Articles

Algemene bepalingen inzake oneerlijke handelspraktijken wijken voor specifiekere regelgeving

Stibbe - Unfair competition and consumer protection - Update sept 2018

Algemene bepalingen inzake oneerlijke handelspraktijken wijken voor specifiekere regelgeving

26.09.2018 EU law

In geval van strijdigheid tussen de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken[1] (en bij uitbreiding de omzettingsbepalingen in Boek VI WER) en andere Europeesrechtelijke voorschriften betreffende specifieke aspecten van oneerlijke handelspraktijken, hebben deze laatste voorrang (zie artikel 3, lid 4 van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken). Dat dit tot interessante discussies kan leiden, bleek uit een recent arrest van het Hof van Justitie[2].

De zaak betrof het energie-etiket waarvan stofzuigers dienen te worden voorzien overeenkomstig gedelegeerde verordening nr. 665/2013[3]. In het hoofdgeding voor een Belgische rechter had Dyson geargumenteerd dat zijn concurrent BSH de consument misleidt door louter het voorgeschreven energie-etiket te gebruiken, maar niet aan te geven dat de energieklasse werd berekend op basis van testen met een lege stofcontainer. De verwijzende rechter stelde dat hoewel deze testen de enige zijn waarmee het jaarlijks energieverbruik kan worden geëvalueerd, zij mogelijks niet zouden toelaten een correcte vergelijking te maken met apparaten die op een verschillende manier functioneren (met name stofzuigers met stofzak, waarvan de poriën na verloop van tijd verstop raken en de motor een hoger vermogen moeten ontwikkelen, vs. stofzuigers zonder stofzak). Aan het Hof van Justitie werd vervolgens gevraagd of het dan toch geen misleidende omissie kan uitmaken om na te laten de testomstandigheden te specifiëren.

Het Hof ging niet uitdrukkelijk in op de vaststelling dat de huidige testen geen correcte vergelijking toelaten en beperkte haar analyse tot het toepassen van de relevante juridische bepalingen. Aangezien gedelegeerde verordening nr. 665/2013, naast het milieu, eveneens de consument beschermt, kwalificeert zij als een specifieker voorschrift dat voorrang heeft op de Richtlijn Oneerlijke Marktpraktijken (en dus ook op de omzettingsbepalingen in boek VI WER). Aangezien de uniformisering van het energie-etiket er verder net toe strekt om het voor de eindgebruiker gemakkelijker leesbaar en vergelijkbaar te maken, verzet verordening nr. 665/2013 zich ertegen dat andere gegevens worden toegevoegd aan dit etiket. Dit geldt ongeacht of deze extra gegevens het energieverbruik zouden kunnen verduidelijken of zelfs correcter zouden weergeven voor de consument: artikel 7 van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (betreffende de misleidende omissies) is immers niet van toepassing. Verder verduidelijkte het Hof dat de testomstandigheden in ieder geval niet als essentiële informatie voor de gemiddelde consument kunnen worden beschouwd. In het omgekeerde geval, zouden zij immers zijn opgenomen in gedelegeerde verordening nr. 665/2013.

Voetnoten:
  1. Richtlijn 2005/29/EG van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad, PBEU 2005 L 149.
  2.  Arrest van 25 juli 2018, C-632/16, Dyson v. BSH, EU:C:2018:599.
  3. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 665/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van stofzuigers, PBEU 2013 L 192, zie met name bijlage II.

Team

Related news

06.02.2020 NL law
Pay-for-delay: brightened lines between object and effect restrictions

Short Reads - In its first pay-for-delay case, the ECJ has clarified the criteria determining whether settlement agreements between a patent holder of a pharmaceutical product and a generic manufacturer may have as their object or effect to restrict EU competition law. The judgment confirms the General Court’s earlier rulings in Lundbeck and Servier (see our October 2016 and December 2018 newsletters) in which it was held that pay-for-delay agreements (in these cases) constituted a restriction ‘by object’.

Read more

06.02.2020 NL law
Consumers and Sustainability: 2020 competition enforcement buzzwords

Short Reads - The ACM will include the effects of mergers on labour conditions in its review. It will also investigate excessive pricing of prescription drugs. As well as these topics, the ACM has designated the digital economy and energy transition as its 2020 focus areas. Companies can therefore expect increased enforcement to protect online consumers, and active probing of algorithms.

Read more

06.02.2020 NL law
The ACM may cast the net wide in cartel investigations

Short Reads - Companies beware: the ACM may not need to specify the scope of its investigation into suspected cartel infringements in as much detail as expected. On 14 January 2020, the Dutch Trade and Industry Appeals Tribunal upheld the ACM’s appeal against judgments of the Rotterdam District Court, which had quashed cartel fines imposed on cold storage operators. The operators had argued that the ACM was time-barred from pursuing a case against them, because the ACM had not suspended the prescription period by beginning investigative actions specifically related to the alleged infringements.

Read more

06.02.2020 NL law
Den Bosch Court of Appeal revives damages claims in Dutch prestressing steel litigation

Short Reads - On 28 January 2020, the Court of Appeal of Den Bosch issued a ruling in the Dutch prestressing steel litigation. In its ruling, the Court of Appeal overturned a 2016 judgment of the District Court of Limburg, in which it was held that civil damages claims brought by Deutsche Bahn were time-barred under German law (see our January 2017 newsletter).

Read more

06.02.2020 NL law
CDC/Kemira: Amsterdam Court of Appeal applies European principle of effectiveness to limitation periods

Short Reads - In a private enforcement case brought by CDC against Kemira, the Amsterdam Court of Appeal applies the European principle of effectiveness and rules that claims are not time-barred under Spanish, Finnish and Swedish law. With reference to the Cogeco judgment of the ECJ, the Court considers that claimants must be able to await the outcome of any administrative appeal against an infringement decision, even in relation to respondents who themselves have not filed appeals against the infringement decision.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring