Articles

Geen overgang van onderneming als in het Albron-arrest, wel opvolgend werkgeverschap

Geen overgang van onderneming als in het Albron-arrest, wel opvolgend

Geen overgang van onderneming als in het Albron-arrest, wel opvolgend werkgeverschap

07.02.2019 NL law

In deze annotatie bij de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland gaat Johan Zwemmer in op de vraag of de arbeidsovereenkomst van de werknemer mee overgaat met de onderneming van de opdrachtgever.

De kantonrechter overweegt in deze uitspraak dat er ten tijde van de gestelde overgang geen arbeidsovereenkomst bestond tussen de werknemer en de Gemeente. De werknemer was in dienst van de Stichting. De vraag is of hier sprake is van een situatie als bedoeld in het Albron-arrest, waarbij een werknemer door zijn contractuele werkgever permanent is tewerkgesteld bij de overdragende onderneming. De kantonrechter acht dit niet het geval. De werknemer is door de Stichting gedetacheerd bij de Gemeente, maar er is geen sprake geweest van een overgang van onderneming van de Stichting naar de Gemeente. De werknemer heeft gedurende het grootste deel van zijn dienstbetrekking met de Stichting ook andere werkzaamheden verricht dan voor de Gemeente. Dit is een kenmerkend verschil met de situatie die zich voordeed in het Albron-arrest en die zich ook voordoet bij payrollconstructies.

Volgens Johan Zwemmer is het in situaties als deze bij de beantwoording van de vraag of de arbeidsovereenkomst van de werknemer mee overgaat met de onderneming van de opdrachtgever niet zozeer de duur van de tewerkstelling bij die opdrachtgever relevant, maar moet vooral worden gekeken naar de werkzaamheden waarvoor de werknemer op basis van zijn kwalificaties werd aangenomen en of de werknemer op basis van de door partijen gemaakte afspraken uitsluitend werkzaam zou zijn bij een bepaalde onderneming. Ook wanneer de feiten minder zwart-wit liggen dan die in de onderhavige uitspraak moet een keuze worden gemaakt in welke onderneming de werknemer werkzaam is voor de toepassing van artikel 7:663 BW – die van de werkgever (de “contractuele werkgever”) óf die van de opdrachtgever van de werkgever (de “niet-contractuele werkgever”). Zijns inziens kan een werknemer voor de toepassing van Richtlijn 2001/23/EG niet tegelijkertijd werkzaam zijn in zowel de onderneming van de contractuele als in die van de niet-contractuele werkgever.

Related news

29.01.2019 NL law
Wet bevoegdheden ondernemingsraad inzake bestuurdersbeloningen in werking getreden

Short Reads - Op 1 januari 2019 is de Wet tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders in werking getreden. Grote ondernemingen moeten op grond van deze wetswijziging jaarlijks een gesprek organiseren met de ondernemingsraad over onder meer de ontwikkeling van de beloningsverhoudingen binnen de onderneming.

Read more

15.01.2019 NL law
De verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfondsen: wel of geen voorrangsregel in de betekenis van artikel 9 Rome I?

Articles - In deze bijdrage staat een actueel en belangrijk pensioenvraagstuk centraal. Dit vraagstuk ligt op het snijvlak tussen pensioen en internationaal privaatrecht. Het gaat om een nadere verkenning van de vraag of de verplichtstelling van de Wet Bpf kwalificeert als een regel van bijzonder dwingend recht als bedoeld in artikel 9 van Rome I.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring