Short Reads

De Europese Commissie geeft haar akkoord aan Duitse steunmaatregel voor de aanschaf van elektrische bussen en laadinfrastructuur: op weg naar een groen(er) openbaar vervoer!

De Europese Commissie geeft haar akkoord aan Duitse steunmaatregel vo

De Europese Commissie geeft haar akkoord aan Duitse steunmaatregel voor de aanschaf van elektrische bussen en laadinfrastructuur: op weg naar een groen(er) openbaar vervoer!

23.05.2018 NL law

Op 26 februari 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: de 'Commissie') een interessant besluit genomen op het gebied van openbaar vervoer en steunmaatregelen van de lidstaten om een verduurzaming van dat vervoer te bevorderen.

Met haar besluit van 26 februari 2018 heeft de Commissie besloten om geen bezwaar te maken tegen een steunmaatregel van de Bondsrepubliek Duitsland voor de financiering van de aanschaf van elektrische bussen, hybride bussen en laadinfrastructuur: de Richtlinien zur Förderung der Anschaffung von Elektrobussen im öffentlichen Personennahverkehr (hierna: de 'Steunmaatregel', hier beschikbaar in het Duits).

In dit blogbericht bespreken wij dit besluit van de Commissie. Allereest schetsen wij beknopt de achtergrond waartegen de Steunmaatregel tot stand is gekomen, een achtergrond die ook relevant is voor Nederland. Daarna gaan wij in op de inhoud van de Steunmaatregel en de beoordeling daarvan door de Commissie. Wij besluiten met een afronding waarin wij de betekenis van het Commissiebesluit voor de nationale praktijk duiden en waarin wij een hoop voor de toekomst uitspreken.

Achtergrond

De Steunmaatregel is tot stand gekomen tegen de achtergrond van het Akkoord van Parijs (hierna: het 'Klimaatakkoord') en het mede daarop gebaseerde Klimaschutzplan 2050 van de Bondsrepubliek Duitsland. Met het Klimaatakkoord heeft de Europese Unie namens alle lidstaten harde toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 40% te verminderen ten opzichte van 1990. Nederland heeft zich in dat kader overigens ambitieuzer getoond; Nederland bereidt zich voor op een emissiereductie van 49%. De transportsector dient een wezenlijke bijdrage te leveren aan het bereiken van die doelstelling (zie meer uitgebreid: paragraaf 3.1 van het regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst' en ons blogbericht met een samenvatting, in het Engels, van de meest relevante punten voor de mobiliteitssector uit dat regeerakkoord).

In Nederland zien we, gelukkig, een trend waarbij concessieverlenende overheden op het gebied van het openbaar vervoer zich bereid tonen om bij te dragen aan het realiseren van die doelstelling. Steeds vaker zien we dat in het bestek van een aanbesteding wordt uitgevraagd dat (een gedeelte van) de concessie wordt verricht met zero-emissievoertuigen. Ook op Europees niveau worden actief initiatieven ontplooid. Een mooi voorbeeld daarvan is het Joint Initiative for hydrogen Vehicles across Europe 2 ('JIVE 2') project. Met dit project wordt Europese subsidie verstrekt voor de inzet van waterstofbussen in openbaarvervoerconcessies.

Als gezegd, is de Steunmaatregel van de Bondsrepubliek Duitsland tot stand gekomen tegen de achtergrond van de klimaatdoelstellingen in het Klimaatakkoord. Op welke wijze beoogt de Steunmaatregel dan een bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van die doelstellingen?

Inhoud van de Steunmaatregel

De Steunmaatregel voorziet in een vergoeding voor de aanschaf van (i) elektrische bussen (max. 80% van de investeringsmeerkosten), (ii) hybride bussen (max. 40% van de investeringsmeerkosten) en (iii) laadinfrastructuur (max. 40% van de investeringskosten). De genoemde percentages zijn maximumpercentages. De daadwerkelijk verleende steun zal worden berekend op basis van een  'total cost of ownership'-berekening. Steun op basis van de Steunmaatregel wordt uitsluitend verleend aan commerciële ondernemingen en overheidsondernemingen die zelf openbaar personenvervoer verrichten. Ondernemingen die bussen of laadinfrastructuur verkopen of produceren, zijn uitdrukkelijk van het toepassingsbereik van de Steunmaatregel uitgesloten.

Aanvragen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten nieuwe bussen worden aangeschaft, moeten méér dan vijf bussen worden besteld en moet het gebruik van hernieuwbare energiebronnen worden verzekerd. Ook dient in het kader van een subsidieaanvraag een (niet-bindend) aanbod van een voertuigbouwer te worden overgelegd.

In totaal stelt de Steunmaatregel een bedrag van € 70 miljoen beschikbaar (waarvan € 35 miljoen op federaal niveau en € 35 miljoen op het niveau van de deelstaten, die op grond van de Länderöffnungsklausel eigen steunregimes in het leven kunnen roepen). De Duitse overheid verwacht dat de Steunmaatregel zal volstaan om 100 tot 150 elektrische of hybride bussen te verwerven. Volgens door de Duitse overheid verschafte informatie worden er op dit moment 36.000 bussen gebruikt voor het openbaar personenvervoer in Duitsland. De Steunmaatregel vormt dus een mooi initiatief, maar – hopelijk – ook slechts een eerste begin.

De steun zal worden verleend op basis van een transparante, non-discriminatoire procedure in twee fases.

In de eerste fase mogen alle geïnteresseerde partijen een steunaanvraag indienen, waarbij onder meer melding wordt gemaakt van de verwachte reductie in CO2-uitstoot en de hoogte van de te verwachten kosten. Het bevoegd gezag gaat daarna over tot een beoordeling van die aanvragen aan de hand van vooraf vastgestelde beoordelingscriteria (waartoe onder meer de reductie in CO2-uitstoot en de kosten behoren). Wij begrijpen dat in de beoordeling ook gewicht wordt toegekend aan het antwoord op de vraag of de steunaanvraag ziet op het gebruik van bussen in gebieden waar mede door het busvervoer de drempelwaarden voor luchtvervuiling worden overschreden en gebieden waar sprake is van een hoge geluidsbelasting. De aanvragen worden daarna in een rangorde geplaatst op basis van de in de beoordeling behaalde score. In de tweede fase van de procedure wordt een nu nog onbekend aantal aanvragers uitgekozen om een definitieve aanvraag in te dienen. Het aantal aanvragers dat wordt uitgekozen is afhankelijk van de (financiële) omvang van de hoogst scorende aanvragen en het beschikbare budget.

Beoordeling van de Steunmaatregel door de Commissie

De Commissie stelt allereerst vast dat de Steunmaatregel staatssteun vormt in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: het 'VWEU'). Bij de beoordeling van de vraag of de Steunmaatregel 'verenigbaar is met de interne markt', maakt de Commissie een onderscheid tussen (i) de steun voor de aanschaf van bussen en (ii) de steun voor de aanleg van laadinfrastructuur.

De 'Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020' (hierna: de 'Richtsnoeren') is de reden voor het gemaakte onderscheid. De steun voor de aanschaf van bussen wordt aangemerkt als 'steun voor ondernemingen die verder gaan dan Unienormen', zodat die steun onder het toepassingsbereik van de Richtsnoeren valt. De steun voor laadinfrastructuur merkt de Commissie aan als steun voor 'vervoerinfrastructuur voor wegvervoer', zodat deze op grond van punt (15)(b) van het toepassingsbereik van de Richtsnoeren is uitgezonderd.

Voor steunmaatregelen die onder het toepassingsbereik vallen, zet Hoofdstuk 3 van de Richtsnoeren min of meer nauwkeurig uiteen wanneer verleende steun wordt beschouwd als verenigbaar met de interne markt, zoals bedoeld in artikel 107, derde lid, VWEU. De Richtsnoeren gelden in die zin als 'beleidsregels' met betrekking tot de bevoegdheden die de Commissie in het kader van de beoordeling van staatssteun heeft. De Commissie loopt voor de beoordeling van de steun voor de aanschaf van bussen in haar besluit de volgende beoordelingscriteria na:

  1. Draagt de Steunmaatregel bij aan een doelstelling van gemeenschappelijk belang?;
  2. Bestaat er een noodzaak tot het treffen van overheidsmaatregelen?;
  3. Is de Steunmaatregel een geschikt instrument om de betrokken beleidsdoelstelling te helpen bereiken?;
  4. Heeft de Steunmaatregel een 'stimulerend effect', in die zin dat hij de begunstigde ertoe aanzet zijn gedrag zodanig te veranderen dat het niveau van milieubescherming toeneemt en de begunstigde deze gedragsverandering zonder de steun niet zou doorvoeren?;
  5. Is de Steunmaatregel evenredig, in die zin dat het steunbedrag per begunstigde beperkt blijft tot het minimumbedrag dat nodig is om de beoogde doelstelling te verwezenlijken?;
  6. Blijven negatieve effecten van de Steunmaatregel in voldoende mate beperkt en wegen de positieve effecten daarvan op tegen de negatieve effecten?; en
  7. Zijn de Steunmaatregel en de verlening van steun onder die maatregel transparant?

De Commissie is van oordeel dat de steun ten aanzien van de aanschaf van bussen aan bovenvermelde criteria voldoet. 

Wanneer de Commissie overgaat tot het beoordelen van de steun ten aanzien van de laadinfrastructuur stelt zij dat zij die steun direct aan artikel 107, derde lid, aanhef en onder c, VWEU moet toetsen, omdat de steun niet onder het toepassingsbereik van de Richtsnoeren valt. Dat is een wat vreemde opmerking. De steun ten aanzien van de bussen moet namelijk óók direct aan datzelfde artikelonderdeel van het VWEU worden getoetst (de Richtsnoeren zijn immers geen bindend Unierecht), zij het dat de Richtsnoeren bij die beoordeling enige handvatten geven. Het verschil in beoordeling blijkt in het besluit overigens ook lood om oud ijzer te zijn. De Commissie gebruikt bij de beoordeling van de laadinfrastructuursteun dezelfde beoordelingscriteria, verwijst bij die beoordeling vaak terug naar haar overwegingen ten aanzien van de bussensteun en neemt die beoordeling op punten letterlijk over. Het zal dan ook niet verrassen dat de Commissie ten aanzien van de laadinfrastructuur steun ook van oordeel is dat hij verenigbaar is met de interne markt.

Het een en ander leidt de Commissie tot de slotsom dat zij geen bezwaar zal maken tegen de Steunmaatregel, zodat de formele onderzoeksprocedure van artikel 108, tweede lid, VWEU niet behoeft te worden ingeleid.

Afronding

Het hier besproken besluit is in het bijzonder interessanter wanneer het in een breder kader wordt geplaatst en wordt bezien tegen de achtergrond waartegen het tot stand is komen.

De Europese Unie bevordert de verduurzaming van het openbaar vervoer zelf actief (zoals het JIVE-2-project laat zien). Het besluit van de Commissie over de Duitse Steunmaatregel laat zien dat de Unie daaraan bovendien 'passief' mee zal werken door lidstaten de ruimte te geven met steunmaatregelen een groen(er) openbaar vervoer te realiseren. Dat biedt op nationaal niveau mogelijkheden voor concessieverlenende overheden om te werken aan een verbetering van het leefmilieu op hun grondgebied. Op die manier kunnen zij bovendien bijdragen aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen die Nederland zich heeft gesteld. Dat die verduurzaming van het openbaar vervoer door de overheid ook kan worden bereikt met zonder staatssteun, toont bij voorbeeld de Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015 aan. Gegeven de Brusselse welwillendheid ten aanzien van maatregelen die een verduurzaming van het openbaar vervoer beogen, is de weg nu geopend voor overheid en markt om samen te werken aan een groen(er) openbaar vervoer. Laten wij hopen dat overheid en markt elkaar daar ook vinden.      

Team

Related news

06.09.2019 NL law
Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit bij toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkeling en geeft daarvan definitie

Short Reads - De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en houdt de verplichting in om bij het toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren dat daaraan behoefte bestaat. Hiermee wordt beoogd leegstand en onnodige bebouwing te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Onlangs is over dit onderwerp een Kamerbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen naar aanleiding van onderzoek naar de werking van de Ladder voor woningbouw.

Read more

05.09.2019 NL law
Wanted: fast solutions for fast-growing platforms

Short Reads - Dominant digital companies be warned: calls for additional tools to deal with powerful platforms in online markets are increasing. Even though the need for speed is a given in these fast-moving markets, the question of which tool is best-suited for the job remains. Different countries are focusing on different areas; the Dutch ACM wants to pre-emptively strike down potential anti-competitive conduct with ex ante measures, while the UK CMA aims for greater regulation of digital markets and a quick fix through interim orders.

Read more

06.09.2019 NL law
Het Klimaatakkoord: sectortafel elektriciteit

Short Reads - Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. In het Klimaatakkoord is aan vijf sectortafels uitgewerkt op welke wijze Nederland uitvoering gaat geven aan de op internationaal niveau gemaakte klimaatafspraken. In dit blogbericht lichten wij toe wat de belangrijkste uitdagingen zijn voor de sectortafel elektriciteit en hoe de komende jaren aan die uitdagingen uitvoering wordt gegeven.   

Read more

05.09.2019 NL law
No fine means no reason to appeal? Think again!

Short Reads - Whistleblowers who have had their fine reduced to zero may still have an interest in challenging an antitrust decision. The Dutch Authority for Consumers and Markets (ACM) held two de facto managers personally liable for a cartel infringement but, instead of imposing a EUR 170,000 fine, granted one of them immunity from fines in return for blowing the whistle. The Trade and Industry Appeals Tribunal found that, despite this fortuitous outcome, the whistleblower still had an interest in appealing the ACM's decision.

Read more

05.09.2019 NL law
ECJ answers preliminary questions on jurisdiction in cartel damage case 

Short Reads - On 29 July 2019, the ECJ handed down a preliminary ruling concerning jurisdiction in follow-on damages proceedings in what is termed the trucks cartel. The court clarified that Article 7(2) Brussels I Regulation should be interpreted in such a way as to allow an indirect purchaser to sue an alleged infringer of Article 101 TFEU before the courts of the place where the market prices were distorted and where the indirect purchaser claims to have suffered damage. In practice, this often means that indirect purchasers will be able to sue for damages in their home jurisdictions.

Read more

04.09.2019 NL law
De nieuwe coördinatieregeling in de Awb: wetsvoorstel ingediend!

Short Reads - Ruim een jaar na het sluiten van de internetconsultatie heeft de minister van Rechtsbescherming op 10 juli jl. het wetsvoorstel dat onder meer een algemene coördinatieregeling mogelijk maakt ingediend. In een eerder blogbericht is al ingegaan op de consultatieversie van dit wetsvoorstel en zijn daarmee de hoofdlijnen van de voorgestelde coördinatieregeling besproken. Wij grijpen de indiening van het wetsvoorstel aan om de ingekomen reacties op de internetconsultatie te bespreken alsmede de wijzigingen waartoe deze reacties hebben geleid.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring