Short Reads

Bezoldigingsnormen en integriteitseisen voor de verkrijging van subsidie voor buitenlandse hulp en ontwikkelingssamenwerking

Bezoldigingsnormen en integriteitseisen voor de verkrijging van subsi

Bezoldigingsnormen en integriteitseisen voor de verkrijging van subsidie voor buitenlandse hulp en ontwikkelingssamenwerking

29.10.2018 NL law

In 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat het zonder een formeel-wettelijke grondslag niet is toegestaan om een bezoldigingsnorm als verplichting voor subsidieverkrijging op te leggen. In reactie hierop ligt nu aan de Tweede Kamer voor een wetsvoorstel dat alsnog deze grondslag biedt voor deze en soortgelijke subsidieverplichtingen in de sector van Buitenlandse Zaken. Dit blogbericht geeft hierop een toelichting.

Introductie

In september 2018 is bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt het wetsvoorstel tot wijziging van de 'Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken' (hierna: Kaderwet) (Kamerstukken 35009). Het doel van dit wetsvoorstel is te komen tot een juridische grondslag voor het mogen toepassen van zogenaamde 'niet-doelgebonden' subsidiecriteria. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat dit wetsvoorstel alleen van toepassing is op subsidies van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Aanleiding tot het wetsvoorstel: uitspraak d.d. 5 juli 2017 van de Afdeling bestuursrechtspraak

De aanleiding voor het wetsvoorstel is een uitspraak van 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1774 van de Afdeling bestuursrechtspraak. In die uitspraak staat centraal de afwijzing van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BH&O) op een subsidieaanvraag van Cinop. Deze subsidieaanvraag had betrekking op de subsidieregeling Local Employment in Africa for Development (LEAD). Alle aanvragen voor deze subsidieregeling werden beoordeeld op basis van een vergelijkende tenderprocedure, bestaande uit meerdere fasen. Om de eerste fase van deze procedure door te komen moest worden voldaan aan het (drempel)criterium dat de bezoldiging van de leden van het bestuur van de subsidieaanvrager maximaal € 163.000,- mag bedragen, gelijkelijk aan de bezoldigingsnorm voor een directeur-generaal van het ministerie. Aan deze eis voldeed Cinop niet en aldus werd haar aanvraag destijds in de eerste fase van de tender afgewezen. Dit gaf voor Cinop aanleiding een bestuursrechtelijke procedure te starten, die voortduurde tot aan de genoemde Afdelingsuitspraak.

Volgens de Afdeling houdt de genoemde bezoldigingsnorm die aan Cinop is tegengeworpen, onvoldoende verband met het verwezenlijken van het doel van LEAD. Dit doel is het creëren van werkgelegenheid voor jongeren in Afrikaanse landen. Als gevolg hiervan handelt de minister met de gestelde bezoldigingsnorm als subsidiecriterium in strijd met het verbod van détournement de pouvoir (artikel 3:3 Algemene wet bestuursrecht). De Afdeling overweegt voorts dat deze strijdigheid "alleen bij wet in formele zin [kan] worden weggenomen." Omdat de Awb als formele wet hoger in rang staat, kan de juridische grondslag voor het stellen van kort gezegd niet-doelgebonden subsidieverplichtingen niet in een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling worden neergelegd, aldus de Afdeling.

De boodschap was dus helder: wil de minister voor BH&O een bezoldigingsnorm opleggen aan organisaties die om subsidie van Buitenlandse Zaken vragen, dan zal daartoe dus de wet moeten worden aangepast. Dat is dus thans voorgesteld met het wetsvoorstel tot wijziging van de Kaderwet.

In twee eerdere uitspraken had de Afdeling zich overigens ook al negatief uitgelaten over het opleggen van (WNT-achtige) bezoldigingsnormen in de vorm van subsidieverplichtingen, die niet in verband stonden met het doel van de desbetreffende subsidieregeling (zie ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2348 en ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1177). Deze subsidieverplichtingen waren in strijd met artikelen 4:37 t/m 4:39 Awb, die kort gezegd ertoe strekken dat een subsidieverplichting heeft te dienen ter bescherming van belangen die in verband staan met het doel van de subsidieregeling. Indien een verplichting niet doelgebonden is, dient daarvoor een wettelijke grondslag te bestaan.

Wijziging van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken

Uit de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt dat de minister voor BH&O twee redenen ziet om toch bezoldigingsnormen aan subsidie vragende instanties te kunnen opleggen: (i) een praktijk waarin hogere beloningen dan die van het niveau van de directeur-generaal (dg-norm) bestaan doen "afbreuk (…) aan de geloofwaardigheid van organisaties die subsidie vragen voor activiteiten gericht op armoedebestrijding" en (ii) "het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking (…) lijdt" daaronder.

De al langer bestaande Wet Normering Topinkomens (WNT) biedt volgens de minister niet voldoende soelaas, omdat niet alle subsidievragers onder het bereik van deze wet vallen.

Kortom, de minister meent dat er op dit punt een noodzaak bestaat tot aanpassing van artikel 3 van de Kaderwet. Nu deze wet wordt gewijzigd, kan ook meteen de grondslag worden gecreëerd voor andere denkbare 'sociale' normen als subsidieverplichtingen. Het wetsvoorstel noemt in dit verband:

  1. de eis dat een subsidieaanvrager een integriteitsbeleid moet hebben, in het bijzonder met het oog op voorkoming van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag;
  2. het stellen van eisen met betrekking tot de positie van vrouwen;
  3. de gevolgen voor het milieu;
  4. de naleving van internationaal aanvaarde humanitaire principes door de subsidieaanvrager;
  5. de gevolgen voor internationaal erkende burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten van mensen.

De opgesomde onderwerpen (1) tot en met (5) hebben al een grondslag in het onderliggende Subsidiebesluit, maar worden nu dus als het ware (zekerheidshalve) overgeheveld naar het niveau van de formele wet.

Tot slot bevat het wetsvoorstel een delegatiebepaling om voortaan drempelcriteria in een algemene maatregel van bestuur te kunnen neerleggen, mits die criteria ter bescherming van het algemeen belang zijn. Het ontwerp van het wetsvoorstel kende blijkbaar nog niet die beperking tot het algemeen belang en is daarop na kritiek van de Raad van State aangepast. Ons valt daaraan echter nog steeds op, dat waar de wettekst spreekt van 'algemeen belang', de bijbehorende toelichting het heeft over 'publieke belangen' en dat de Raad van State spreekt van 'wezenlijk publiek belang'. De verschillen tussen deze begrippen zullen wellicht inhoudelijk beperkt zijn, maar consistent is het niet.

Tot slot: een korte analyse

Met de Kaderwet wordt de uitgestoken hand van de Afdeling bestuursrechtspraak in de uitspraak over Cinop door de minister voor BH&O aangenomen. De vereiste wettelijke grondslag voor niet-doelgebonden subsidiecriteria als het opleggen van een bezoldigingsnorm wordt nu geregeld. Daar is uit juridisch oogpunt weinig tegen in te brengen. Echter, nog steeds leeft daarmee bij ons de vraag hoe de bezoldigingsnorm als subsidiecriterium zich materieel verhoudt tot het verbod van détournement de pouvoir. Zoals ook gesteld in de genoemde Afdelingsuitspraak zegt een hogere of lagere bezoldiging van de bestuursleden van een gesubsidieerde organisatie immers niet zoveel of die organisatie wel of niet aan de inhoudelijke doelstelling van de subsidieregeling voldoet. Met al dan niet een wettelijke grondslag luidt het antwoord op die vraag niet anders. Wordt met de Kaderwet thans niet een hellend vlak betreden, waardoor we in de toekomst steeds vaker uitzonderingen gaan krijgen op het principeverbod van het stellen van niet-doelgebonden subsidiecriteria? Het is interessant te bezien of hiertoe thans een tendens gaat ontstaan en wat dat betekent voor de systematiek van het subsidierecht. Kortom, wordt vervolgd.

Team

Related news

04.12.2018 NL law
Stibbe appoints two new partners and three counsel

Inside Stibbe - Stibbe has promoted Floris ten Have (EU law, competition and regulation, Amsterdam) and Julien Bogaerts (corporate and finance, Brussels) to partner. In addition, Johan Zwemmer (employment law, Amsterdam), Li Wee Toh (energy and industry, Amsterdam) and Giovanni Smet (tax, Brussels) have been promoted to counsel. The new appointments will take effect on 1 January 2019.

Read more

06.12.2018 NL law
Informatieplicht voor energiebesparende maatregelen: uiterlijk op 1 juli 2019 rapporteren

Short Reads - Het was al aangekondigd: een informatieplicht voor in de inrichting getroffen energiebesparende maatregelen. Wij schreven eerder een blog bij het voornemen van de minister hiertoe. Die informatieplicht komt er nu dan toch echt aan: op 3 oktober 2018 stuurde de minister van Economische Zaken ("de minister") het Besluit tot wijziging van het Activiteitenbesluit Milieubeheer in verband met de informatieplicht voor energiebesparende maatregelen naar de Tweede Kamer.

Read more

04.12.2018 NL law
Stibbe benoemt twee nieuwe partners en drie counsels

Inside Stibbe - Stibbe benoemt Floris ten Have (mededingingsrecht, Amsterdam) en Julien Bogaerts (corporate en finance, Brussel) tot partner. Johan Zwemmer (arbeidsrecht, Amsterdam), Li Wee Toh (energierecht en industrie, Amsterdam) en Giovanni Smet (fiscaal recht, Brussel) zijn benoemd tot counsel. De nieuwe benoemingen gaan in vanaf 1 januari 2019.

Read more

06.12.2018 NL law
FAQ: gemeentelijke milieuzones en de harmonisatie ervan

Short Reads - In dit blogbericht uit de FAQ-serie staan de milieuzones centraal. We leggen uit wat milieuzones zijn, hoe de milieuzones in Nederland zijn geregeld en hoe het nieuwe beleid voor de harmonisatie van de milieuzones eruit ziet. We doen de aanbeveling om de gemeentelijke milieuzones op een centrale plek te ontsluiten, zodat voor iedereen inzichtelijk is waar milieuzones zijn en welke regels daar gelden voor welke voertuigen.

Read more

04.12.2018 NL law
Stibbe nomme deux nouveaux associés et trois counsels

Inside Stibbe - Stibbe a nommé Floris ten Have (droit de la concurrence, Amsterdam) et Julien Bogaerts (droit des sociétés et droit financier, Bruxelles) en tant qu’associés. Johan Zwemmer (droit du travail, Amsterdam), Li Wee Toh (droit de l’énergie et industrie, Amsterdam) et Giovanni Smet (droit fiscal, Bruxelles) deviennent, quant à eux, counsels. Ces nouvelles nominations prendront effet le 1er janvier 2019.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring