Articles

Vergoeding van verkoper op basis van artikel 1649QUINQUIES BW niet meer mogelijk na herstel door derde

Stibbe - Unfair competition and consumer protection - Update sept 2018

Vergoeding van verkoper op basis van artikel 1649QUINQUIES BW niet meer mogelijk na herstel door derde

26.09.2018 BE law

Bij arrest van 14 mei 2018 sprak het Hof van Beroept te Gent[1]  zich uit over de inroepbaarheid van de remedies bij een gebrek aan overeenstemming in een consumentenkoop (zie artikel 1649quinquies van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’)). 

De zaak betrof de verkoop van een tweedehands auto. Acht maanden na de tweedehandsverkoop, drong de vervanging van de automatische versnellingsbak zich op. De verzekeraar deelde echter mee dat de herstelling niet ten laste kon genomen worden. Na onderzoek door haar expert bleek immers dat de oorzaak van de schade te wijten was aan het feit dat het voertuig gechiptuned was geweest. De consument-koper beweerde hiervan niet op de hoogte te zijn en dagvaardde zijn tweedehands-dealer. Er werden drie middelen aangevoerd. Een eerste middel, op basis van misleidende handelspraktijken (artikel 88 WMPC, thans artikel VI.97 van het Wetboek Economisch Recht), werd afgewezen aangezien niet was bewezen dat de consument het voertuig niet zou hebben gekocht indien hij had geweten dat het voertuig getuned was. Het Hof leidde dit o.m. af uit het feit dat eenmaal de consument kennis had van de tuning, hij deze niet liet verwijderen. Het stond aldus niet vast in welke mate het gedrag van de consument beïnvloed werd door het verzwijgen van de tuning. Ook een tweede middel, op basis van wilsgebreken (bedrog en dwaling), werd afgewezen. 

Een derde middel, op basis van de regelgeving inzake consumentenkoop (artikelen 1649bis e.v. BW), had aanvankelijk meer succes. Het Hof oordeelde dat de tweedehands-transactie inderdaad als een consumentenkoop kwalificeerde en stelde een gebrek aan overeenstemming vast in de zin van artikel 1649quater BW. Men kon immers geen enkel document voorleggen waaruit bleek dat de consument op de hoogte was van de tuning. Het Hof vervolgde dat de consument beroep kon doen op de remedies zoals opgesomd in artikel 1649quinquies BW. Op basis hiervan had de consument aldus recht op het kosteloze herstel of vervanging van het voertuig. Het Hof stelde echter vast dat de consument meteen liet overgaan tot herstelling door een derde en dus geen kosteloze herstelling van de verkoper had geëist. Het aanbieden van het voertuig in garantie kan volgens het Hof niet gelijkgeschakeld worden met het eisen van een kosteloze herstelling in de zin van artikel 1649quinquies BW. De consument kon bijgevolg geen beroep meer doen worden op de remedies van artikel 1649quinquies BW, aldus het Hof.

Voetnoot:
  1. Gent, 14 mei 2018, 2016/AR/823, niet gepubl.

Team

Related news

12.02.2020 EU law
Dutch court rules that investors suffer investment loss in the market where securities are listed and traded

Short Reads - On 29 January 2020, the Rotterdam District Court ruled on the question of which laws are applicable to the tort claims brought by (former) Petrobras investors against Petrobras (ECLI:NL:RBROT:2020:614). The Court applied the main rule of EU Regulation Rome II (the “Rome II Regulation”), which stipulates that the law applicable to claims in tort is the law of the country in which the harm suffered by the victim as a result of the tort occurs.

Read more

06.02.2020 NL law
Wettelijke bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap

Short Reads - Op 23 december 2019 is het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel volgt op een consultatie over het voorontwerp die liep van 7 juli 2018 tot en met 7 februari 2019.

Read more

16.01.2020 NL law
Wetgever, koester het burgerlijk procesrecht

Articles - Civiele procedures worden waarschijnlijk niet sneller en eenvoudiger met het Conceptwetsvoorstel modernisering en vereenvoudiging bewijsrecht en de Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging. De wetsvoorstellen gaan uit van onjuiste veronderstellingen over het verloop van civielrechtelijke procedures en overspannen verwachtingen van de rol van de civiele rechter als alvermogende geschilbeslechter.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring