Short Reads

Bestuurlijke boete onderuit: boetebedrag in gemeentelijke huisvestingsverordening in strijd met de wet vastgesteld

Bestuurlijke boete onderuit: boetebedrag in gemeentelijke huisvesting

Bestuurlijke boete onderuit: boetebedrag in gemeentelijke huisvestingsverordening in strijd met de wet vastgesteld

30.10.2018 NL law

Op 13 juni 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") een voor de boetepraktijk belangrijke uitspraak gewezen. In die zaak oordeelde de Afdeling dat er geen grondslag was om een boete op te leggen voor overtreding van de Huisvestingswet 2014. De gemeente Tilburg had in strijd met de Huisvestingswet gehandeld door in haar huisvestingsverordening niet voor verschillende overtredingen van de wet concrete boetebedragen vast te stellen.

Het vaststellen in de gemeentelijke huisvestingsverordening van één boetebedrag voor verschillende overtredingen voldoet niet aan de wet. Gelet daarop gaat de boete onderuit. In dit blogbericht bespreken wij de uitspraak en geven een tip voor de praktijk.

De zaak

De zaak betreft een boete van € 4.000 die is opgelegd aan een verhuurder van een woning omdat zijn huurder de woning deels in gebruik had als hennepkwekerij. Omdat de woning daarmee werd onttrokken aan de bestemming 'bewoning' handelde de verhuurder volgens het college van burgemeester en wethouders van Tilburg ("college") in strijd met artikel 21 sub a van de Huisvestingswet. In hoger beroep beklaagt de verhuurder zich onder meer over de hoogte van de boete.

Uitspraak Afdeling

De Afdeling komt in het kader van de beoordeling van de boetehoogte ambtshalve tot de conclusie dat er geen grondslag voor het college bestond om de boete op te leggen. De reden daarvoor is dat de gemeentelijke huisvestingsverordening in kwestie niet voldeed aan het vereiste uit artikel 35 lid 3 van de Huisvestingswet. Op grond van dit artikel had de gemeenteraad in de verordening het maximale boetebedrag moeten vaststellen dat voor verschillende overtredingen van de Huisvestingswet kan worden opgelegd. Daaraan had de raad uitvoering gegeven door in de huisvestingsverordening één boetebedrag te noemen voor verschillende overtredingen van de Huisvestingswet. Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis oordeelt de Afdeling dat de gemeenteraad niet heeft voldaan aan de uit de Huisvestingwet voortvloeiende verplichting om "concrete boetebedragen" op te nemen in haar huisvestingsverordening. Uitwerking van boetebedragen in beleidsregels is volgens de Afdeling overigens niet mogelijk. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er volgens de Afdeling geen grondslag voor boeteoplegging is, zodat de boete ten onrechte is opgelegd. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond en herroept de boete.

Tip voor de praktijk

Deze uitspraak laat zien dat een bestuursorgaan op gemeentelijk niveau bij het opleggen van een boete dient na te gaan of in de verordening op juiste wijze uitvoering is gegeven aan het wettelijke voorschrift indien daarin voorschriften zijn gegeven hoe de nadere uitwerking ten aanzien van het bepalen van de hoogte van een boete dient te geschieden. Op rijksniveau speelt dit ook. Indien in de wet is bepaald dat in een algemene maatregel van bestuur (AMvB) uitvoering gegeven dient te worden aan de wet die bepaalt dat daarin de hoogte van de boete dient te worden uitgewerkt, dient bij de boeteoplegging ook te worden vastgesteld of daaraan is voldaan. Wordt die uitvoering niet of niet juist gegeven dan is de verordening of AMvB op dat punt in strijd met de wet en daarmee naar ons idee deels onverbindend. Een boete kan dan niet worden opgelegd, zolang het gebrek in de verordening of AMvB niet hersteld is.

Team

Related news

10.08.2020 NL law
Geelgroen huis in Den Helder in ernstige mate in strijd met de redelijke eisen van welstand

Short Reads - In de gemeentelijke welstandsnota staan criteria waaraan het uiterlijk van bestaande en nieuw te bouwen woningen dienen te voldoen: de redelijke eisen van welstand. Voor bestaande woningen geldt dat zij niet in ernstige mate in strijd mogen zijn met deze eisen. Welstandsexcessen zijn met andere woorden uitgesloten. In de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020 was de vraag aan de orde of een geelgroen geverfde woning in Den Helder terecht als een dergelijk welstandsexces is aangemerkt.

Read more

29.07.2020 NL law
Over temperaturen ten tijde van corona

Articles - Met haar standpunt ten aanzien van het meten van temperaturen van werknemers, geeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verduidelijking over de reikwijdte van haar toezicht. Deze nuancering houdt in dat, als er geen sprake is van verwerking van persoonsgegevens, de AVG niet geldt en de AP dus niet handhavend kan optreden.

Read more

10.08.2020 NL law
Het NOW register: openbaarmaking van gegevens van ontvangers van de NOW-subsidie

Short Reads - Het UWV heeft op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een register gepubliceerd met informatie over werkgevers die de NOW-1 subsidie hebben ontvangen. De publicatie van dit register komt niet geheel als een verrassing. De NOW-1 bevat immers een bijzondere bepaling over openbaarmaking van de desbetreffende gegevens.

Read more

05.08.2020 NL law
ACM is verplicht om het besluit waarin zij afziet tot oplegging van een boete te publiceren

Short Reads - De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet ACM) verplicht de ACM om een besluit waarbij een ernstige overtreding (zoals overtreding van het kartelverbod) is geconstateerd, maar waarbij is afgezien van het opleggen van een boete toch openbaar te maken. Een dergelijk besluit beschouwt het CBb als een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de zin van artikel 12v van de Instellingswet ACM. Dat oordeelt het CBb in haar uitspraak van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92).

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more