Verlenging tijdelijke wet transparantie turboliquidatie

Article
NL Law

Op 15 november 2025 is de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie verlengd met twee jaar. Voor deze verlenging is gebruik gemaakt van artikel VI welke voorziet is een verlenging van maximaal twee jaar ter voorbereiding op een permanente wetswijziging. Naar aanleiding van recente Kamervragen zal er bij het opstellen van de permanente regeling ook over de grenzen worden gekeken.

De tijdelijke wet die turboliquidaties transparanter beoogt te maken, is per 15 november 2025 verlengd voor een periode van twee jaar. Deze periode zal naar verwachting worden gebruikt voor de invoering van een permanente regeling, die tot een structurele verbetering van de turboliquidatie zou moeten leiden. De beoogde verbetering zou volgens een recent onderzoeksrapport met aanbevelingen vooral moeten zien op een uitbreiding van de omvang en inrichting van de verantwoordingsverplichting en een controle op niet-naleving van de deponeringsverplichting. 

Achtergrond

Een turboliquidatie is kort gezegd een ontbinding van een rechtspersoon op eigen initiatief, waarbij de beëindiging van de rechtspersoon gelijktijdig met de ontbinding plaatsvindt. Dit is enkel mogelijk indien er geen baten (activa) meer zijn ten tijde van de ontbinding. In feite betreft een turboliquidatie dus een ontbinding zonder vereffening, met beperktere publicatieverplichtingen dan bij een 'gewone' ontbinding. 

Hoewel een dergelijke efficiënte liquidatieprocedure veel voordelen biedt, kan er ook misbruik van worden gemaakt. Een onderneming kan middels een turboliquidatie immers worden ontbonden terwijl er nog schulden zijn. Van kennisgeving aan de schuldeisers of het afleggen van verantwoording over de liquidatie van activa die in de periode voor de ontbinding beschikbaar waren, is geen of slechts zeer beperkt sprake.

Het Financieel Dagblad, Investico en de Groene Amsterdammer deden eind 2025 zelf onderzoek naar de turboliquidatie. Zij concluderen dat jaarlijks ca. 40.000 bedrijven in Nederland gebruik maken van de turboliquidatie en dat dit inmiddels de standaardroute lijkt te zijn voor bedrijfsbeëindiging; bijna 80% van de ondernemingen wordt op deze wijze afgewikkeld. De onderzoekers identificeerden ruim 4.000 ondernemingen waarbij volgens hen gegronde aanwijzingen bestaan voor fraude.1

De Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie (de 'TWTT')

Op 15 november 2023 is de TWTT in werking getreden voor een periode van twee jaar. Directe aanleiding voor de invoering van de TWTT was de verwachting dat als gevolg van COVID-19 veel ondernemers zouden willen overgaan tot beëindiging van hun bedrijf middels turboliquidatie, wat een verhoogd risico op misbruik met zich zou brengen.2 De TWTT is bedoeld om enerzijds turboliquidatie toegankelijker te maken en een efficiënte(re) bedrijfsbeëindiging te faciliteren, en anderzijds om de transparantie van de procedure rondom de turboliquidatie te vergroten en de rechtsbescherming van schuldeisers te verbeteren.3

In het kader van de TWTT is de verantwoordings- en mededelingsverplichting bij turboliquidaties verzwaard, is er een inzagerecht ingevoerd en is de reikwijdte van het civielrechtelijk bestuursverbod uitgebreid zodat deze als sanctie kan dienen bij het niet-naleven van de verzwaarde verantwoordings- en mededelingsverplichting. Voor meer informatie over de achtergrond en inhoud van de TWTT verwijzen wij naar onze Corporate Alerts van 13 juli 2023, 27 januari 2023 en 1 februari 2024.

Rapport over werking TWTT

De Universiteit Leiden heeft in samenwerking met SEO Economisch Onderzoek op grond van artikel VI van de TWTT de werking van deze tijdelijke wet onderzocht. Op 23 juni 2025 hebben zij een rapport gepubliceerd met aanbevelingen4, op basis waarvan door de destijds demissionair Staatssecretaris Rechtsbescherming is besloten om de TWTT te verlengen5 met nogmaals twee jaar.6

Uit het onderzoek blijkt dat de TWTT gedeeltelijk heeft bijgedragen aan de beoogde doelen: er zou een betere balans tussen de belangen van ondernemers enerzijds en de belangen van de schuldeisers van de ontbonden rechtspersoon anderzijds zijn bereikt, maar het beoogde effect om (herhaaldelijk) misbruik van turboliquidatie te voorkomen lijkt minder gediend door de TWTT. 

De onderzoekers doen daarom een aantal aanbevelingen, die onder te zijn verdelen in (i) enkele algemene aanbevelingen, (ii) specifieke aanbevelingen ten aanzien van de middelen van de TWTT, en (iii) handhaving op de verplichtingen uit de TWTT.

(i) Algemene aanbevelingen

De onderzoekers bevelen aan om gedurende de verlenging van de TWTT, die loopt tot november 2027, een structurele regeling uit te werken, met daarin het behoud van de mogelijkheid tot turboliquidatie indien de rechtspersoon nog schulden heeft. Daarnaast wordt aanbevolen om te onderzoeken of het wenselijk en uitvoerbaar is om een fraudeonderzoeksfonds op te zetten en om te bezien of de procesrechtelijke positie van de schuldeiser verbeterd kan worden indien de verantwoordingsverplichting niet juist is nageleefd.

(ii) Aanbevelingen over de middelen

De middelen van de TWTT zijn onder te verdelen in de verantwoordings- en mededelingsverplichting, het inzagerecht, het civielrechtelijke bestuursverbod en de strafbaarstelling via de Wet economische delicten. Het rapport bevat ten aanzien van alle middelen van de TWTT aanbevelingen. De meest in het oog springende aanbeveling ziet op de inrichting en omvang van de verantwoordingsverplichting die volgt uit art. 2:19b BW en de daarbij behorende deponeringsverplichting. De deponeringsverplichting moet zich volgens de onderzoekers beperken tot de voorafgaande drie boekjaren, in tegenstelling tot alle voorgaande jaarrekeningen zoals nu is opgenomen in het tijdelijke wetsartikel. Vervolgens wordt aanbevolen om de Kamer van Koophandel (KvK) meer invloed te geven bij het signaleren van de niet-naleving van deponeringsverplichting. Er zou volgens de onderzoekers een mechanisme moeten zijn waarmee de niet-naleving zowel kan worden gesignaleerd als worden gehandhaafd.

(iii) Handhaving

Uit het rapport volgt dat de handhaving van vrijwel alle middelen van de TWTT te wensen overlaat. In het kader van het inzagerecht wordt aanbevolen om een sanctie te bepalen indien er geen blijk is van administratie, dan wel indien de aanwezige administratie onvoldoende blijkt te zijn. Daarnaast vermeldt het rapport dat het civielrechtelijk bestuursverbod weinig effectief lijkt als gevolg van de beperkte handhaving. De onderzoekers van het FD concludeerden zelfs dat voor zover hen bekend het eerste bestuursverbod wegens een foute turboliquidatie nog 'uitgedeeld' moet worden.7 

Het in het onderzoeksrapport genoemde meldpunt van (vermoedelijk) misbruik en/of fraude voor benadeelde schuldeisers zou hierin een uitkomst kunnen bieden. Op dit moment bestaat al een vergelijkbaar meldpunt waar curatoren hun vermoedens van faillissementsfraude kunnen melden: het Centraal Meldpunt Faillissementsfraude van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). Wellicht kan hierbij aansluiting worden gezocht voor meldingen betreffende (vermoedelijk) misbruik en fraude bij turboliquidaties. De capaciteit van dit soort instanties is op dit gebied echter veelal beperkt; de onderzoekers bevelen dan ook uitdrukkelijk aan om hier aandacht aan te besteden, evenals aan de mogelijkheden voor onderlinge gegevensuitwisseling.

Verwachting: permanente wetswijziging

De onderzoekers bevelen aan om tijdens de tweejarige verlenging van de TWTT voorbereidingen te treffen voor een permanente wettelijke regeling.8 Gedurende de verlengingsperiode blijven de voorzieningen van de TWTT ongewijzigd van kracht. De TWTT biedt echter geen mogelijkheid voor een tweede verlenging, wat betekent dat vóór 15 november 2027 een voorstel tot wetswijziging moet worden ingediend omdat de TWTT anders komt te vervallen.9

De destijds demissionair Staatssecretaris Rechtsbescherming Teun Struycken schreef in een brief aan de Tweede Kamer in augustus 2025 dat hij de conclusie van de onderzoekers dat een structurele verbetering van de turboliquidatie wenselijk is, deelt, en uitte zijn voornemen om de voorzieningen uit de tijdelijke wet permanent in te voeren10 Een inhoudelijke terugkoppeling ten aanzien van het voornemen tot wetswijziging werd in het eerste kwartaal van 2026 verwacht. 

Inmiddels zijn er op 19 januari 2026 Kamervragen gesteld over het misbruik door turboliquidaties. Er werden hierbij onder andere vragen gesteld over de uitkomsten van het onderzoek. Deze Kamervragen zijn op 20 februari 2026 door de oud-demissionair Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Arno Rutte beantwoord11. Aanleiding voor deze Kamervragen lijken de gepubliceerde artikelen door enkele dagbladen over deze vorm van bedrijfsbeëindiging en niet de verlenging van de TWTT en mogelijke wetswijziging.

Volgens de oud-demissionair Staatssecretaris is het aantal turboliquidaties in 2024 gedaald tot ongeveer 33.000 terwijl dit er in 2022 nog bijna 50.000 waren. Bovendien stelt hij – in lijn met het hierboven omschreven onderzoek – dat het lastig vast te stellen is wat de omvang van het misbruik bij deze turboliquidaties is. 

De Kamer heeft ook gevraagd naar vergelijkbare (rechts)instrumenten in het buitenland. Hier zal nader onderzoek naar worden gedaan, waarover de Staatssecretaris de Kamer in de eerste helft van 2027 verwacht te kunnen informeren. De uitkomsten van dit aanvullende onderzoek zullen worden meegenomen in de invulling van een mogelijke wettelijke regeling. 

Op 23 februari 2026 stond kabinet-Jetten op het bordes. Het is nog niet duidelijk of het nieuwe kabinet prioriteit geeft aan een permanente wetswijziging, of dat de TWTT na een hoopvolle verlenging zal worden ‘geturboliquideerd’.

  • 1

    J. Leupen, ‘Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op’, Het Financieele Dagblad 19 december 2025.

  • 2

    Zie Kamerstukken 2021/22, 36 172, nr. 3, blz. 2

  • 3

    Kamerstukken 2021/22, 36 172, nr. 3, blz. 2; samenvatting van Onderzoeksrapport Universiteit Leiden, ‘De werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie’, 23 juni 2025.

  • 4

    Onderzoeksrapport Universiteit Leiden, ‘De werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie’, 23 juni 2025.

  • 5

    Strikt genomen is er geen sprake van een verlenging van de TWTT, maar van uitstel van het in werking treden van het artikel waardoor de TWTT-bepalingen vervallen (artikel V). De facto gaat het echter om een verlenging van de TWTT.

  • 6

    Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie, Stb. 2025, 215 (Nvt), blz. 2

  • 7

    J. Leupen, ‘Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op’, Het Financieele Dagblad 19 december 2025.

  • 8

    Samenvatting van Onderzoeksrapport Universiteit Leiden, ‘De werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie’, 23 juni 2025

  • 9

    Art. VI lid 4 TWTT.

  • 10

    Zie Kamerstukken 2024/25, 36 172, nr. 7 Brief aan Parlement - Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie.

  • 11

    Zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Aanhangsel, nr. 1151, 20 februari 2026