Short Reads

De Wnra: van rechtspositieregeling naar collectieve arbeidsovereenkomst

De Wnra: van rechtspositieregeling naar collectieve arbeidsovereenkom

De Wnra: van rechtspositieregeling naar collectieve arbeidsovereenkomst

11.03.2019 NL law

Naar verwachting treedt op 1 januari 2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking. De Wnra zorgt er kort samengevat voor dat een belangrijk deel van de huidige ambtenaren dezelfde rechtspositie krijgt als 'gewone' werknemers. Deze ambtenaren zullen niet langer werkzaam zijn op basis van een ambtelijke aanstelling, maar op basis van een arbeidsovereenkomst. Dit brengt een aantal belangrijke veranderingen met zich.

Eén van deze veranderingen is dat de (collectieve) arbeidsvoorwaarden van voormalige ambtenaren vanaf 1 januari 2020 in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) kunnen worden vastgelegd. In dit blogbericht bespreken wij enkele relevante aspecten van het sluiten van nieuwe cao's voor de groep ambtenaren die vanaf 1 januari 2020 op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zullen zijn.

In het huidige ambtenarenrecht zijn de collectieve arbeidsvoorwaarden van ambtenaren veelal vastgelegd in lagere regelgeving (algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen en verordeningen van decentrale overheden). Deze lagere regelgeving is gebaseerd op de Ambtenarenwet en wordt ook wel aangeduid als rechtspositieregelingen. Voorbeelden hiervan zijn het ARAR en de CAR-UWO. Rechtspositieregelingen worden eenzijdig vastgesteld door het relevante openbaar gezag. Een rechtspositieregeling bindt in beginsel alle ambtenaren van de desbetreffende overheid en ambtenaren kunnen aan meer dan één rechtspositieregeling gebonden zijn. Belangrijk is voorts dat een rechtspositieregeling momenteel nog niet in overeenstemming hoeft te zijn met het arbeidsrecht. Ambtenaren vallen tot de inwerkingtreding van de Wnra immers niet onder het arbeidsrecht.

Na inwerkingtreding van de Wnra dienen overheden zich te houden aan het dwingend recht voor arbeidsovereenkomsten uit Titel 10 Boek 7 BW. Dat betekent dat ofwel de huidige rechtspositieregelingen in overeenstemming moeten worden gebracht met dit dwingend recht, ofwel dat deze rechtspositieregelingen geheel moeten worden vervangen. In de Wnra is voor de tweede optie gekozen. Het voorgestelde artikel 17 lid 1 Ambtenarenwet 2017 bepaalt dat "voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding (…) vastgestelde algemeen verbindende voorschriften" komen te vervallen. De rechtspositieregelingen dienen, zo is de gedachte van de wetgever, te worden vervangen door cao's. Het voorgestelde artikel 17 lid 3 Ambtenarenwet 2017 voorziet in dat verband in overgangsrecht:

"Voor zover en voor zolang op het in het eerste lid bedoelde tijdstip geen collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten waarbij een overheidswerkgever partij is, blijft een in het eerste lid bedoeld voorschrift verbindend voor een overheidswerkgever en zijn ambtenaren als ware het een collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover niet in strijd met deze wet of dwingendrechtelijke bepalingen van burgerlijk recht."

De bedoeling van deze bepaling is duidelijk. Overheidswerkgevers dienen een cao af te sluiten met werknemersorganisaties, waarna deze cao de huidige rechtspositieregelingen vervangt. Lukt het niet om vóór inwerkingtreding van de Wnra een cao af te sluiten, dan blijven de rechtspositieregelingen gelden totdat alsnog een cao is afgesloten.

De onderhandelingsdynamiek met werknemersorganisaties over een cao kan anders zijn dan het huidige overleg over rechtspositieregelingen en het is de vraag of in alle gevallen voor 1 januari 2020 een nieuwe cao zal zijn afgesloten. Het is zelfs mogelijk dat de cao-partijen er jarenlang niet uitkomen, zodat de oude rechtspositieregelingen nog meerdere jaren blijven gelden. Dat zou ook voordelig kunnen zijn voor ambtenaren, indien bijvoorbeeld WW-suppletieregelingen daardoor (voorlopig) in stand blijven, bovenop de transitievergoeding voor werknemers. De bepalingen die in strijd zijn met het dwingend arbeidsrecht, gelden vanaf 1 januari 2020 echter in elk geval niet meer. Gedacht kan worden aan regels over vakantiegeld of de ketenregeling voor bepaalde tijd contracten. Dit kan veel onduidelijkheid opleveren. Dezelfde rechtspositieregeling kan op deze manier bepalingen bevatten die nog wel gelden, en bepalingen die niet meer gelden.

Daarnaast is de vraag wat er gebeurt indien niet alle onderwerpen uit een rechtspositieregeling worden geregeld in een nieuwe cao. Het voorgestelde artikel 17 lid 3 Ambtenarenwet 2017 bepaalt, zoals gezegd, dat rechtspositieregelingen blijven gelden "voor zover en voor zolang" geen cao is afgesloten. Het is niet geheel duidelijk wat wordt bedoeld met "voor zover" geen cao is gesloten. Wordt hiermee bedoeld dat alle in rechtspositieregelingen opgenomen onderwerpen, ook in de nieuw af te sluiten cao moeten worden geregeld? De woorden "voor zover" doen dit wel vermoeden. Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat bepaalde onderwerpen uit de rechtspositieregeling blijven gelden naast de cao.

Een vervolgvraag is of de cao-partijen dit kunnen voorkomen met een bepaing inhoudende dat de nieuwe cao een standaardkarakter heeft. Een standaardkarakter betekent dat afwijkingen van de cao niet geldig zijn. De cao-partijen bij de nieuw af te sluiten cao voor gemeenten hebben in de concept cao opgenomen dat niet van de cao kan worden afgeweken. Dat wijst erop dat de cao een standaardkarakter heeft, maar het is de vraag of een dergelijke algemene bepaling afdoende is om doorwerking van bepaalde rechtspositieregelingen uit te sluiten. Kan een ambtenaar toch nog oude rechten uit de rechtspositieregeling claimen, indien de nieuwe cao daar niets over regelt? Het is wat ons betreft verstandig om in de cao op te nemen welke rechtspositieregelingen komen te vervallen. Dat voorkomt onduidelijkheid.

Team

Related news

24.01.2020 NL law
Can the government refrain from imposing enforcement measures if it is not within the offender’s power to comply with a standard?

Short Reads - What should be done if a stakeholder makes a request to the government for enforcement to rectify violations in a scenario where the offender does not have full power to comply because of a reliance on third parties? The Administrative Division of the Dutch Council of State ruled on 23 January 2019 that an administrative body cannot simply reject an enforcement request in such a situation, but must consider whether, for example, the imposition of an order subject to a penalty payment may provide an incentive for the actual termination of the violation.

Read more

17.01.2020 LU law
Stibbe boosts service offering in Luxembourg with new partners and counsel for asset management/funds and corporate & finance

Inside Stibbe - Luxembourg, 17 January 2020 – Stibbe reinforces its corporate & finance and asset management/funds practices in Luxembourg with the hire of Bernard Beerens (corporate partner), Audrey Jarreton (banking and finance counsel), Edouard d’Anterroches (investment funds partner), Victorien Hémery (investment funds partner), and Dayana Bert (investment funds counsel). Their arrival comes after the recent hire of tax partner Johan Léonard. All of these new additions demonstrate the firm’s commitment to expanding Stibbe’s service offering in Luxembourg.

Read more

17.01.2020 LU law
Stibbe Luxembourg étend son offre de services par la venue de nouveaux associés et counsels au sein des pratiques spécialisées en gestion d’actifs/fonds d’investissement, en droit des sociétés ainsi qu’en droit financier

Inside Stibbe - Luxembourg, le 17 janvier 2020 – Stibbe renforce ses pratiques spécialisées en droit des sociétés, en droit financier ainsi qu’en gestion d’actifs/fonds d’investissement par la venue de Bernard Beerens (associé, droit des sociétés), Audrey Jarreton (counsel, droit bancaire et financier), Edouard d’Anterroches (associé, fonds d’investissement), Victorien Hémery (associé, fonds d’investissement) et Dayana Bert (counsel, fonds d’investissement).

Read more

20.01.2020 NL law
Planologische medewerking mag worden geweigerd als initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlak

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4209) overwogen dat een bestuursorgaan geen planologische medewerking hoeft te verlenen aan de wijziging van een bestemmingsplan als de aanvrager zich niet heeft ingespannen om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Read more

16.01.2020 NL law
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring