Raad van State adviseert over conceptwetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen
Op 7 april 2026 publiceerde de Raad van State zijn advies over het conceptwetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. De Raad van State onderschrijft de inhoud van het conceptwetsvoorstel, maar is ook kritisch. Hieronder hebben wij een samenvatting opgenomen van de belangrijkste opmerkingen van de Raad van State.
Algemene opmerkingen
In algemene zin merkt de Raad van State op dat het conceptwetsvoorstel een ingrijpend instrumentarium introduceert, maar dat onvoldoende duidelijk is hoe effectief de voorgestelde maatregelen daadwerkelijk zullen zijn. Transparantie kan bijdragen aan bewustwording, maar of dit ook leidt tot concrete gedragsverandering binnen organisaties blijft in de toelichting bij het conceptwetsvoorstel nog onderbelicht. De Raad van State wijst erop dat wetgeving op zichzelf geen garantie biedt voor verandering in de praktijk, en adviseert de toelichting op dit punt realistischer en beter onderbouwd te maken.
Implementatietermijn en rapportagedatum
- De Raad van State bevestigt dat Nederland de implementatiedeadline van 7 juni 2026 niet gaat halen, maar wijst erop dat de toelichting ten onrechte niet ingaat op de staatsaansprakelijkheidsrisico's die hieruit kunnen voortvloeien.
- Daarnaast oordeelt de Raad van State dat het conceptwetsvoorstel op één punt in strijd is met de Richtlijn: waar de Richtlijn voorschrijft dat werkgevers met 150 of meer werknemers uiterlijk op 7 juni 2027 voor het eerst rapporteren, hanteert het conceptwetsvoorstel 7 juni 2028. De Richtlijn biedt hiervoor geen ruimte. Ook wijkt dit af van het tijdpad dat eerder door de minister werd gecommuniceerd. Zie daarover ook onze eerdere update van 25 september 2025.
Monitoringsorgaan
De aanwijzing van een monitoringsorgaan is in het conceptwetsvoorstel gedelegeerd naar een algemene maatregel van bestuur. De Raad van State adviseert juist om de taken van het monitoringsorgaan direct in de wet te beleggen bij de minister van SZW.
Privacy en gegevensverwerking
De Raad van State signaleert een spanning tussen privacy en loontransparantie en wijst op twee concrete knelpunten.
- Beloningsinformatie kan in kleine categorieën herleidbaar zijn tot individuele werknemers. Het conceptwetsvoorstel regelt onvoldoende dat werknemers deze informatie alleen mogen gebruiken waarvoor deze bedoeld is: het uitoefenen van hun recht op gelijke beloning. Dit is volgens de Raad van State des te problematischer nu niet is gekozen voor de optie om toegang tot herleidbare gegevens te beperken tot werknemersvertegenwoordigers of toezichthoudende instanties.
- De wettelijke grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens is niet eenduidig vastgelegd. De Raad van State adviseert dit te verduidelijken.
Non-binaire werknemers
De toelichting bij het conceptwetsvoorstel biedt volgens de Raad van State op dit moment onvoldoende duidelijkheid over hoe werkgevers de beloningen van non-binaire werknemers moeten verwerken in de loonrapportage. De Raad van State adviseert dit te verduidelijken.
Doelmatigheid en effectiviteit
Tot slot plaatst de Raad van State vraagtekens bij de doelmatigheid en effectiviteit van het conceptwetsvoorstel.
- De Arbeidsinspectie kan loonrapportages enkel controleren op aanwezigheid, niet op inhoudelijke juistheid. De Raad van State vraagt zich af of dit een effectieve inzet is van de toezichtcapaciteit.
- De Richtlijn biedt de mogelijkheid om loonrapportages grotendeels door een nationale overheidsdienst te laten opstellen, wat de lastendruk voor werkgevers zou verlichten en de vergelijkbaarheid van gegevens zou vergroten. De regering ziet hier vooralsnog van af, maar de Raad van State vindt die keuze onvoldoende gemotiveerd en adviseert dit te verduidelijken.
- Ook blijft onduidelijk in hoeverre werkgevers loonverschillen zelf op een consistente en juridisch houdbare manier statistisch moeten analyseren.
Vervolg
De wetgever is nu weer aan zet. De wetgever is niet verplicht het advies van de Raad van State te volgen, maar moet laten weten hoe hij de opmerkingen van de Raad van State verwerkt in het wetsvoorstel. Met het oog op de effectiviteit, uitvoerbaarheid en juridische juistheid van de wet doet hij er verstandig aan dat ook daadwerkelijk te doen.
Wij verwachten dat het wetsvoorstel op een aantal punten nog wordt aangepast voordat dit bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Wij houden u uiteraard op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.
Heeft u vragen of wilt u zich alvast voorbereiden op de nieuwe verplichtingen? Neem dan gerust contact met ons op.