Articles

Plan-MER voor Vlaams windturbinekader? Raad voor Vergunningsbetwistingen te rade bij Europa

Plan-MER of niet? Vlaanderen vat Hof van Justitie

Plan-MER voor Vlaams windturbinekader? Raad voor Vergunningsbetwistingen te rade bij Europa

18.02.2019 BE law

Het wordt stilaan een traditie van de Belgische rechter om het Hof van Justitie te bevragen over de milieueffectenbeoordeling en -rapportage (MER). Na de Raad van State en het Grondwettelijk Hof is het de beurt aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

In een tussenarrest van 4 december 2018 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen aan het Hof van Justitie een lijst met prejudiciële vragen gesteld over de plan-MER-plicht van het Vlaamse kader voor de uitbating van windturbines.

Mogen we ons verwachten aan een juridische saga "d'Oultremont pt.II"?

Wat voorafging: de zaak d'Oultremont

Het is ondertussen al weer even geleden dat het Hof van Justitie enige ophef veroorzaakte met het arrest in de Belgische (Waalse) zaak d'Oultremont (HvJ 27 oktober 2017, nr. 290/15, d'Oultremont).

In dit arrest gaf het Hof een verruimde interpretatie aan de notie "plan" en "programma" van de Europese plan-MER-richtlijn, die de milieueffectbeoordeling van plannen en programma's regelt. Meer bepaald oordeelde het Hof dat het Waalse kader voor de uitbating van windturbines (slagschaduw- en geluidsnormen) een "plan" is dat een plan-MER behoeft:

"[d]at artikel 2, onder a), en artikel 3, lid 2, onder a), van richtlijn 2001/42 aldus moeten worden uitgelegd dat een regelgevend besluit als dat in het hoofdgeding, dat verschillende bepalingen voor de installatie van windmolens bevat die moeten worden nageleefd bij de afgifte van administratieve vergunningen voor de aanleg en exploitatie van dergelijke installaties, onder het begrip „plannen en programma’s” in de zin van deze richtlijn vallen".

De Belgische Raad van State, die de prejudiciële vraag had gesteld, ging na dit arrest over tot de vernietiging van het besluit dat het Waals kader voor de windturbines had ingevoerd (RvS 16 november 2017, nr. 239.886, d'Oultremont e.a.). 

De vernietiging dreigde verregaande gevolgen dreigde te hebben. Alle vergunningen voor de windturbines die op basis van de vermelde normen van het Waals kader waren verleend, zouden potentieel onder juridische hoogspanning kunnen komen te staan. De Raad van State was niet blind voor deze eventuele, verstrekkende gevolgen en handhaafde de gevolgen van het vernietigde Waals kader voor een termijn van 3 jaar.

Ondertussen was de heisa rond de plan-MER-plicht voor de kaders voor windturbines echter ook naar Vlaanderen overgeslagen. 

Een Vlaams vervolg: de zaak Mestdagh

Gesterkt door de d'Oultremont-rechtspraak trokken enkele beroepindieners (mevrouw Mestdagh e.a.) naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Daar ontstond discusse over de vraag of twee Vlaamse kaders een "programma" in de zin van de plan-MER-richtlijn zijn, namelijk:

  1. Afdeling 5.20.6 VLAREM II

(bevat normen inzake slagschaduw, veiligheid en geluid voor installaties voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie)

en

  1. Omzendbrief EME/2006/01-RO/2006/02 van 12 mei 2006 betreffende het afwegingskader en randvoorwaarden voor de inplanting van windturbines

(niet-verordenende omzendbrief met richtlijnen voor windturbines, zoals het principe van de bundeling)

Omdat deze twee besluiten niet aan een voorafgaandelijke MER-procedure zijn onderworpen, zou ook de bestreden (stedenbouwkundige) vergunning voor de windturbines, die op basis van deze twee (vermeend onwettige) besluiten verleend was, onwettig zijn.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen gaf gevolg aan het verzoek van de beroepsindieners en stelde in een tussenarrest van 4 december 2018, samengevat, de volgende prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie:

Brengen artikel 2, onder a), en artikel 3, tweede lid, onder a) van de plan-MER-richtlijn met zich mee dat

afdeling 5.20.6 VLAREM II betreffende de installaties voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie,

en

de Omzendbrief 'Afwegingskader en randvoorwaarden voor de inplanting van windturbines' van 2006

[samen benoemd als de "voorliggende instrumenten"],

die allebei verschillende bepalingen voor de installatie van windmolens bevatten, waaronder maatregelen inzake veiligheid, en naargelang van de planologische zones gedefinieerde slagschaduw, alsook geluidsnormen, moeten worden gekwalificeerd als een ‘plan of programma’ in de zin van de richtlijnbepalingen?

Indien blijkt dat een milieubeoordeling moest worden doorgevoerd voor de vaststelling van de voorliggende instrumenten, kan de Raad de rechtsgevolgen van de onwettige aard van die instrumenten in de tijd moduleren?

Bijkomend stelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen niet minder dan 9 subvragen.

Zo vraagt de Raad zich bijkomend af of een beleidsinstrument, waarvan de opmaak een volledig vrije beslissing uitmaakt (zoals de Omzendbrief), beschouwd kan worden als een "plan" of "programma" waarvoor een plan-MER moet worden opgemaakt. 

MER of niet? België vraagt wel vaker raad

Deze prejudiciële procedure breidt opnieuw een vervolg aan de uitgebreide plan-MER-casuïstiek van de laatste jaren. Heel wat Europese procedures hadden een Belgische link.

Vorig jaar sprak het Hof van Justitie zich in twee Belgische procedures nog uit over de plan-MER-plicht:

  • de Brusselse gezoneerde stedenbouwkundige verordening voor de hoogbouw en inrichting in de Wetstraat een plan is dat een MER behoeft (zaak IEB ea, nr. C-671/16);
  • de vaststelling van een Waalse perimeter die afwijkingen van voorschriften mogelijk maakt, een plan is dat een plan-MER behoeft (zaak Thybaut ea, nr. C-160/17).

Ook zijn er op dit ogenblik nog enkele prejudiciële vragen voor het Hof van Justitie hangende waarin de plan-MER-plicht van besluiten tot vaststelling van speciale beschermingszones en de vaststelling van instandhoudingsdoelstellingen aan de orde is (de conclusie van advocaat-generaal Kokott is alvast beschikbaar via deze link). Daarnaast is er ook een procedure rond de verlenging van de Belgische kerncentrales hangende waar eveneens vragen rond de interpretatie van de Europese milieueffectbeoordeling werden gesteld.

Gevolgen voor de praktijk

Het is nu wachten op het oordeel van het Hof van Justitie over de plan-MER-plicht van het Vlaamse kader voor windturbines. Het is zeker ook uitkijken naar het oordeel van het Hof over (niet-verordenende) omzendbrieven.

De rechtspraak over de plan-MER-plicht van verschillende instrumenten en kaders lijkt ondertussen ook de Vlaamse beleidsmaker alerter te hebben gemaakt voor de juridische vraag of een milieueffectenbeoordeling vereist is.

Al in de zomer van 2018 deelde (toen nog) minister Schauvliege mee dat, gelet op het voorzorgsprincipe, nieuwe stedenbouwkundige verordeningen "best" aan een voorafgaandelijke plan-MER worden onderworpen. Een overzichtelijke powerpoint presentatie van het Departement Omgeving geeft een stand van zaken en voorzichtige blik op de toekomst.

In recente regelgeving is de aandacht voor de MER-plicht alvast aanwezig. Zo stelde de Vlaamse regering in de overwegingen van het besluit van 14 december 2018 houdende opheffing van reservatiestroken in gewestplannen uitdrukkelijk dat het besluit niet plan-MER-plichtig is.

De aandacht voor de vraag naar plan-MER-plicht zal dus wellicht niet snel wegebben.

 

Dit artikel is mede geschreven door Emma Holleman in haar hoedanigheid van medewerker bij Stibbe.

Related news

02.12.2021 EU law
ECJ: private enforcement in aviation sector also a national court's game

Short Reads - Recently, the ECJ ruled that national courts dealing with private enforcement cases are competent to apply EU competition law to historical behaviour in the aviation sector, regardless of public enforcement by the Commission and national competition authorities, and regardless of whether or not such authorities had authority to pursue public enforcement in the relevant period.

Read more

02.12.2021 NL law
Google Shopping: self-preferencing is a form of abuse of dominance

Short Reads - On 10 November 2021, the General Court (GC) almost entirely dismissed Google’s action against the European Commission’s Google Shopping decision. According to the European Commission (the Commission), Google illegally favoured its own comparison shopping service by displaying it more prominently in its search results than other comparison shopping services (see our July 2017 Newsletter). The Commission found that Google was abusing its dominant position and imposed a EUR 2.42 billion.

Read more

02.12.2021 NL law
Gun jumping: beware, the Commission will take action

Short Reads - The Commission has imposed interim measures on Illumina and GRAIL. These measures include the obligation to run GRAIL by independent management. By adopting interim measures in addition to opening an investigation into whether Illumina and Grail breached the standstill obligation, the Commission has made clear it will not shy away from tough action against gun jumping during an ongoing merger review. 

Read more

02.12.2021 NL law
Back to the future – Commission publishes roadmap for green and digital challenges

Short Reads - The Commission’s Communication “A competition policy fit for new challenges” (link) (the “Communication”) identifies key areas in which competition law and policy can support European efforts in dealing with the challenges of the green and digital transitions. The document covers all areas of competition law (antitrust, merger control, and State aid) and identifies various ways in which new and existing tools can contribute to addressing these challenges.

Read more

01.12.2021 NL law
Mobility as a Service (“MaaS”) in bestemmingsplannen. Hoe werkt dat?

Short Reads - Op 29 oktober 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2403) schorste de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een bestemmingsplan omdat de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt onvoldoende voorziet in de parkeerbehoefte op eigen terrein, aangezien deelname aan MaaS uiteindelijk is gebaseerd op vrijwilligheid. Deze uitspraak is aanleiding voor dit blogbericht om te bezien hoe MaaS-oplossingen, als onderdeel van duurzame mobiliteit, wel in bestemmingsplannen kunnen worden geregeld.

Read more