Short Reads

Kan de overheid van handhavend optreden afzien als iemand het niet in zijn macht heeft om aan een norm te voldoen?

Kan de overheid van handhavend optreden afzien als iemand het niet in

Kan de overheid van handhavend optreden afzien als iemand het niet in zijn macht heeft om aan een norm te voldoen?

02.10.2019

Wat te doen als een belanghebbende een handhavingsverzoek indient bij de overheid om overtredingen ongedaan te maken, waarbij de overtreder het niet volledig in zijn macht heeft om de norm na te leven vanwege afhankelijkheid van derde partijen?

De Afdeling oordeelde in haar uitspraak van 23 januari 2019 dat een bestuursorgaan een handhavingsverzoek in zo’n situatie niet zonder meer kan afwijzen. Ook in dat geval dient het bestuursorgaan te bezien of bijvoorbeeld van het opleggen van een last onder dwangsom niet een prikkel kan uitgaan om uiteindelijk daadwerkelijk tot beëindiging van de overtreding te komen. In dit blogbericht bespreken wij de casus, de uitkomst van de zaak en de lessen voor de praktijk.

De zaak

  • Recycling Netwerk zet zich er al jaren voor in dat de recyclingnorm van glazen verpakkingen wordt gehaald. Deze norm is wettelijk vastgelegd in het Besluit beheer verpakkingen 2014. Deze norm richt zich in beginsel tot producenten en importeurs. Echter, bepaald kan worden dat producenten en importeurs gezamenlijk uitvoering geven aan deze verplichting; in dat geval is de verplichting om aan de recyclingnorm te voldoen niet van toepassing op producenten en importeurs, maar op de rechtspersoon aan wie zij een afvalbeheersbijdrage afdragen. Stichting Afvalfonds Verpakkingen (Afvalfonds) is zo'n rechtspersoon en is daarmee verantwoordelijk voor de naleving van de recyclingnorm. Om deze norm na te leven is Afvalfonds afhankelijk van derden, waaronder de producenten en importeurs van glas.
  • Vast staat dat Afvalfonds die norm al enkele jaren niet haalt. Recycling Netwerk heeft bij de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (staatssecretaris) daarom enkele handhavingsverzoeken ingediend. De staatssecretaris heeft die verzoeken afgewezen onder meer door erop te wijzen dat Afvalfonds afhankelijk is van derden én zij naar aanleiding van een eerdere waarschuwing aanvullende maatregelen heeft getroffen (o.a. plan van aanpak).

De vraag die in deze zaak speelt, is of de staatssecretaris in de gegeven omstandigheden terecht van handhavend optreden heeft kunnen afzien.

Uitkomst zaak

De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet zonder meer had mogen afzien van handhavend optreden tegen Afvalfonds. Volgens de Afdeling heeft de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd waarom zij in dit geval heeft afgezien van handhavend optreden, onder meer door te wijzen op de omstandigheid dat het Afvalfonds voor het naleven van de recylingnorm afhankelijk is van derden.

Weliswaar is Afvalfonds voor de naleving van de wettelijke norm – de recyclingnorm voor glazen verpakkingen – afhankelijk van derden, maar dat laat onverlet dat er bijvoorbeeld in een last onder dwangsom maatregelen voorgeschreven hadden kunnen worden waarmee de recyclingnorm dichter benaderd kon worden. Van een last onder dwangsom kan een prikkel uitgaan om zo nodig met andere of aanvullende maatregelen, uiteindelijk daadwerkelijk tot beëindiging van de overtreding te komen. Door af te zien van handhavend optreden ontbreekt die prikkel, volgens de Afdeling. Het gevolg daarvan is dat de Afdeling het besluit van de staatssecretaris in strijd acht met het motiveringsbeginsel en dat zij opnieuw dient te beslissen op het handhavingsverzoek van Recycling Netwerk.

Lessen voor de praktijk

  • De naleving van wettelijke normen zorgt in de handhavingspraktijk voor de nodige hoofdbrekens als de normadressaat het niet volledig in zijn macht heeft om de norm te halen, vanwege de afhankelijkheid van derden. De meest eenvoudige oplossing voor alle betrokkenen (normadressaat, overheid en derde partijen) zou in zo’n geval zijn om de wet of regeling aan te passen, zodat die uitgaat van een haalbare norm (i.c. bijvoorbeeld een norm die met de nodige inspanningen binnen een bepaalde termijn gehaald kan worden).
  • Als dat niet gebeurt, zoals in dit geval, kan een bestuursorgaan evenwel niet zomaar afzien van handhavend optreden. Zeker niet als sprake is van een overtreding die al jaren voortduurt. Het komt dan aan op een goede motivering van het besluit om al dan niet af te zien van handhavend optreden. Daarbij dienen de relevante omstandigheden van het geval te worden afgewogen, waaronder de maatregelen die de overtreder getroffen heeft en mogelijk nog voornemens is te treffen alsook de vraag of handhaving kan leiden tot een prikkel om aanvullende maatregelen te treffen die ertoe leiden dat de overtreding uiteindelijk kan worden beëindigd.

Wat leren bedrijven hiervan die voor de naleving van wettelijke voorschriften afhankelijk zijn van derden? Wat kunnen zij doen om toch normconform te zijn? Deze uitspraak laat zien dat zij handhaving niet kunnen ontlopen door te stellen dat zij afhankelijk zijn van derden. Zij zullen moeten aantonen dat zij zich met concrete maatregelen (bijv. aanpassingen in de bedrijfsvoering) blijven inspannen om de op hen rustende normen zo dicht mogelijk te benaderen.

Related news

26.02.2020
De Wet maatschappelijke ondersteuning als proeftuin voor integrale geschilbeslechting in het bestuursrecht

Short Reads - De eerste vraag die bestuursrechtjuristen vaak stellen bij het behandelen van een nieuwe zaak is of de bestuursrechter dan wel de civiele rechter daarnaar moet kijken. Die vraagt leidt in een niet onaanzienlijk aantal gevallen tot lange deliberaties met soms ook nog eens als conclusie dat het antwoord niet duidelijk is. Daarnaast blijkt in sommige zaken dat een geschil deels bij de bestuursrechter en deels bij de civiele rechter thuishoort.

Read more

12.02.2020
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

12.02.2020
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

07.02.2020
Het finale Belgische ‘nationaal energie- en klimaatplan’ en de Belgische langetermijnstrategie: het geduld van de Commissie op de proef gesteld?

Articles - Op 31 december 2019 diende België, nog net op tijd, zijn definitieve nationaal energie- en klimaatplan (NEKP) in bij de Commissie. Het staat nu al vast dat het Belgische NEKP niet op applaus zal worden onthaald door de Commissie. Verder laat ook de Belgische langetermijnstrategie op zich wachten. Wat zijn de gevolgen?

Read more

12.02.2020
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

06.02.2020
“Eindelijk” een modernisering van het goederenrecht: de praktische impact op de juridische structurering van vastgoedprojecten

Articles - De juridische structurering van vastgoedprojecten verloopt vandaag nog steeds langs de krijtlijnen zoals in 1804 uiteengezet door de Napoleontische wetgever in het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met bijzondere wetten (waarvan best gekend de wetten van 10 januari 1824 over het recht van opstal en het recht van erfpacht, resp. “Opstalwet” en “Erfpachtwet”). Thans – bijna 200 jaar later –  is een nieuw Burgerlijk Wetboek in opmaak.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring