Articles

Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

20.06.2018 BE law

Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's.

Een stand van zaken.

De boskaart: deze keer voor echt?

Moeilijke start

Op 3 juni 2016 keurde de Vlaamse Regering op voorstel van de Minister van Omgeving de voorlopig vaststelling van de ontwerpkaart met meest kwetsbare waardevolle bossen (hierna: "de boskaart") principieel goed. Op 31 maart 2017 volgde, na een advies van de Raad van State, de definitieve goedkeuring van het ontwerp van de boskaart. Tegenlijk lanceerde de Minister ook een Omzendbrief kwetsbaar bos met richtlijnen voor de opmaak van ruimtelijke plannen en het beoordelen van omgevingsvergunningen.

De boskaart viseerde enkel zoneveemde bossen. Dat houdt in dat enkel de bossen die niet in een groene bestemming (“bos”, “parkgebied” of “reservaat en natuur”) liggen, op het ontwerp van boskaart waren aangeduid. 

Het ontwerp van boskaart is, na hevig protest van niet enkel private eigenaars maar ook natuurverenigingen zoals Bos+, op 22 mei 2017 terug ingetrokken. De publieke opinie smaakte de boskaart niet. Minstens was op de wijze van totstandkoming kritiek gekomen.

Nog even geduld

Na de intrekking volgde enkel een duiding in het parlement, waarbij de Minister twee randvoorwaarden naar voren schoof, namelijk:

  1. een wijziging van de decretale basis voor de boskaart (artikel 90ter van het Bosdecreet);
  2. een correcte vergoeding voor eigenaars van bouwgronden of industriegronden, wat toen als "100% vergoeding". 

Van de eerste randvoorwaarde is vooralsnog geen werk gemaakt. Een recent voorstel tot wijziging van het Bosdecreet (mei 2018) bevatten geen voorstel tot aanpassing van artikel 90ter.

De tweede randvoorwaarde hangt nauw samen met de komst van de vergoedingsinstrumenten van het instrumentendecreet, hierna besproken.

De betonstop: op naar instrumenten?

Waar Vlaanderen nu staat

De zgn. "betonstop" beoogt tegen 2040 een volledige stop van extra inname van open ruimte.  

Totnogtoe zijn daarbij drie data in herinnering te brengen:

  1. 30/11/2016: 
    De Vlaamse Regering beslist het Witboek voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed te keuren (lees onze analyse hier). Hoewel het Witboek een transformatiebeleid op vele vlakken beoogt, springt vooral de betonstop in het oog.
     
  2. 07/07/2017:
    De Minister van Omgeving deelt Omzendbrief R0/2017/01 aan de Vlaamse Regering mee (lees onze analyse hier).  Deze omzendbrief beoogt het aangekondigde transformatiebeleid in een visie door te vertalen en maakt een onderscheid tussen de "bebouwde gebieden" en de "onbebouwde gebieden".
     
  3. 12/01/2018:
    De Vlaamse Regering keurt een eerste voorontwerp van instrumentendecreet goed (lees onze analyse hier). 

Wat er nog zit aan te komen

Instrumentendecreet

Ook hier geeft het antwoord op een parlementaire vraag van 12 juni 2018 aan wat we kunnen verwachten. 

Het is de ambitie is om het Instrumentendecreet nog voor het zomerreces een tweede keer principieel te laten goedkeuren. Na verdere adviezen, volgt de indiening van het ontwerp van decreet in het parlement.

Beleidsplan Ruimte Vlaanderen

Sedert 5 mei 2018 is de structuurplanning vervangen door de beleidsplanning. Met flexibelere regels is het de bedoeling om flexibelere plannen op te stellen. 

Op Vlaams niveau betekent dit concreet de vervanging van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) door het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV).

Voorlopig blijft het echter bij een louter voorbereidend Witboek voor het BRV, dat intussen al van 30 november 2016 dateert (raadpleeg het hier). Van een daadwerkelijk BRV is nog werk te maken. Over een concrete timing van een BRV blijft het parlementaire antwoord bijzonder vaag. De minister meldt alvast dat lokale besturen "in het BRV heel wat instrumenten zullen hebben om actie te ondernemen" maar dat ze daar vandaag niet hoeven op wachten.

Op 8 mei 2018 gaf de minister al aan dat voor het BRV een overgangsbepaling is voorzien, zodat niet het hele voortraject van voor af aan te starten is:

"(...) We zijn het erover eens dat het geen steek zou houden om het proces voor het BRV over te doen, beginnend met een startnota. Er is dus wel degelijk nood aan een overgangsregeling. (...) de overgangsbepaling laat helemaal niet toe dat het voorbereidend traject zonder participatie zou gebeuren. Die moet er wel degelijk zijn geweest. Alleen is het geen noodzaak dat het gebeurde volgens de vormvereisten die in het uitvoeringsbesluit staan. (...)

Met een beroep op de overgangsmaatregel waarover we het zonet uitvoerig hebben gehad, is de eerstvolgende stap voor het BRV een voorlopige vaststelling. Daarna volgen het openbaar onderzoek en de adviesronde, dan een definitieve vaststelling en ook een bekrachtiging door het parlement. U haalde terecht aan dat we op regeringsniveau daaraan de laatste hand leggen. Ik heb dat daarnet ook al duidelijk gezegd. Ik hoop dat dat zo snel mogelijk kan worden afgerond."

Niettegenstaande deze aankondiging, is het BRV sedertdien nog niet voorlopig vastgesteld.

"One more thing"

Niet enkel op Vlaams niveau beweegt er heel wat. Het Hof van Justitie had het de laatste tijd erg druk met een aantal Belgische prejudiciële vragen. 

Het valt daarbij op dat de Belgische rechters twijfelen aan het toepassingsgebied van de notie "plan of programma" in het licht van de Europese verplichtingen van milieueffectbeoordeling (MER). Deze verplichtingen vloeien voort uit richtlijn 2001/42/EG van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (ook wel de "plan-MER-richtlijn").

Het Hof beantwoordde vooralsnog drie vragen. Samengevat was drie keer sprake van een "plan of programma" in de zin van de plan-MER-richtlijn:

  • het Waalse kader voor de uitbating van windtubines (slagschaduw- en geluidsnormen) is een plan dat een MER behoeft (zaak d'Oultremont ea, nr. C-290/15);
  • de Brusselse gezoneerde stedenbouwkundige verordening voor de hoogbouw en inrichting in de Wetstraat is een plan dat een MER behoeft (zaak IEB ea, nr. C-671/16);
  • de vaststelling van een Waalse perimeter die afwijkingen van voorschriften mogelijk maakt, is een plan dat een plan-MER behoeft (zaak Thybaut ea, nr. C-160/17).

Voorlopig diende het Hof zich nog niet uit te spreken over de verenigbaarheid van het Vlaamse instrumentarium met de plan-MER-richtlijn. In antwoord op een parlementaire vraag van 30 januari 2018 over de gevolgen van het d'Oultremont-arrest, antwoordde minister Schauvliege dat er intensief overleg aan de gang was in afwachting van een aantal uitspraken door Raad van State en Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Op 20 juni 2018 bevestigde de Minister in het Vlaams Parlement dat voor elke nieuwe stedenbouwkundig verordening, overeenkomstig het voorzorgsprincipe, een plan-MER zal worden opgesteld. De Minister bevestigde ook dat het debat voor een oplossing met de Europese commissie is gestart.

Ongetwijfeld volgen nog vragen over de indirecte impact van de vermelde arresten.

---

Dit artikel is mede geschreven door Pieter Vandenheede in zijn hoedanigheid van counsel bij Stibbe.

 

Related news

20.05.2020 NL law
Stibbe in Amsterdam answers questions from consumers, small business foundations and NGOs about the coronavirus [updated]

Inside Stibbe - In a special Q&A (in Dutch), lawyers from our Amsterdam office share their legal expertise and strive to provide answers to questions put to us by consumers, self-employed persons, enterprises large and small, foundations and NGOs as a result of the corona crisis.

Read more

13.05.2020 NL law
Een klein jaar na de PAS-uitspraken: wanneer zijn stikstofrelevante activiteiten toelaatbaar?

Short Reads - Ontwikkelingen in de rechtspraak hebben niet stil gestaan sinds de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling’) eind mei 2019 de bekende PAS-uitspraken deed. De Afdeling heeft in een aantal belangwekkende uitspraken enige lijnen uitgezet. In dit blogbericht zetten wij een aantal uitspraken op een rij. Daarbij richten wij ons op de vraag wanneer stikstofrelevante activiteiten na de PAS-uitspraken toelaatbaar zijn.

Read more

13.05.2020 NL law
FAQ: bestuurlijk rechtsoordeel – de mogelijkheden tot bezwaar en beroep en de consequenties van een vernietiging

Short Reads - Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het besluitbegrip bepalend voor de toegang tot de bestuursrechter. Handelingen van bestuursorganen die geen besluit zijn, kunnen niet aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Denk bijvoorbeeld aan het handelen van de overheid als contractspartij of het handelen van de overheid dat slechts feitelijk van aard is.

Read more

14.05.2020 NL law
Wijziging NOW: voorafgaande instemming over openbaarmaking in NOW op gespannen voet met de Awb en de Wob

Short Reads - Op 2 april 2020 is de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW”) in werking getreden. De regeling is snel tot stand gekomen als maatregel tegen de nadelige gevolgen van de corona-crisis. In de praktijk bleek dat de regeling onvolkomenheden bevat en wijzigingen en aanvullingen nodig zijn. Op 4 mei 2020 is een regeling tot wijziging van de NOW gepubliceerd in de Staatscourant.

Read more

13.05.2020 NL law
Bij zeer locatiespecifieke omstandigheden doorbreekt de goede ruimtelijke ordening het exclusieve toetsingskader van titel 5.2 Wet milieubeheer voor luchtkwaliteit

Short Reads - Titel 5.2 Wm bepaalt dat bij het nemen van een groot aantal ruimtelijke ordeningsbesluiten en besluiten tot verlening van omgevingsvergunningen voor milieu de grenswaarden opgenomen in bijlage 2 Wm in acht moeten worden genomen. Afgevraagd kan dan worden of bij het nemen van ruimtelijke ordeningsbesluiten, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan, de goede ruimtelijke ordening (waaronder het aanvaardbaar woon- en leefklimaat) een aanvullende toets kan vergen als dat besluit voldoet aan titel 5.2 Wm.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring