Short Reads

Zijn tijdelijke omgevingsvergunningen voor zonneparken verleden tijd door wijziging subsidieregeling?

Zijn tijdelijke omgevingsvergunningen voor zonneparken verleden tijd

Zijn tijdelijke omgevingsvergunningen voor zonneparken verleden tijd door wijziging subsidieregeling?

03.10.2018 NL law

Tijdelijke zonneparken zijn snel vergunbaar, zo oordeelde de rechtbank Zwolle in haar uitspraak waarbij een tijdelijke omgevingsvergunning voor een zonnepark in Staphorst werd aangevochten. De rechtbank volgt daarmee de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak. Onlangs is echter de SDE+-subsidieregeling gewijzigd, waardoor projecten met een tijdelijke omgevingsvergunning van subsidie worden uitgesloten. Komt er daarmee een einde aan de oprichting van tijdelijke zonneparken?

Zonne-energie moet bijdragen aan een toekomstbestendig klimaatbeleid. Om zo snel mogelijk een vergunning te krijgen, worden er regelmatig tijdelijke omgevingsvergunningen voor zonneparken verleend. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wabo en artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II van het Bor is een tijdelijke vergunning mogelijk voor de duur van maximaal tien jaar. Het voordeel van zo'n tijdelijke vergunning is dat de reguliere, kortere procedure voor vergunningverlening gevolgd kan worden en dat geen goede ruimtelijke onderbouwing vereist is. De omgevingsvergunning is dan tijdig verkregen voor een aanvraag om subsidie op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie ("Besluit-SDE").

Kan een tijdelijke omgevingsvergunning voor een zonnepark worden verleend?

De rechtbank Zwolle bevestigt in haar uitspraak dat het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning voor een zonnepark in strijd met een bestemmingsplan mogelijk is. Bij het verlenen van deze tijdelijke omgevingsvergunning moet aannemelijk zijn dat het zonnepark na verloop van de termijn daadwerkelijk kan en zal worden beëindigd. De rechtbank overweegt dat slechts als op voorhand duidelijk is dat het zonnepark binnen deze exploitatietermijn niet rendabel kan zijn of indien de berekeningen zodanige tekortkomingen vertonen dat niet voor geloofwaardig kan worden gehouden dat een initiatiefnemer haar investeringsbeslissing mede daarop gebaseerd heeft, aanleiding zal bestaan om te oordelen dat niet geloofwaardig is dat het zonnepark binnen tien jaar zal worden verwijderd. Daarvan is in dit geval geen sprake. De rechtbank stelt ook vast dat de zonnepanelen op een volledig demontabele stellage worden geplaatst, waardoor het geheel snel en op eenvoudige wijze kan worden verwijderd en elders weer opgebouwd kan worden. De rechtbank oordeelt daarom dat de omgevingsvergunning voor het tijdelijke zonnepark verleend had mogen worden.

De rechtbank volgt met deze uitspraak de lijn die de Afdeling heeft ingezet in een uitspraak over een tijdelijke omgevingsvergunning voor een zonnepark in de gemeente Coevorden. In die uitspraak, waar wij al eerder een blog over schreven, bepaalde de Afdeling dat uitsluitend beoordeeld moet worden of de zonnepanelen na tien jaar zonder onomkeerbare gevolgen kunnen worden verwijderd. Dat de gemeente en initiatiefnemer hadden aangegeven dat de zonnepanelen langer dan tien jaar zouden blijven staan, speelt daarbij dus geen rol; het blijft namelijk feitelijk mogelijk en aannemelijk dat de vergunde activiteit zonder onomkeerbare gevolgen kan worden verwijderd.

Wijziging van de SDE+-subsidieregeling

Terwijl de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en de rechtbank Zwolle ruimte geven voor zonneparken met tijdelijke omgevingsvergunningen, acht het Rijk dit niet wenselijk. In de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie, die het kader biedt voor de verlening van SDE+-subsidies voor duurzame projecten, is namelijk sinds kort een bepaling opgenomen die het verlenen van subsidie voor tijdelijke projecten volledig uitsluit. Uit de toelichting bij deze wijziging blijkt dat de minister het van belang acht dat met het oog op de tijdige realisatie van projecten en de kosteneffectieve inzet van subsidiemiddelen, projecten vooraf over een vergunning beschikken voor tenminste de gehele looptijd van de subsidie. De looptijd van een SDE+-subsidie voor zonneparken bedraagt standaard vijftien jaar. Omdat tijdelijke omgevingsvergunningen voor de duur van maximaal tien jaar mogen worden verleend, voldoen deze vergunningen hier per definitie niet aan. Daarom kunnen zonneparken die met een tijdelijke omgevingsvergunning mogelijk zijn gemaakt niet langer rekenen op SDE+-subsidie, waarmee het maar de vraag is of een zonnepark met een tijdelijke omgevingsvergunning financieel realiseerbaar is.

Afrondend: milieueffectbeoordeling?

In de uitspraak van de rechtbank Zwolle lag ook de vraag voor of de realisatie van het zonnepark valt onder de verplichting een milieueffectrapport op te stellen (m.e.r.-plicht) of een milieueffectbeoordeling uit te voeren (m.e.r.-beoordelingsplicht). De rechtbank loopt drie mogelijke activiteiten voor een dergelijke plicht na, namelijk:

  • een landinrichtingsproject (categorie D 9), maar de rechtbank acht hiervan alleen sprake bij grootschalige ontwikkelen in het buitengebied. De omvang van deze activiteit, namelijk op een perceel van 4,3 ha, is volgens de rechtbank te gering om hieronder te vallen;
  • een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2), maar de rechtbank acht het zonnepark wederom vanwege de geringe omvang daarvan niet als zodanig aan te merken;
  • een industriële installatie voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water (C 22.1/D 22.1), maar de rechtbank ziet in het gebruik van het woord 'en' een beperking in de reikwijdte van deze activiteit tot die installaties die alle drie de zaken produceert.

Wij beperken ons tot twee kanttekeningen bij deze overwegingen. Ten eerste heeft de rechtbank Noord-Nederland eerder wel een zonnepark als zijnde een landinrichtingsproject als m.e.r.-beoordelingsplicht aangemerkt. Ten tweede is zowel in de bijlage bij de m.e.r.-richtlijn als in het Besluit-m.e.r. vaker enkel ‘en’ opgenomen bij de activiteiten, bijvoorbeeld “Steengroeven, dagbouwmijnen en turfwinning (niet onder bijlage I vallende projecten)” of “Industriële installaties voor de fabricage van papier en karton (niet onder bijlage I vallende projecten)”. Als de lezing van de rechtbank wordt gevolgd, kan opeens een beperking ontstaan van de reikwijdte van de m.e.r.-plicht voor verschillende activiteiten (daargelaten de vraag of überhaupt een industriële installatie voor de productie van elektriciteit, stoom én warm water bestaat). Het is dan ook de vraag of de lezing van de rechtbank omtrent de afwezigheid van een m.e.r.-(beoordelings)plicht juist is.

Team

Related news

13.11.2019 NL law
Een strategisch actieplan voor het gebruik van AI door de overheid

Short Reads - Een paar jaren geleden hoorde je er nog nauwelijks over, maar nu kan je er bijna niet meer om heen: kunstmatige intelligentie, ook wel artificiële intelligentie (AI) genoemd.  AI verwijst naar systemen die intelligent gedrag vertonen door hun omgeving te analyseren en – met een zekere mate van zelfstandigheid – actie ondernemen om specifieke doelen te bereiken. Denk aan zelfrijdende auto's of slimme thermostaten. 

Read more

08.11.2019 BE law
Interview with Wouter Ghijsels on Next Gen lawyers

Articles - Stibbe’s managing partner Wouter Ghijsels shares his insights on the next generation of lawyers and the future of the legal profession at the occasion of the Leaders Meeting Paris where Belgian business leaders, politicians and inspiring people from the cultural and academic world will discuss this year's central theme "The Next Gen".

Read more

13.11.2019 NL law
Billijker bestuursrecht met minder formele rechtskracht

Short Reads - De recente uitspraken van de Hoge Raad over de Groningse aardbevingsschade en die van de Afdeling bestuursrechtspraak over het terugvorderen van toeslagen voor kinderopvang hebben meer met elkaar te maken dan menigeen op voorhand zal denken. Zowel de Hoge Raad als de Afdeling kiest daarin namelijk – terecht – voor een verdere versoepeling van de leer van de formele rechtskracht van besluiten. Een leer die vaak wordt bekritiseerd vanwege de onnodig onbillijke uitkomsten daarvan in sommige zaken.

Read more

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

13.11.2019 NL law
Van Stint tot Fipronil: een schadefonds voor gedupeerden van voortvarend overheidsingrijpen in crisissituaties

Short Reads - Op donderdag 7 november 2019 was prof. mr. Pieter van Vollenhoven te gast bij ons op kantoor voor het seminar "Van Stint tot Fipronil: een schadefonds voor gedupeerden van voortvarend overheidsingrijpen in crisissituaties". In het sprekerspanel met o.a. Berthy van den Broek, Janet van de Bunt, Monique de Groot en Edwin Renzen en ook in de zaal waren de meesten duidelijk gecharmeerd van zo’n fonds Van Vollenhoven. Maar er blijven nog genoeg vragen over hoe zo’n fonds precies zou moeten worden ingericht.

Read more

06.11.2019 BE law
Les nouveaux seuils européens des marchés publics à partir du 1er janvier 2020

Articles - Les règlements qui modifient les seuils européens d'application pour les procédures de passation des marchés et des concessions  sont publiés dans le Journal officiel européen du 31 octobre 2019 (JO L 279 du 31 octobre 2019). Ces modifications entraînent pour la première fois une baisse des seuils depuis 2010, tant pour les travaux que pour les fournitures et services, quel que soit le secteur. Les nouveaux seuils s'appliquent à compter du 1er janvier 2020 et sont, comme d'habitude, fixés pour une période de deux ans. Ils sont valables jusqu'au 31 décembre 2021.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring