Articles

Wettelijke maximering van de vertrekvergoeding onder de Wbfo: géén verplichting voor de rechter tot ambtshalve toepassing

Wettelijke maximering van de vertrekvergoeding onder de Wbfo: géén ve

Wettelijke maximering van de vertrekvergoeding onder de Wbfo: géén verplichting voor de rechter tot ambtshalve toepassing

21.05.2019 NL law

De vragen naar (1) de kwalificatie van het wettelijk maximum ex artikel 1:125 lid 2 Wft als procesrechtelijke regel van openbare orde en (2) de verplichting tot ambtshalve toepassing behoren tot de kernvragen die centraal stonden in de zaak die leidde tot het Rabobank-arrest.

In dit arrest had Rabobank een afspraak gemaakt over een contractuele vertrekregeling met een voormalige directeur van een lokale bank. Hierover ontstond een geschil tussen de bank en de directeur dat resulteerde in een procedure. Rabobank had zich pas bij pleidooi in hoger beroep beroepen op de nietigheid van de afspraak ex artikel 1:116 lid 3 Wft. Het Hof Den Haag wees de vordering van Rabobank af, niet alleen vanwege strijd met de twee-conclusieregel (artikel 347 Rv) en de goede procesorde, maar ook op de grond dat artikel 1:125 lid 2 Wft niet van openbare orde is, zodat het hof deze norm niet ambtshalve hoefde toe te passen. In cassatie heeft de Hoge Raad dit oordeel van het hof bekrachtigd: het vertrekvergoedingsmaximum ex artikel 1:125 lid 2 Wft is geen norm van openbare orde en valt dientengevolge niet onder de verplichting tot ambtshalve toepassing. In aanvulling hierop overweegt de Hoge Raad expliciet dat de omstandigheid dat artikel 1:125 lid 2 Wft een regel is van dwingend recht, waarop de nietigheidssanctie ex artikel 1:116 lid 3 Wft staat, evenmin een verplichting voor de rechter tot ambtshalve toepassing oplevert.

In deze annotatie behandelt Astrid Helstone dit arrest als volgt. Allereerst volgt een uiteenzetting van de feiten, de procesgang, de conclusie van de A-G en het oordeel van de Hoge Raad. Daarna worden voor een goed begrip de oorsprong, de doelstellingen en de plaats van het vertrekvergoedingsmaximum ex artikel 1:125 lid 2 Wft in de context van de Wft en de Europese regels nader geduid en toegelicht. Vervolgens analyseert zij de relevante overwegingen van de Hoge Raad in het Rabobank-arrest en de conclusie van de A-G voor zover dit de vraag naar de ambtshalve toepassing en de kwalificatie van artikel 1:125 lid 2 Wft als regel van openbare orde betreft. Ook gaat zij in op de publiekrechtelijke handhavingsmogelijkheden van de toezichthouders (DNB en AFM) uit hoofde van de Wft. Geheel los van de nietigheidssanctie ex artikel 1:116 lid 3 Wft kan handhaving namelijk nog steeds aan de orde zijn in geval van schending ex artikel 1:125 lid 2 Wft, ook indien ambtshalve toetsing niet mogelijk is. De annotatie wordt afgesloten met enkele observaties.

Related news

03.05.2021 NL law
De overheid behoeft de besten, maar krijgt zij die nog wel?

Short Reads - ‘De overheid behoeft de besten; zij moet aantrekken en opkweken de bekwaamsten onder de jongeren; haar mensen moeten het in kennis maar ook in levenshouding en beschaving kunnen opnemen tegen de leidende figuren uit de maatschappij; het zou noodlottig zijn voor de publieke zaak, zo de overheid zich tevreden zou stellen met degenen, die elders niet aan de slag konden komen of mislukten.’ (C.H.F. Polak 1957, geciteerd in NJB 2018/1044)

Read more

13.04.2021 NL law
Podcast: 'de NOW en de accountantscontrole'

Short Reads - Waarom is de accountant zo belangrijk bij het verkrijgen van NOW-subsidie? Waar let hij of zij op bij de controle of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd? En, wat als je als werkgever het niet eens bent met de uitkomst van de controle? In de derde aflevering van een vierdelige podcastserie over de NOW geven Luuk van de Sandt en Steven Hijink - beiden advocaat gespecialiseerd in het jaarrekeningenrecht - antwoord op deze en andere vragen over de NOW en de accountantscontrole.  

Read more

21.04.2021 NL law
Voorschotbepaling (NOW-1) en peildatumbepaling (NOW-2) zijn niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel (annotatie)

Short Reads - In deze annotatie bespreken Jan Reinier van Angeren en Sandra Putting de eerste uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de NOW. In de uitspraak van 8 januari 2021 oordeelt de CRvB dat de voorschotbepaling uit de NOW-1 en de peildatumbepaling uit de NOW-2 niet in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel. De CRvB ziet daarom geen aanleiding de bepalingen in het voordeel van de desbetreffende werkgever buiten toepassing te laten. In de annotatie gaan Jan Reinier en Sandra in op een aantal bestuursrechtelijke aspecten van de NOW-subsidieregeling en de CRvB-uitspraak.

Read more

08.04.2021 NL law
Recente NOW-jurisprudentie

Short Reads - In de afgelopen periode zijn er weer uitspraken over de NOW gepubliceerd die van belang kunnen zijn voor werkgevers. Zo zijn er uitspraken gedaan over de vaststelling van de loonsom en de keuzes die al bij de aanvraag voor de subsidieverlening moeten worden gemaakt. Daarnaast laat een recente uitspraak zien dat een civiele vordering inzake het mislopen van NOW-steun niet slaagt.

Read more