Articles

Herziening van de Postwet

Herziening van de Postwet

Herziening van de Postwet

29.06.2018 BE law

Op 10 februari 2018 is de nieuwe Belgische Postwet in werking getreden. Deze wet voorziet niet enkel in een versoepeling van de bestaande vergunningsvoorwaarden maar verzekert tegelijk de continuïteit van de voorziening van de universele dienst.

De postsector is al enkele jaren volop in beweging. De Belgische postmarkt is volledig geliberaliseerd sinds 2011 en heeft grondige veranderingen ondergaan sinds de publicatie van de Eerste Postrichtlijn 97/67/EG. De technologische vooruitgang en de digitalisering zorgen ervoor dat de brievenpost jaar na jaar verder afneemt, terwijl e-commerce de pakjesdiensten exponentieel doet toenemen. Ondanks de vrijmaking van de sector blijft het concurrentieniveau vandaag laag op de krimpende markt van de brievenpostverdeling.  De Europese Commissie is daarom in 2014 een inbreukprocedure gestart tegen België wegens belemmering van de toegang tot de Belgische postmarkt. Om tegemoet te komen aan de bezwaren van de Europese Commissie heeft de regering beslist om de Postwet te herzien en om de daarbij horende vergunningsvoorwaarden te versoepelen.

De wet van 26 januari 2018 betreffende de postdiensten (hierna “Nieuwe Postwet” genoemd) is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 9 februari 2018. De Nieuwe Postwet neemt grotendeels de bepalingen over van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven die betrekking hebben op de postsector. De bestaande postwet was door opeenvolgende wetswijzigingen een onleesbaar kluwen van bepalingen geworden zonder enige logische orde. De wetgever heeft er daarom voor gekozen de regelgeving voor de postmarkt te codificeren in één enkele wet die de marktwerking voor alle postsectoren regelt. Enkel de bepalingen die uitsluitend het overheidsbedrijf bpost betreffen, werden behouden in de wet van 21 maart 1991.

Naast een aantal vormelijke herschikkingen, hebben de voornaamste wijzigingen ten gronde  betrekking op de volgende punten:

  • de universele postdienst;
  • de toetreding tot de postmarkt;
  • en de betrekkingen tussen aanbieders van postdiensten.

We zullen hieronder elk van deze punten kort bespreken.

1. Universele postdienst

Aanwijzing van bpost als postale universele-dienstverlener

De huidige aanwijzing van bpost als postale universele-dienstverlener loopt af op 31 december 2018. Om de continuïteit van de aanbieding van de universele dienst na die datum te blijven verzekeren voorziet de Nieuwe Postwet in de hernieuwing van de aanduiding van bpost als aanbieder van de universele dienst voor een periode van vijf jaar. Na het verstrijken van de eerste aanwijzing voor vijf jaar kan de Koning de aanwijzing van bpost als aanbieder van de universele dienst vernieuwen voor opeenvolgende termijnen van vijf jaar, op basis van beheerscontracten gesloten voor dezelfde duur.

De bestaande bepalingen in het beheerscontract met betrekking tot de universele dienst verstrijken eind 2018. Daarom zal er ook een beheerscontract afgesloten worden tussen de Staat en de aangeduide aanbieder van de universele dienst voor een duur van vijf jaar, waarin net zoals vandaag de bijzondere regels en voorwaarden zullen vastgelegd worden waaronder de aanbieder van de universele dienst zijn opdracht moet vervullen. Het beheerscontract moet voor de aanbieder van de universele dienst een stabiel en voorspelbaar kader creëren voor de duur van zijn aanduiding van vijf jaar.

Inhoud van de universele postdienst

De universele postdienst omvat de verschillende diensten en het behoud van een retailnetwerk. De Nieuwe Postwet neemt de bepalingen betreffende de inhoud van de universele postdienst grotendeels over. Zo behoudt de wet de verplichtingen van de aanbieder van de universele dienst wat betreft de kwaliteit van de dienstverlening, de frequentie van de verdeling, de producten die deel uitmaken van de universele dienst, de territoriale aanwezigheid, .. Toch zijn er in dit verband ook een aantal niet onbelangrijke aanpassingen doorgevoerd: pakketpost in grote hoeveelheden maakt voortaan geen deel meer uit van de universele dienst en wat de brievenpost betreft, is er de mogelijkheid om in bepaalde omstandigheden de universele dienst te beperken tot de enkelstukdienst. Expressdiensten vallen buiten de universele dienst, zelfs wanneer het gaat om tegen enkelstuktarieven aangeboden diensten. De Koning zal tevens de kenmerken kunnen bepalen van de diensten met toegevoegde waarde (naast de al vermelde expressdiensten) die geen deel uitmaken van de universele dienst.

De bepalingen met betrekking tot de verplichtingen die de levering van de universele dienst met zich brengt worden lichtjes gewijzigd. Zo kan het beheerscontract voortaan preciseren onder welke omstandigheden afgeweken kan worden van de verplichting om ten minste vijf dagen per week een lichting en een bestelling van postzendingen te verzekeren over het gehele nationale grondgebied. Het inbouwen van deze mogelijkheid was volgens de regering wenselijk als daarmee kan vermeden worden dat de Staat de universele dienst zou moeten gaan financieren.

Tarieven van de universele postdienst

De bepalingen betreffende de tarieven van de diensten die deel uitmaken van de universele dienst en verstrekt worden door de aangewezen universele dienstverlener worden op een aantal punten gewijzigd.

De vereiste dat de tarieven van de universele dienst uniform moeten zijn over het gehele grondgebied wordt beperkt tot de enkelstuktarieven om de aanbieder van de universele dienst niet al te veel te belasten met een concurrentiehandicap.

De Nieuwe Postwet voorziet in de nodige flexibiliteit wat betreft de diensten die onderworpen zijn aan een ex ante controle door het BIPT. De “price cap” (tarifair plafond) moet alleen van toepassing zijn op standaarddiensten en niet op eventuele “premium” diensten die zich van de standaarddiensten onderscheiden doordat zij een toegevoegde waarde bieden (het gaat hier om niet-universele postdiensten zoals Taxipost). De procedure met betrekking tot de ex ante controle van de tarieven van het kleingebruikerspakket aan de hand van de price cap blijft nagenoeg ongewijzigd. Het BIPT blijft bevoegd voor het controleren van de betaalbaarheid en de kostenoriëntering.

De wet voert verder ook een nieuw prijscontrole-mechanisme in voor de producten van de universele dienst die het kleingebruikerpakket vormen, dit zijn de volle stuktarieven van de diensten behorende tot de universele dienst. De bestaande “price cap”-formule voor de berekening van de tariefverhogingen wordt vervangen door een formule die uitdrukkelijk rekening houdt met de kosten van de aanbieder van de universele dienst en op die manier zowel de betaalbaarheid als de kostenoriëntering van de tarieven toetst, rekening houdend met het belang om het financiële evenwicht van de universele dienst te vrijwaren en de universele-dienstverlener de nodige flexibiliteit in de prijszetting te laten. Bovendien verplicht het nieuwe mechanisme om efficiëntiewinsten te genereren en om een deel ervan terug naar de consument te laten terugvloeien.

De overige bepalingen met betrekking tot de universele dienst worden zonder al te grote aanpassingen behouden. Het betreft de regels inzake de boekhouding van de aangewezen universele-dienstverlener, de kostentoerekening door de aangewezen universele-dienstverlener en het verzoek om compensatie van de universele diensten-nettokosten vanwege de aangewezen aanbieder.

2. Toetreding tot de postmarkt

De levering van brievenpostzendingen die onder de universele dienst vallen, is onderworpen aan het verkrijgen van een individuele vergunning. De vergunning wordt door het BIPT verleend voor 10 jaar volgens een transparante, niet-discriminerende, evenredige procedure die gebaseerd is op objectieve criteria. Die vergunning is onderworpen aan een aantal voorwaarden inzake distributie en tarieven.

De Nieuwe Postwet voorziet in de schrapping van drie voorwaarden van postale vergunning, met name: (1) de verplichting om een bestelfrequentie van tweemaal per week na twee jaar activiteit in acht te nemen, (2) de verplichting om progressief een territoriale dekking te ontwikkelen in elk van de drie gewesten van het land en (3) de verplichting om per klant een identiek tarief toe te passen over het hele grondgebied.

De verplichting tot het aanvragen van een vergunning wordt uitgebreid tot elke aanbieder van postdiensten (dus ook de aanbieder van de universele postdienst).

3. De betrekkingen tussen aanbieders van postdiensten

De aanbieders van postdiensten moeten toegang verlenen tot de diensten die onder de universele dienst vallen en tot de elementen van de postinfrastructuur die nodig zijn om postactiviteiten te ontwikkelen. Het kan hier met name gaan om de brievenbussen die van de postoperator worden gehuurd, de inlichtingen over de adreswijzigingen, de dienst voor terugzending, de doorzenddienst, …. Deze toegang moet op transparante en niet-discriminerende wijze worden verleend en kan het voorwerp uitmaken van een controle en van een interventie van het BIPT indien de commerciële onderhandelingen mislukken.

De Nieuwe Postwet voorziet in een inkorting van de wachttijd van zes maanden naar drie maanden tussen het verzoek om toegang tot de elementen van de postale infrastructuur en de indiening door een partij van een verzoek om interventie door het BIPT. Op die manier kan de regulator sneller tussenkomen waar nodig om de belangen van de gebruikers te beschermen en/of daadwerkelijke mededinging aan te moedigen.

4. Inwerkingtreding en overgangsbepaling

De Nieuwe Postwet is versneld in werking getreden op 10 februari 2018 gelet op de lopende inbreukprocedure die tegen België was ingesteld door de Europese Commissie. Wel wordt er bij wijze van overgangsmaatregel bepaald dat de aanbieder van de universele dienst na de inwerkingtreding van deze wet zijn tarieven uitzonderlijk en eenmalig kan verhogen in overeenstemming met de nieuwe “price cap” formule, zonder de voorafgaande goedkeuring van het BIPT. Deze overgangsbepaling was noodzakelijk om de nieuwe formule al te kunnen toepassen op de tarieven van 2018.

Link: Wet betreffende de postdiensten 26/01/2018

Team

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more

07.10.2021 NL law
Intrekking van natuurvergunningen en de praktijk: de stand van zaken en de rol van significantie van eventuele effecten

Short Reads - Onherroepelijke natuurvergunningen lijken anno 2021 geen rustig bezit meer te zijn. Bij provincies liggen op dit moment verzoeken voor om tot intrekking van (onherroepelijke) natuurvergunningen over te gaan. Intrekking zou een noodzakelijke passende maatregel zijn ter uitvoering van artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn. Jurisprudentie geeft inmiddels enige duidelijkheid. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en laat zien dat de nodige vragen onbeantwoord blijven. In dit blog bespreken wij de stand van zaken.

Read more