Articles

Nieuw tijdperk voor Vlaamse woonreserves aangebroken

Stibbe - Vlaamse woonreserves nooit meer hetzelfde

Nieuw tijdperk voor Vlaamse woonreserves aangebroken

04.10.2018 BE law

De Vlaamse regering beoogt het wettelijk kader in de zogenaamde "woonresergebieden" (waaronder de woonuitbreidingsgebieden) grondig te wijzigen. Ofwel krijgen de gebieden de volwaardige status als woongebied, ofwel krijgen ze een andere bestemming dan wonen. De regeling laat toe om gemeenten voor een openruimtebestemming te laten kiezen.

Hierna een overzicht van het voorstel van de Vlaamse regering en de reactie van de adviesraden op het voorstel.

Het principe: woonuitbreidingsgebieden als toekomstreserve

De woonuitbreidingsgebieden zijn gebieden die al in de gewestplannen in de jaren '70 zijn ingetekend. Ze zijn in de gewestplannen traditioneel aangeduid met wit-rode ruitjes:

Gewestplan

Deze gebieden zijn bestemd voor groepswoningbouw zolang de overheid de ordening ervan niet heeft uitgewerkt. Ze maken deel uit van het juridisch woonaanbod, maar in vergelijking met de woongebieden (rode kleur op gewestplan) kunnen zij niet zo gemakkelijk worden ontwikkeld.

Naast de woonuitbreidingsgebieden bestaan ook zeer gelijkaardige gebieden, zoals woonaansnijdingsgebieden. Ook daar geldt dat zij als reserve dienen zolang de overheid er niet verder over heeft beslist. Als verzamelterm voor deze gebieden zal binnenkort de term "woonreservegebieden" gelden.

Toch zijn gaandeweg verschillende uitzonderingen toegelaten in de woonreservegebieden. Zo was, mits een principieel akkoord van de deputatie van de bevoegde provincie, toch ontwikkeling van een woonuitbreidingsgebied mogelijk. Ook sociale woonorganisaties konden, mits verschillende voorwaarden, toch tot ontwikkeling overgaan.

Druk op huidige regime

De regels rond het aansnijden van woonreservegebieden, zijn complex. Voorts bleek de praktijk ook meer toe te laten dan specifiek was voorzien. Met name was het niet onoverkomelijk om voor nog niet bebouwde "restpercelen" binnen het woonuitbreidingsgebied een vergunning te bekomen, onder de redenering dat de ordening in de praktijk al aanwezig was. Dit standpunt werd in rechtspraak echter - met succes - betwist.

Vandaag bestaande woningen in woonuibreidingsgebied voldoen strikt genomen niet aan de toepasselijke bestemmingsvoorschriften. Ze zijn als zonevreemd te beschouwen (zie verdere toelichting daaromtrent hier). In die redenering kunnen dergelijke woningen zich enkel op zonevreemde basisrechten van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening beroepen, wat beperkend werkt.

Beleidsmatig is het de bedoeling om, in navolging van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, te evolueren naar de neutralisatie van het slecht gelegen woonaanbod. De voorkeur gaat uit naar gebieden met een hoge "knooppuntwaarde", d.w.z. waar een hoog voorzieningenniveau aanwezig is en dichtbij collectief vervoer. De huidige bestemmingsvoorschriften voor woonreservegebieden belemmeren blijkbaar deze evolutie.

De oplossing: ingrijpen

Stap 1: uitschakeling geldende bestemmingsvoorschriften

De Vlaamse regering legde op de ministerraad van 20 juli 2018 een oplossing op tafel.

De oplossing oogt radicaal: van zodra het voorgestelde decreet in werking treedt, is er geen toepassing meer mogelijk van de geldende bestemmingsvoorschriften voor de woonreservegebieden. 

Het blijft nog wel mogelijk voor een gemeente om een woonreservegebied, op basis van een beleidsvisie, om te zetten naar een daadwerkelijk woongebied. Daarvoor is een planprocedure nodig.

De uitzonderingsregels voor sociale woonorganisaties blijft ook bestaan, al geldt een bijkomende voorwaarde. Immers, de sociale woonorganisatie moet de projectgronden op datum van 1 januari 2019 in eigendom hebben.

Het principieel akkoord van de deputatie verdwijnt daarentegen volledig. Er geldt overgangsrecht voor de bestaande principiële akkoorden (bekomen of in aanvraag).

Stap 2: wat nu?

Ofwel: statuut van woongebieden

In vier gevallen krijgen gronden binnen woonreservegebieden automatisch het statuut van woongebieden zoals voorzien in de gewestplanvoorschriften. Samengevat gaat het om:

  1. al geordenende gebieden (waarvoor geen bijzonder plan van aanleg geldt, maar wel een niet-vervallen omgevingsvergunning voor groepswoningbouw / niet-vervallen omgevingsvergunning  voor verkavelen);
  2. niet-geordende gebieden, met hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte bestaande (dus gebouwde) woningen;
  3. "restpercelen" (aaneengesloten onbebouwde percelen, langs voldoende uitgeruste weg of ontsluitbaar, max. 2.500 m²);
  4. gebieden waarvoor een definitief gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan gebiedsgericht bepaalt dat ze als woongebied kunnen ontwikkeld worden.

De eerste twee gevallen beogen het zonevreemd karakter weg te nemen. Elk van de uitzonderingen beoogt gewenste ontwikkelingen (functionele vermenging, ruimtelijk rendement ...) mogelijk te maken. Er is bovendien rekening te houden met verschillende randvoorwaarden.

Ofwel: herbestemming na gemeentelijk voorstel

In andere gevallen, dient de bevoegde gemeente de ontwikkelingsperspectieven in een voorstel te formuleren. Dat voorstel is onderworpen aan inspraak en aan een advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Vervolgens geeft ook de deputatie een advies en keurt de Vlaamse regering goed dan wel af.

Er zijn drie keuzes voor een gemeente. Schematisch ziet het er als volgt uit:

Traject WRG

Randbemerkingen van de adviesraden

Op 26 september 2018 verleenden de gespecialiseerde adviesraden hun advies over de voorgestelde wijzigingen. 

De adviezenraden vinden het een goede zaak dat een voorstel is uitgewerkt voor gedifferentieerde aansnijding van woonreservegebieden.

Tegelijk formuleren de adviesraden een aantal strategische bemerkingen. Inzake juridische robuustheid van de decretale wijziging van de huidige bestemming van woonreservegebieden naar de nieuwe bestemming van woongebieden zonder plan en zonder plan-MER, wijst het advies op twee belangrijke nog te onderzoeken vragen, namelijk:

  • Vereist de decretale regeling een plan-MER omdat het een "plan of programma" in de zin van de plan-MER-regels uitmaakt? De decretale herbestemming tot woongebied vormt volgens de adviesraden een kader voor de vergunningverlening. Het Hof van Justitie gaf recent in meerdere Belgische zaken blijk van een strikte interpretatie, (zaken C-290/15, C-671/16 en C-160/17);
  • Is de bestemmingswijziging zonder nieuwe planprocedure en zonder bijhorende inspraak verenigbaar met de visie van het Grondwettelijk Hof? Dat Hof schorste al eerder een poging tot decretale uitbreiding van ontwikkelingsmogelijkheden in ontginningsgebieden (zie GwH-arrest nr. 107/2018).

Besluit

Omdat voor elk woonreservegebied gewijzigde bestemming in het vooruitzicht is gesteld (hetzij met tussenkomst van de Vlaamse Regering, hetzij zonder), zullen de woonreservegebieden in hun huidige vorm, binnen afzienbare tijd nooit meer hetzelfde zijn.

De Vlaamse regering becijferde ook al op hoofdlijnen de kost van deze herbestemmingsactie. Zij meent dat de kost ruw geschat op 1,294 miljard euro neerkomt, weze het verspreid over meerdere (tientallen) jaren.

Het wetgevend proces staat nog maar aan het begin. De adviesraden hebben twee belangrijke vraagstukken opgeworpen en ook de afdeling Wetgeving van de Raad van State dient zich nog over het voorstel te buigen.

Dit artikel is mede geschreven door Pieter Vandenheede in zijn hoedanigheid van counsel bij Stibbe.

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more

07.10.2021 NL law
Intrekking van natuurvergunningen en de praktijk: de stand van zaken en de rol van significantie van eventuele effecten

Short Reads - Onherroepelijke natuurvergunningen lijken anno 2021 geen rustig bezit meer te zijn. Bij provincies liggen op dit moment verzoeken voor om tot intrekking van (onherroepelijke) natuurvergunningen over te gaan. Intrekking zou een noodzakelijke passende maatregel zijn ter uitvoering van artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn. Jurisprudentie geeft inmiddels enige duidelijkheid. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en laat zien dat de nodige vragen onbeantwoord blijven. In dit blog bespreken wij de stand van zaken.

Read more