Articles

Rechter niet verplicht tot ambtshalve toepassing van artikel 1:125 lid 2 Wft (annotatie)

Rechter niet verplicht tot ambtshalve toepassing van artikel 1:125 li

Rechter niet verplicht tot ambtshalve toepassing van artikel 1:125 lid 2 Wft (annotatie)

25.07.2018 NL law

De Wbfo maximeert de vertrekvergoeding van bestuurders en andere dagelijks beleidsbepalers op een vast jaarsalaris (artikel 1:125 lid 2 Wft) en beoogt volgens de parlementaire geschiedenis fundamentele maatschappelijke belangen te beschermen: het tegengaan van excessieve beloningen en het beschermen van de consument, samenleving en de financiële stabiliteit.

Hoewel aan het geschil tussen Rabobank en een voormalig directeur een specifiek feitencomplex ten grondslag ligt, biedt het arrest interessante gezichtspunten voor de bredere gedachtenvorming. Een van de kernvragen die door Rabobank in cassatie aan de orde werd gesteld, betrof in hoeverre de wettelijke bepaling van artikel 1:125 lid 2 Wft als een regel van openbare orde moet worden aangemerkt: een dwingende wetsbepaling waarvan schending leidt tot absolute nietigheid zou dientengevolge ambtshalve door de rechter moeten worden toegepast. Zowel de A-G als de Hoge Raad beantwoordt deze vraag ontkennend: het maximum van een vast jaarsalaris voor dagelijks beleidsbepalers kwalificeert niet als recht van openbare orde en leent zich daarom niet voor ambtshalve toepassing door de rechter.

In deze annotatie gaat Astrid Helstone in op de vraag of het wettelijk maximum voor de vertrekvergoeding voor dagelijks beleidsbepalers van openbare orde is. Voor een goed begrip behandelt zij achtereenvolgens (i) de ratio van het wettelijk maximum van de vertrekvergoeding voor dagelijks beleidsbepalers, (ii) de rechtsgevolgen van schending van het maximum en nietigheid in de Wft en (iii) de relevante implicaties van het arrest.

Related news

21.09.2022 NL law
Overlappende verplichtstellingen: is ingrijpen van de wetgever nodig?

Articles - Is het bereiden, samenstellen en leveren van maaltijden aan particulieren en zorginstellingen een vorm van gemaksvoeding of een vorm van contractcatering? Moet een franchisenemer van Bakker Bart gezien worden als een bakkersbedrijf of als een horecaonderneming? Dit zijn twee voorbeelden van situaties waarin tot aan het hof is geprocedeerd over de (dreigende) overlap van werkingssferen van verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen (Bpf(‘en)).

Read more

26.07.2022 NL law
Verplichte cao en pensioen: niet perse voor alle werkgevers in de groep

Short Reads - Als één groepsvennootschap verplicht onder een cao of bedrijfstakpensioenregeling valt, geldt dit dan ook voor andere vennootschappen/werkgevers in de groep? Hoe werkt dit indien de ondernemingsactiviteiten (bijv. verkoop, logistiek, vervoer) verdeeld zijn over verschillende BV’s, maar elkaar wel aanvullen? Recente rechtspraak over reisbemiddelaar Prijsvrij.nl en (eerder) online supermarkt Picnic biedt meer duidelijkheid.

Read more