Articles

Afwerving van cliënteel: ex-werknemer mag systematisch cliënteel benaderen van vroegere werkgever

Stibbe - Unfair competition and consumer protection - Update sept 2018

Afwerving van cliënteel: ex-werknemer mag systematisch cliënteel benaderen van vroegere werkgever

26.09.2018 BE law

Het Hof van Beroep te Gent bevestigde nogmaals de principiële vrijheid van handel en concurrentie waaruit de principiële geoorloofdheid van afwerving van personeel en cliënteel volgt [1]:

“Sinds het decreet d’Allarde van 1791 geldt het principe van vrijheid van handel en concurrentie. Afwerving van personeel en van cliënteel van een concurrent is om deze reden in principe geoorloofd (Gent, 13 november 2006, NJW 2007, 370). Het afwerven van cliënteel is in principe niet onrechtmatig omwille van het doel dat de afwerving zou beogen of van de bijzondere omstandigheden waarin ze zou plaatsvinden (Gent, 6 juni 2005, Jaarboek Handelspraktijken 2005, 546 e.v.).

De vrijheid van mededinging impliceert de principiële vrijheid van reclame maken, afwerven van personeel en/of cliënteel, nabootsen of kopiëren, aanhaken, verkoops- en/of leveringsweigering, parallelimport, doorbreken van distributiesystemen, … tenzij die vrijheid ingeperkt wordt door specifieke bijzondere wettelijke bepalingen en/of exclusieve rechten, dan wel dat de uitoefening ervan gepaard gaat met specifieke begeleidende bezwarende omstandigheden die de handelspraktijk een onrechtmatig karakter geven, zoals bijvoorbeeld verwarringstichting, misleiding, slechtmaking, bedrieglijke vermeldingen, gebruik van onrechtmatig verkregen vertrouwelijke informatie, het behalen van een onevenredig groot voordeel, parasitaire aanhaking, rechtsmisbruik en derdemedeplichtigheid aan contractbreuk.

De prospectie en de afwerving van cliënteel, personeel en leveranciers van een concurrent is in principe geoorloofd, zelfs wanneer dit gebeurt door een gewezen medecontractant. De afwerving is pas onrechtmatig omwille van het doel dat ze beoogt dan wel omwille van de bijzondere omstandigheden waarin ze plaatsvindt.”

Het Hof oordeelde vervolgens dat een ex-werknemer niet mag worden verboden gebruik te maken van de kennis en ervaring die hij heeft opgedaan bij zijn vroegere werkgever, ook wanneer deze kennis betrekking heeft op diens klantenbestanden. Bijgevolg werd zelfs het systematisch benaderen van het cliënteel dat men voordien voor rekening van de ex-werkgever benaderde, op zich niet onrechtmatig bevonden.

Voetnoten:
  1. Gent 5 maart 2018, 2017/AR/1173, niet gepubl.

Team

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more