Articles

De benoeming van de accountant revisited

De benoeming van de accountant revisited

De benoeming van de accountant revisited

04.05.2018

Een in 2012 aan de accountantsproblematiek gewijd themanummer het Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht  – uitgebracht onder de titel: ‘Accountants onder vuur’ – bevat een mooie, relativerende bijdrage van Huizink over de ‘benoeming’ van de accountant. Huizink plaatste de ook toen al actuele discussie over de wijze waarop de opdrachtverlening aan de accountant moet plaatsvinden in vennootschapsrechtelijk perspectief.

Daarmee verrijkte hij de discussie rondom opdrachtverlening, die voornamelijk binnen accountantskringen woedt en er in de kern op neerkomt dat het niet wenselijk zou zijn dat het bestuur – de gecontroleerde – tot opdrachtverlening van de accountant – de controleur – zou kunnen overgaan, met enkele nuances van vennootschapsrechtelijke aard. Zo riep hij in herinnering dat in art. 2:393 lid 1 BW is bepaald dat de rechtspersoon de opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan de accountant verleent, dat de rechtspersoon aldus geldt als opdrachtgever van de accountant en dat van een ‘benoeming’ van de accountant – gelijk aan die van bestuurders of commissarissen – geen sprake is. Daarnaast benadrukte hij dat in art. 2:393 lid 2 BW de bevoegdheid tot het verlenen van de opdracht is belegd bij de algemene vergadering, en als deze daartoe niet overgaat, de raad van commissarissen (‘rvc’) of, zo deze ontbreekt of in gebreke blijft, het bestuur van de vennootschap bevoegd is tot opdrachtverlening over te gaan.
Vervolgens schetste Huizink enkele ontwikkelingen die een extra dimensie aan de opdrachtverlening aan de accountant toevoegen. Dit zijn hoofdzakelijk ontwikkelingen die plaatsvinden buiten het vennootschapsrecht, maar waarop vennootschapsrechtelijk nog wel het een ander valt aan te merken. Een van die ontwikkelingen betreft het in de tot voor kort geldende Nederlandse corporate governance code (de ‘Code’) opgenomen principe over de wijze waarop de aanwijzing van de accountant bij beursvennootschappen dient plaats te vinden en de prominente rol die de auditcommissie daarbij behoort in te nemen. Ook werden, indachtig de wettelijke regeling van art. 2:393 BW, vraagtekens geplaatst bij enkele gedachten die voornamelijk binnen accountantskringen worden geventileerd over het opdrachtgeverschap van de algemene vergadering of de rvc.
Ondanks de door Huizink aangedragen vennootschapsrechtelijke bezwaren lijken deze ontwikkelingen, althans een deel daarvan, zich onverminderd te hebben doorgezet. Bij enkele van de ontwikkelingen sta ik hierna uitvoeriger stil. Huizinks ‘benoeming van de accountant’ revisited dus.

Dit artikel is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht 2018/1, p. 3-5.

Lees het volledige artikel hier.

 

Related news

26.09.2018 BE law
Pratiques honnêtes du marché, dénigrement et la liberté d’expression

Articles - Par jugement du 1er mars 2018, la cour d’appel de Bruxelles[1] a déclaré qu’un courriel adressé à des tiers, indiquant qu’il aurait été mis fin à toute collaboration avec la partie en cause au motif que les prestations fournies par celle-ci auraient été critiquées en raison de leur piètre qualité alors qu’une procédure est pendante à cet égard, constitue un acte de dénigrement interdit au sens de l’article VI.104. du CDE. Il en est de même d’un courriel adressé à des tiers, indiquant qu’une personne identifiée est un «  individu sans scrupules ».

Read more

19.10.2018 EU law
EU top court on international jurisdiction in tort cases: localising pure financial loss, continued

Short Reads - On 12 September 2018, the Court of Justice of the European Union (CJEU) confirmed that in prospectus liability cases, a court can only assume international jurisdiction on the basis that the alleged damage consists of purely financial loss which occurred directly in an investor's bank account held with a bank established within its jurisdiction if additional specific circumstances also contribute to that court assuming jurisdiction.

Read more

26.09.2018 BE law
Eerlijke marktpraktijken, slechtmaking en de vrijheid van meningsuiting

Articles - Op 1 maart 2018, oordeelde het hof van beroep te Brussel[1] dat een aan derden verzonden e-mailbericht waarin werd meegedeeld dat alle samenwerking met de betrokken partij was beëindigd op grond van het feit dat de door deze laatste geleverde diensten waren bekritiseerd wegens hun slechte kwaliteit, en dit terwijl er hieromtrent een procedure hangende is, een daad van slechtmaking is, verboden door artikel VI.104 WER. Hetzelfde geldt voor een e-mailbericht aan derden, waarin een bepaalde persoon wordt afgedaan als een “individu zonder scrupules”.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring