Articles

Wet digitale overheid ingediend bij de Tweede Kamer

Wet digitale overheid ingediend bij de Tweede Kamer

Wet digitale overheid ingediend bij de Tweede Kamer

03.07.2018 NL law

Op 19 juni 2018 is de Wet digitale overheid aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel vormt een eerste tranche van regelgeving voor de verdere digitalisering van de overheid.

Het wetsvoorstel bevat regels over:

  • de bevoegdheid om bepaalde standaarden te verplichten in het elektronisch verkeer van de overheid;
  • het stellen van regels over informatieveiligheid;
  • de verantwoordelijkheid voor het beheer van de voorzieningen en diensten binnen de generieke digitale overheidsinfrastructuur (GDI);
  • de digitale toegang tot publieke dienstverlening voor burgers en bedrijven.

Het wetsvoorstel bevat vooral kaders die kunnen worden uitgewerkt in nadere regelgeving. Deze nadere regelgeving kan aangepast worden als dat nodig is voor de verdere ontwikkeling van de digitale overheid en voor innovatie.

Het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de wet is 1 juli 2019.

De vier onderwerpen die in de wet worden geregeld, zullen hierna kort worden beschreven. Maar eerst iets over de instellingen waarop de nieuwe wet van toepassing wordt.

Reikwijdte van de wet: bestuursorganen en aangewezen organisaties

De vraag is welke entiteiten onder het toepassingsbereik van de wet vallen. De wet legt verplichtingen op aan:

  • bestuursorganen (de zogenoemde a-organen)
  • de volgende in de bijlage genoemde aangewezen organisaties:
    • pensioenuitvoerders
    • zorgaanbieders
    • ziektekostenverzekeraars
    • indicatieorganen en
    • universiteiten en hogescholen.

Standaarden

Op dit moment wordt in de praktijk al veel gebruik gemaakt van open standaarden en zijn voor het gebruik ervan ook instructies en afspraken gemaakt. Het is echter niet verplicht om van deze standaarden gebruik te maken, waardoor er ook van mag worden afgeweken.

Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om open standaarden aan te wijzen die overheden moeten hanteren in het elektronisch verkeer met andere overheden, met burgers en met bedrijven. Zo een aanwijzing kan plaatsvinden indien dit noodzakelijk en proportioneel is gelet op de goede werking, veiligheid, betrouwbaarheid of doelmatigheid van het elektronisch verkeer, of wanneer dit voortvloeit uit verdragen. Een dergelijke verplichting kan worden opgenomen in een algemene maatregel van bestuur.

Informatiebeveiliging

Het is van essentieel belang dat de beveiliging van (digitale) informatie en ICT-systemen van de overheid goed is. Publieke voorzieningen en identificatiemiddelen moeten dan ook voldoen aan strenge eisen voor werking, veiligheid en betrouwbaarheid.

Op grond van het wetsvoorstel moeten alle bestuursorganen, hoger onderwijsinstellingen, pensioenuitvoerders en zorgaanbieders en zorgverzekeraars voldoen aan eisen voor de beveiliging van de eigen onderliggende systemen om zo veilige toegang tot elektronische diensten mogelijk te maken. De benodigde maatregelen worden door dienstverleners getroffen op basis van een door hen vastgesteld informatiebeveiligingsbeleid en daaruit voortvloeiende informatiebeveiligingsplannen.

Het beheer van de GDI

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt verantwoordelijk voor het beheer van het geheel van voorzieningen inzake de generieke digitale infrastructuur (GDI). Het gaat hierbij om (ICT-)voorzieningen die overheden, (semi)publieke organisaties en bepaalde organisaties die het Burgerservicenummer verwerken in staat stellen hun primaire (digitale) processen doelmatig in te richten.

De Minister van BZK heeft een zorgplicht voor thans voorziene en in de toekomst te ontwikkelen generieke publieke voorzieningen.

Elektronische identificatie (eID)

Elektronische dienstverlening vergt (de beschikbaarheid van) oplossingen om de identiteit van natuurlijke personen, ondernemingen en rechtspersonen op een betrouwbare wijze digitaal vast te kunnen stellen.

Ook hier is de Minister van BZK verantwoordelijk voor de werking van de infrastructuur voor authenticatie in het publieke domein door burgers en bedrijven. De Minister van BZK moet zorgdragen voor de ontwikkeling van inlogmiddelen voor burgers, op een hoger betrouwbaarheidsniveau dan het huidige DigiD, zodat diensten die een hoge of zeer hoge mate van betrouwbaarheid vereisen ook digitaal kunnen worden verleend.

In dit verband is ook de Europese eIDAS-verordening van belang die op 29 september 2018 in werking zal treden. Meer informatie over deze verordening is te vinden op https://www.digitaleoverheid.nl/dossiers/eidas/.

Het wetsvoorstel verplicht bestuursorganen en de eerdergenoemde aangewezen organisaties (zoals zorgverzekeraars en pensioenuitvoerders) om voor hun elektronische diensten het betrouwbaarheidsniveau 'substantieel' of 'hoog' te gebruiken als dit gelet op de aard van de gegevens in de rede ligt.

Afronding

Met het wetsvoorstel zal worden bereikt dat burgers en bedrijven met één of meer generieke identificatiemiddelen overheidsbreed en op een passend betrouwbaarheidsniveau toegang kunnen krijgen tot elektronische diensten. Burgers zullen in de toekomst de beschikking krijgen over publieke identificatiemiddelen op een hoger betrouwbaarheidsniveau dan het huidige DigiD. Gelet op de recente DDoS aanvallen op DigiD lijkt ons dit een goede ontwikkeling. Wel plaatsen we daarbij de kanttekening dat deze wet een kaderwet is en dat nog onduidelijk is hoe een en ander concreet zal worden uitgewerkt in lagere regelgeving.

Related news

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

07.02.2020 BE law
Het finale Belgische ‘nationaal energie- en klimaatplan’ en de Belgische langetermijnstrategie: het geduld van de Commissie op de proef gesteld?

Articles - Op 31 december 2019 diende België, nog net op tijd, zijn definitieve nationaal energie- en klimaatplan (NEKP) in bij de Commissie. Het staat nu al vast dat het Belgische NEKP niet op applaus zal worden onthaald door de Commissie. Verder laat ook de Belgische langetermijnstrategie op zich wachten. Wat zijn de gevolgen?

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

06.02.2020 BE law
“Eindelijk” een modernisering van het goederenrecht: de praktische impact op de juridische structurering van vastgoedprojecten

Articles - De juridische structurering van vastgoedprojecten verloopt vandaag nog steeds langs de krijtlijnen zoals in 1804 uiteengezet door de Napoleontische wetgever in het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met bijzondere wetten (waarvan best gekend de wetten van 10 januari 1824 over het recht van opstal en het recht van erfpacht, resp. “Opstalwet” en “Erfpachtwet”). Thans – bijna 200 jaar later –  is een nieuw Burgerlijk Wetboek in opmaak.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring