Short Reads

Experimenteerwet zelfrijdende auto’s aangenomen door Tweede Kamer

Experimenteerwet zelfrijdende auto’s aangenomen door Tweede Kamer

Experimenteerwet zelfrijdende auto’s aangenomen door Tweede Kamer

02.05.2018 NL law

Op donderdag 26 april 2018 heeft de Tweede Kamer een wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) aangenomen waardoor proeven met zelfrijdende auto’s makkelijker worden. De wetswijziging vormt een belangrijke stap om belemmeringen in de huidige regelgeving weg te nemen en ruim baan te maken voor nieuwe technologische ontwikkelingen op het gebied van zelfrijdende auto’s.

Wat houdt de wetswijziging in?

De technologische ontwikkelingen op het gebied van zelfrijdende auto’s (of ‘hoogwaardig geautomatiseerde motorrijtuigen’ zoals de memorie van toelichting vermeldt) gaan hard. De regelgeving dient daaraan op een toekomstbestendige wijze te worden aangepast. Vooruitlopend op wijziging van de Wvw, is in 2015 in het Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer (Boev) al een mogelijkheid gecreëerd om het testen van zelfrijdende auto’s te vergemakkelijken. De Rijksdienst Wegverkeer (RDW) kan ontheffing verlenen van bepaalde vereisten in de Wvw. Het gaat dan met name om technische specificaties, motorrijtuigeisen waaraan zelfrijdende auto’s niet voldoen (zie artikel 149a lid 2 Wvw jo. artikel 2a Boev). Zelfrijdende auto’s testen waarbij de bestuurder zich buiten het motorrijtuig bevindt mag nog niet. De voorgenomen wetswijziging van de Wvw (Kamerstukken II 34838) voorziet hierin en maakt het mogelijk dat experimenten voor het testen van zelfrijdende auto’s mogen worden uitgevoerd, zonder dat er zich een bestuurder in de auto bevindt.

De wijziging van de Wvw zal worden doorgevoerd in Hoofdstuk VII Wvw, inzake vrijstelling, ontheffing en vergunning. Belangrijkste toevoeging is een artikel 149aa lid 1Wvw, die de mogelijkheid bevat om vergunning te krijgen voor experimenten met zelfrijdende auto’s zonder bestuurder in de auto:

  1. Voor het uitvoeren van een experiment op de weg met motorrijtuigen waarvoor op grond van de krachtens artikel 71 gestelde regels een voorlopige of tijdelijke goedkeuring is vereist en waarvan de bestuurder zich niet in het motorrijtuig bevindt, is een vergunning vereist van Onze Minister na overleg met Onze Minister van Justitie en Veiligheid.

Vereiste bij vergunningverlening is wel dat de reikwijdte van het afwijken van bestaande regelgeving zo beperkt mogelijk moet worden ingevuld en niet verder mag gaan dan nodig is voor het doel van het experiment. In de aanvraag dient dan ook uitvoerig een beschrijving van het experiment te worden gegeven (artikel 149ab lid 2 Wvw). De vergunning kan worden geweigerd indien (artikel 149aa lid 5 Wvw):

  • het experiment niet strekt tot bescherming van de in artikel 2 lid 1 Wvw genoemde belangen (zoals verzekeren van veiligheid op de weg of het zoveel mogelijk waarborgen van vrijheid van het verkeer);
  • het experiment naar het oordeel van de minister niet of niet voldoende bijdraagt aan innovatie op het gebied van verkeersveiligheid, duurzaamheid of doorstroming van het verkeer; of
  • een gelijktijdig verleende ontheffing niet verenigbaar is met het doel van het wettelijk voorschrift waarvan beoogd wordt ontheffing te verlenen.

Als de vergunning wordt verleend, dan is dat voor een periode van ten hoogste drie jaar (artikel 149ab Wvw). Deze periode acht de wetgever voldoende om een experiment te kunnen uitvoeren. De huidige ontheffingsmogelijkheid in artikel 149a Wvw en het Boev blijft overigens bestaan voor experimenten met een motorrijtuig waarvan de bestuurder zich in het motorrijtuig bevindt.

Evaluatie

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat evalueert de experimenten waarvoor vergunning wordt verleend en legt de bevindingen vast in een verslag. De resultaten van de evaluatie kunnen op den duur een basis bieden om de regelgeving zo aan te passen dat het gebruik van zelfrijdende auto’s niet alleen op experimentele basis maar permanent wordt toegestaan.

Tot slot

De experimenteerruimte voor zelfrijdende auto’s wordt met de wetswijziging verbreed. De voorgenomen wijziging van de Wvw is op donderdag 26 april 2018 door de Tweede Kamer aangenomen als hamerstuk. Nu is het afwachten hoe de Eerste Kamer tegenover de wetswijziging staat. Wij juichen de ontwikkeling en anticipatie op nieuwe technologieën in ieder geval toe. Dit sluit aan bij de groeiende vraag die wij in de markt signaleren naar mogelijkheden om zelfrijdende auto’s te testen.

Team

Related news

10.04.2019 NL law
Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

Short Reads - De Kansspelautoriteit kan de tenaamstelling van vergunningen voor onder andere Lotto en de Staatsloterij niet zomaar wijzigen als de rechtsvorm van de vergunninghouders verandert. Dit gezien het door het Unierecht gewaarborgde vrije verkeer van diensten en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. Dat blijkt uit een viertal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("ABRvS") van 13 maart 2019. Wat betekenen deze uitspraken voor de praktijk?

Read more

10.04.2019 NL law
Gevolgen van de Wnra: schorsing voortaan met behoud van loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen

Short Reads - Vanaf het moment dat ambtenaren werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, worden ook de civielrechtelijke bepalingen ten aanzien van deze overeenkomst van toepassing. Het gevolg is dat de overheidswerkgever en zijn werknemers te maken krijgen met fenomenen die zich in het ambtenarenrecht niet voordoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van schorsing zonder behoud van loon, de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op (ten onrechte niet betaald) loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen.

Read more

12.04.2019 NL law
Hoogste Europese rechter bevestigt dat overheden onrechtmatige staatssteun proactief moeten terugvorderen

Short Reads - De maand maart 2019 zal vermoedelijk de juridisch handboeken ingaan als een historische maand voor het mededingings- en staatssteunrecht. Niet alleen deed het Hof van Justitie een baanbrekende uitspraak op het gebied van het verhaal van kartelschade. Het heeft in de uitspraak Eesti Pagar (C-349/17) van 5 maart 2019 belangrijke vragen opgehelderd over de handhaving van het staatssteunrecht op nationaal niveau.

Read more

10.04.2019 BE law
Acrylamide: zijn frieten ook juridisch schadelijk voor de gezondheid?

Articles - De risico’s door de aanwezigheid van acrylamide in levensmiddelen noopten de EU tot het nemen van risicobeperkende maatregelen. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven van bepaalde levensmiddelen (o.a. frieten, chips, koekjes, …) kregen de verplichting om tal van maatregelen te nemen.  De juridische kwalificatie van acrylamide en het regime van deze maatregelen worden in deze blog toegelicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring