Short Reads

Bestuurlijke boetes voor medeplegen in het bestuursrecht

Bestuurlijke boetes voor medeplegen in het bestuursrecht

Bestuurlijke boetes voor medeplegen in het bestuursrecht

14.11.2018 NL law

Niet alleen in het strafrecht maar ook in het bestuursrecht kunnen medeplegers, naast plegers, worden geconfronteerd met een bestuurlijke boete. Een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") van 29 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2845) is daarvan een goed voorbeeld.

Net als in het strafrecht geldt in het bestuursrecht dat voor medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking vereist is van de overtreders. Niet nodig is dat de rollen van de verschillende overtreder verwisselbaar zijn. Een overtreder kan beboet worden als medepleger wanneer zijn intellectuele en materiële bijdrage aan het feit van voldoende gewicht is, hetgeen onder meer kan blijken uit de onderlinge taakverdeling. Zoals blijkt uit de hieronder besproken zaak kunnen ondersteunende activiteiten al voldoende zijn om tot medeplegen te concluderen.

De zaak

De zaak had betrekking op een bestuurlijke boete van € 12.000 opgelegd aan de medepleger wegens overtreding van artikel 30, eerste lid, onder a van de Huisvestingswet (oud, nu artikel 21 van de Huisvestingswet 2014). De verhuur van de woning via het internet leidde tot het onttrekken van de woning aan de woningvoorraad, hetgeen een beboetbare overtreding oplevert. De boete werd opgelegd aan de 'medepleger', namelijk de feitelijk beheerder van de woning. In opdracht van de eigenaar van de woning zorgde de beheerder voor het contact met de huurders (onder andere het afgeven en in ontvangst nemen van de sleutel) en hij maakte daarnaast de woning schoon.

In hoger beroep bij de Afdeling stelde de beheerder (appellant) dat de boete ten onrechte aan hem was opgelegd. Hij voerde onder meer aan dat hij ten onrechte als medepleger in de zin van artikel 5:1, tweede lid, Awb was aangemerkt. Appellant stelde dat het niet in zijn macht lag om de overtreding te beëindigen.

Kern uitspraak Afdeling  

In reactie op het argument van appellant dat hij niet als medepleger kon worden aangemerkt, verwijst de Afdeling allereerst naar haar eerdere jurisprudentie over medeplegen. Medeplegen doet zich volgens de Afdeling voor "bij een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen." Iemand kwalificeert slechts als 'medepleger' als de intellectuele en/of materiële bijdrage van de betrokkene van voldoende gewicht is. Voor het oordeel of hiervan sprake is, kunnen volgens de Afdeling onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het feit en het belang van de rol van de betrokkene van belang zijn.

Na dit juridisch kader te hebben geschetst, concludeert de Afdeling dat de intellectuele en materiële bijdrage van appellant van voldoende gewicht was om als medepleger te worden aangemerkt. Na te hebben opgesomd op welke wijze appellant betrokken was bij de verhuur – kort gezegd: hij was contactpersoon voor de huurders, hij gaf de sleutel af en nam deze weer in en hij stond vermeld op de informatie die in de woning en op de deur voor de huurders werd achtergelaten – concludeert de Afdeling dat sprake was van een taakverdeling tussen appellant en de eigenaren van de woning (familieleden) en dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking.

Over de hoogte van de boete oordeelt de Afdeling dat de boete gematigd dient te worden gelet op "de essentiële, maar relatief beperkte rol" van appellant in de overtreding. De Afdeling achtte onder meer relevant dat het ging om ondersteunende werkzaamheden (o.a. schoonmaak en sleuteloverdracht) en niet om het innen van huur en het beheren van het internetaccount waarmee de woning werd verhuurd. Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding om de hoogte van de boete te matigen met 75% tot € 3.000.

Medeplegen in het strafrecht

Aan appellant werd zoals gezegd een boete opgelegd omdat hij als "medepleger" in de zin van artikel 5:1, tweede lid Awb kwalificeert. In deze bepaling wordt echter niet uitgewerkt wanneer sprake is van "medeplegen". Belangrijk hierbij is dat de term "medeplegen" afkomstig is uit het strafrecht (zie artikel 47 Wetboek van Strafrecht). Voor de uitleg van dit begrip zijn we dan ook met name aangewezen op de jurisprudentie van de Hoge Raad.

In 2014 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen, waarin hij uitgebreid aandacht besteedt aan de vraag wanneer sprake is van (strafrechtelijk) medeplegen (ECLI:NL:HR:2014:3474). De Hoge Raad stelt voorop dat sprake moet zijn van een "voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen". Dit criterium kan, zo kan worden afgeleid uit eerdere arresten van de Hoge Raad, in twee elementen worden opgesplitst: bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering. Daarbij is het zo dat de eis van een gezamenlijke uitvoering door de jaren heen van minder gewicht is geworden. Zoals de Hoge Raad het verwoordt: het accent ligt op de samenwerking en minder op wie welke feitelijke handelingen verricht.

Wanneer een samenwerking voldoende nauw en bewust is, is volgens de Hoge Raad een feitelijke vraag die zich niet in algemene zin laat beantwoorden. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van medeplegen, kan de rechter volgens de Hoge Raad rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict, het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Belangrijk is voorts dat ook sprake kan zijn van een stilzwijgende, bewuste samenwerking.

Kortom: of sprake is van medeplegen, dient door de strafrechter aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval te worden beoordeeld. Als ondergrens geldt daarbij volgens de Hoge Raad dat de "intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is".

Observaties bij uitspraak Afdeling

Het eerste dat opvalt aan de uitspraak van de Afdeling, is dat zij in haar uitspraak voor wat betreft het juridisch kader alleen naar haar eerdere jurisprudentie verwijst. De Afdeling doet het voorkomen alsof zij een eigen opvatting heeft over wat als "medeplegen" wordt aangemerkt, terwijl haar jurisprudentie volledig aansluit bij de lijn die de Hoge Raad heeft uitgezet. In dit verband verwijzen wij tevens naar het recente preadvies van de Jonge VAR over feitelijk leidinggeven en medeplegen. In dit preadvies wordt eveneens geconcludeerd dat bij de invulling van de term "medeplegen" in de zin van artikel 5:1, tweede lid Awb, aansluiting wordt gezocht bij de strafrechtelijke jurisprudentie. De Afdeling onderkent dit zoals gezegd niet in haar uitspraak. In de uitkomst van de zaak kunnen wij ons overigens vinden. Uit de feiten en omstandigheid blijkt dat sprake is van een materiële bijdrage aan de overtreding.

In de tweede plaats is deze uitspraak ook interessant vanwege de toets van de hoogte van de boete aan het evenredigheidscriterium. De Afdeling oordeelt dat de rol van de medepleger, hoewel essentieel genoeg om als medepleger te kwalificeren, toch beperkt is geweest. Vandaar dat de boete is gematigd. Het aandeel van de medepleger in de overtreding wordt gering geacht, onder meer omdat de beheerder niet de huur ontving en niet degene was die het internetaccount beheerde waarmee de woning werd verhuurd.

Team

Related news

18.09.2019 NL law
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, wat nu?

Short Reads - Zoals bekend heeft de Afdeling op 29 mei 2019 (Amsterdamse dakopbouw,) de eisen voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel versoepeld. Het perspectief van de burger staat sindsdien centraler. Dat plaatst overheden voor een nieuw probleem: hoe te handelen als een bindende toezegging is gedaan die niet (meer) nagekomen kan of mag worden? Daarover heeft de Afdeling nauwelijks iets gezegd.

Read more

06.09.2019 NL law
Het Klimaatakkoord: sectortafel elektriciteit

Short Reads - Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. In het Klimaatakkoord is aan vijf sectortafels uitgewerkt op welke wijze Nederland uitvoering gaat geven aan de op internationaal niveau gemaakte klimaatafspraken. In dit blogbericht lichten wij toe wat de belangrijkste uitdagingen zijn voor de sectortafel elektriciteit en hoe de komende jaren aan die uitdagingen uitvoering wordt gegeven.   

Read more

18.09.2019 NL law
Consultatie herijking Grondwetsherzieningsprocedure: Tweede Kamer gekozen na eerste lezing moet tweede lezing afronden

Short Reads - Op 3 september 2019 is een internetconsultatie gestart over een wetsvoorstel dat onduidelijkheden moet wegnemen over de tweede lezing van Grondwetsherzieningsvoorstellen. Kort gezegd komt het wetsvoorstel er op neer dat de Tweede Kamer die aansluitend op de eerste lezing wordt gekozen, de tweede lezing moet afronden. Gebeurt dat niet dan vervalt het voorstel van rechtswege. Daarmee borduurt de regering voort op haar eerdere Kamerbrief van 21 februari 2019 waarin zij haar visie over de procedure tot herziening van de Grondwet uit de doeken doet (Kamerstukken II 2018/19, 31 570, 35).

Read more

04.09.2019 NL law
De nieuwe coördinatieregeling in de Awb: wetsvoorstel ingediend!

Short Reads - Ruim een jaar na het sluiten van de internetconsultatie heeft de minister van Rechtsbescherming op 10 juli jl. het wetsvoorstel dat onder meer een algemene coördinatieregeling mogelijk maakt ingediend. In een eerder blogbericht is al ingegaan op de consultatieversie van dit wetsvoorstel en zijn daarmee de hoofdlijnen van de voorgestelde coördinatieregeling besproken. Wij grijpen de indiening van het wetsvoorstel aan om de ingekomen reacties op de internetconsultatie te bespreken alsmede de wijzigingen waartoe deze reacties hebben geleid.

Read more

06.09.2019 NL law
Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit bij toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkeling en geeft daarvan definitie

Short Reads - De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en houdt de verplichting in om bij het toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren dat daaraan behoefte bestaat. Hiermee wordt beoogd leegstand en onnodige bebouwing te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Onlangs is over dit onderwerp een Kamerbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen naar aanleiding van onderzoek naar de werking van de Ladder voor woningbouw.

Read more

04.09.2019 NL law
Relativiteitsvereiste staat in de weg aan beroep van niet-bewoner op huisrecht bij onrechtmatig binnentreden van woning

Short Reads - Op 15 mei 2019 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") een voor de bestuurlijke boetepraktijk belangrijke uitspraak over het vermeende onrechtmatig binnentreden van een woning door een toezichthouder en de gevolgen daarvan voor de opgelegde boete. Volgens de Afdeling levert het binnentreden door een toezichthouder alleen dan onrechtmatig verkregen bewijs op indien het huisrecht van de bewoner is geschaad.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring