan, medio 2010, verzocht de Gemeente haar advocaat (alsnog) de aanbestedingsrechtelijke en staatssteunrechtelijke aspecten van het project te controleren. Deze advocaat signaleerde enige knelpunten op grond waarvan de Gemeente Montagne meedeelde dat de overeenkomst volgens haar nietig was wegens strijd met de Europese aanbestedings- en staatssteunregelgeving. De Gemeente wenste om die reden met Montagne tot een nieuwe, "uitgeklede", overeenkomst te komen. In dat kader liet de Gemeente de gronden taxeren. Het verschil met het oorspronkelijke bedrag dat partijen in de overeenkomst voor de gronden waren overeengekomen, bedroeg € 2,5 miljoen. Montagne en de Gemeente lukte het niet overeenstemming over de nieuwe overeenkomst te bereiken.
Op 1 februari 2011 liet de Gemeente aan Montagne weten dat zij haar verplichtingen uit de overeenkomst niet zou nakomen. Montagne maakte daarop een bodemprocedure aanhangig bij de rechtbank Groningen waarin zij nakoming van de overeenkomst vorderde. Tegelijkertijd startte zij de onderhavige kortgedingprocedure (waarin ook nakoming wordt gevorderd, o.a. levering van de percelen grond). In eerste aanleg oordeelt de voorzieningenrechter dat het project Europees had moeten worden aanbesteed en dat de overeenkomst vernietigbaar is. Tevens oordeelt de voorzieningenrechter dat de overeenkomst en de later tussen partijen gemaakte afspraken elementen van staatssteun bevatten en dat de overeenkomst om die reden nietig is. De vorderingen van Montagne worden afgewezen. Het Gerechtshof te Leeuwarden (het "Hof") komt op 15 mei 2012 tot een ander oordeel. In hoger beroep worden de vorderingen van Montagne toegewezen en wordt de Gemeente veroordeeld om mee te werken aan de levering van de percelen grond. Voor wat betreft de naleving van de aanbestedingsregels oordeelt het Hof dat de Gemeente zich niet wegens strijd met de aanbestedingsregels van haar verplichtingen uit de overeenkomst kan bevrijden. Uit de arresten Uneto/De Vliert (HR 22 januari 1999, NJ 2000/305) en Van der Stroom/Staat (HR 4 november 2005, NJ 2006/204) volgt immers dat strijd met de aanbestedingsregels niet tot gevolg heeft dat een overeenkomst nietig, vernietigbaar of anderszins onverbindend is. Daarbij wijst het Hof erop dat de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden niet van toepassing is op overeenkomsten, zoals de onderhavige, die zijn gesloten vóór 20 december 2009. Bovendien overweegt het Hof dat de rechtsbeschermingsrichtlijnen zijn geschreven ter bescherming van de belangen van de betrokken inschrijvers en bedrijven waaraan de mogelijkheid tot mededinging is ontnomen en niet ter bescherming van de aanbestedende dienst. De staatsteunregelgeving biedt volgens het Hof evenmin uitkomst voor de Gemeente daar de Gemeente niet heeft aangetoond dat aan alle vier de criteria van artikel 107 lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Het Hof kan derhalve niet vaststellen dat sprake is van een verplichting om de overeenkomst bij de Europese Commissie te melden. 
 
22. Hoge Raad: NEN-normen geen algemeen verbindende voorschriften en dus niet gratis
 
Op 22 juni 2012 is in een arrest geoordeeld dat NEN-normen geen algemeen verbindende voorschriften zijn. Op grond van de Woningwet en de daarop gebaseerde regelgeving moet in beginsel gebouwd worden conform NEN-normen. Volgens de Hoge Raad zijn algemeen verbindende voorschriften naar buiten werkende, de burgers bindende, regels die uitgaan van een orgaan dat de bevoegdheid tot die regelgeving aan de wet in formele zin ontleent. NEN-normen worden opgesteld door het NNI. Het NNI is geen orgaan dat de bevoegdheid heeft om regelgeving te maken. De NEN-normen zijn daarom geen algemeen verbindende voorschriften. Dat de NEN-normen worden genoemd in bouwregelgeving, maakt dit niet anders. Het gevolg van dit oordeel is dat NEN-normen niet vrij van auteursrecht zijn en dat de normen niet kosteloos ter beschikking gesteld hoeven te worden. 
 
C. Publicaties 
 
Hieronder volgt een selectie van recente publicaties van de Stibbe advocaten van Administrative Law & Real Estate. Door op de link te klikken kunt u de artikelen en annotaties downloaden.
Gemeentelijke grondbedrijven in een andere realiteit. Aanbevelingen voor gebiedsontwikkeling
Jan Reinier van Angeren (als onderdeel van de Kring van Adviseurs die is opgericht in het kader van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling van de TU Delft)
Artikel 6:98 BW opgepoetst; Een beschouwing over causaliteit als rechtspolitiek alternatief voor de relativiteitsleer
Tijn Kortmann en Jan van der Grinten, in: Barkhuysen e.a. (red.), Coulant compenseren? Over overheidsaansprakelijkheid en rechtspolitiek. Deventer: Kluwer 2012
Onrechtmatige rechtspraak in Nederland: coulanter compenseren?
Tom Barkhuysen e.a., in: Barkhuysen e.a. (red/), Coulant compenseren. Over overheidsaansprakelijkheid en rechtspolitiek. Deventer: Kluwer 2012
Waarheidsvinding in het bestuursrecht
Tom Barkhuysen en Ymre Schuurmans, NJB 2012/1265
De bestuurlijke boete en de evenredigheidstoets, een lege huls?
Christien Saris, NTB 2012/16
De wijzigingen van het ontwerpwetsvoorstel Natuur
Ingrid Viertelhauzen, TO 2012, afl. 1, p. 18 e.v.
Annotatie over de reikwijdte van de rechterlijke beoordeling van een gemeentelijk geheimhoudingsbesluit
Hugo Doornhof, Rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 20 maart 2012, JG12.0034
Annotatie over privaatrechtelijke overeenkomsten ter vervanging van bestemmingsplanvoorschriften
Hugo Doornhof, ABRvS 15 februari 2012, JG 12.0028
Annotatie over bestaande rechten bij een revisievergunning
Anna Collignon, ABRvS 7 december 2011, MenR 2012/51
Annotatie over de verandering van de beoordeling van het aspect volksgezondheid bij de verlening van milieuvergunningen
Anna Collignon ABRvS 8 februari 2012, MenR 2012/7
Annotatie: wanneer een emissienorm binnen de concentratierange van het BREF valt, is deze BBT
Anna Collignon, ABRvS 21 maart 2012, MenR 2012/92
Annotatie over het begrip één inrichting
Valérie van 't Lam ABRvS 14 december 2011, MenR 2012/67
Annotatie over het belanghebbendebegrip: persoonlijk of algemeen belang bij knoflookpaddenpoel
Thomas Sanders, ABRvS 1 februari 2012, JM 2012/57
Annotatie over de vraag of een gemeentelijke stichting ontvankelijk is bij een procedure waarop de Chw van toepassing is
Thomas Sanders, ABRvS 2 mei 2012, JM 2012/74 (Gasopslag bergermeer)
Annotatie over het belanghebbendebegrip: de feitelijke werkzaamheden van een rechtspersoon
Thomas Sanders ABRvS 2 mei 2012, JM 2012/75
Annotatie over de bewijslastverdeling in het onderwijsbekostigingsrecht
Machteld Claessens, ABRvS 23 november 2011, AB 2012/93
Annotatie over een immateriële schadevergoeding bij een ten onrechte opgelegd huisverbod
Tom Barkhuysen en Simon Boersen, ABRvS 16 mei 2012, JG12.0042
Annotatie over beleid bij actualisatie van bestemmingsplannen: beperking tot concrete bouwvoornemens
Tijn Kortmann, ABRvS 14 maart 2012, BR 2012/87
Annotatie over het Provinciaal inpassingsplan Oostvaarderswolde
Tijn Kortmann en Arwin Bos, ABRvS 7 maart 2012, BR 2012/86
Formele rechtskracht, eigen schuld
Tijn Kortmann en Ingrid Viertelhauzen, ABRvS 2 februari 2011, BR 2011/164
Geen bescherming overgangsrecht wegens te geringe afwijking van het bestemmingsplan op de peildatum
Tijn Kortmann, ABRvS 13 april 2011, BR 2011/150
Toezegging realisering bestemming; rechtstreeks bestemmen of via vrijstelling?
Tijn Kortmann, ABRvS 19 januari 2011, BR 2011/55 

Team

Related news

20.06.2018 NL law
Op weg naar één Europese spoorwegruimte: de aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan het Europese recht

Articles - Het zogenaamde 'Vierde Spoorwegpakket' zal belangrijke gevolgen hebben voor de Europese spoorwegruimte. De Nederlandse regering maakt goede vaart met de aanpassing van het nationale recht aan de eisen die uit het Vierde Spoorwegpakket voortvloeien. Inmiddels is een daartoe strekkend wetsvoorstel aanhangig bij de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft eind vorige maand het verslag van haar bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel uitgebracht.

Read more

20.06.2018 NL law
Naar een volwaardig recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces onder het EVRM?

Articles - Het recht op een toegang tot de rechter en een eerlijk proces van artikel 6 EVRM is één van de hoekstenen van dit verdrag. Naast strafzaken en zaken over bestuurlijke boetes vallen de meeste andere geschillen onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Dit omdat er volgens de autonome Straatsburgse uitleg al snel sprake is van een geschil over de vaststelling van ‘civil rights and obligations’ als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Read more

20.06.2018 BE law
Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Articles - Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's. Een stand van zaken.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring