Neodyum Miknatis
maderba.com
implant
olabahis
Casino Siteleri
canli poker siteleri meritslot
escort antalya
istanbul escort
sirinevler escort
antalya eskort bayan
brazzers
Short Reads

Ongoing commercial transactions entered into before 1 July 2017 now subject to new 60 day payment term limit

Ongoing commercial transactions entered into before 1 July 2017 now s

Ongoing commercial transactions entered into before 1 July 2017 now subject to new 60 day payment term limit

11.07.2018

Sixteen years ago, a provision on statutory interest in commercial agreements was introduced in article 6:119a Dutch Civil Code (DCC) to first implement Directive 2000/35/EC and subsequently Directive 2011/7/EU.

1.      Background: Statutory commercial interest

Sixteen years ago, a provision on statutory interest in commercial agreements was introduced in article 6:119a Dutch Civil Code (DCC) to first implement Directive 2000/35/EC and subsequently Directive 2011/7/EU.

These Directives were introduced to ensure compliance and prevent payment delays in commercial transactions. If a party to a commercial transaction exceeds a payment term, it can be held liable for statutory commercial interest. In accordance with Directive 2011/7/EU, article 6:119a DCC limits the payment term in commercial transactions to a maximum of 60 days, unless the parties explicitly agreed a longer term that could not be considered 'grossly unfair'.

This criterion did not offer small companies (SMEs) protection from long payment terms though. Instead, large companies tended to use their negotiating power to convince SMEs to agree to longer payment terms. This was considered undesirable because long payment terms may cause liquidity problems and sometimes even bankruptcy.

2.      Legislation against unreasonably long payment terms

In light of the undesirable effects outlined above, new legislation against unreasonably long payment terms was introduced. As a result, the vague criterion of 'grossly unfair' in paragraph 5 in article 6:119a  DCC has been replaced by paragraph 5, which contains an absolute criterion for a particular group of commercial transactions (see our previous blog "Act against unreasonably long payment effective as of 1 July 2017").

For a particular group of commercial transactions, instead of the vague criterion of 'grossly unfair' in article 6:119a paragraph 6 DCC, the Act introduces an absolute criterion.

A large company that enters into a commercial transaction with an SME and acts as a creditor is not entitled to stipulate a payment term that exceeds 60 days. In addition, any payment term imposed by a large company that exceeds 60 days will be considered void. In such circumstances, the statutory term in article 6:119a paragraph 2 DCC will apply as follows:

  1. the large company is automatically obliged to pay within 30 days; and
  2. if the large company does not pay within this 30 days term, the SME can claim statutory commercial interest. This interest will start to accrue after these 30 days have elapsed.

This legislative change was implemented on 1 July 2017. All commercial transactions concluded on or after that date had to comply with the new rule and could therefore no longer include a payment term exceeding 60 days.

3.      Transitional arrangement ended 1 July 2018

The new legislation includes a transitional arrangement for commercial transactions already in place on 1 July 2017, such as continuing performance contracts [duurovereenkomsten]. These commercial transactions are subject to the new 60 day limit from 1 July 2018 onwards.

Large companies with commercial transactions already in place on 1 July 2017 that include payment terms exceeding 60 days should therefore be aware that these payment terms are void as of 1 July 2018. By operation of law, a payment term of 30 days will apply instead.

4.      Qualification as commercial transaction

If a contract qualifies as a commercial transaction, there are other factors to consider besides the duration of the payment term. For example, the difference between statutory commercial interest at 8% and regular statutory interest at 2% will also have a significant impact.

Consequently, there are more and more cases in which the debtor disputes the qualification of a contract as a commercial transaction. For instance, an appeal has recently been lodged at the Supreme Court on whether a loan agreement qualifies as commercial transaction.

In his conclusion of 18 May 2018 ECLI:NL:PHR:2018:513, which precedes the decision of the Supreme Court, the Advocate General Hartlief agreed with the Court of Appeal that a loan agreement qualified as a commercial transaction and therefore commercial interest applied to overdue interest payments. The Supreme Court is expected to render its decision soon.

Team

Related news

27.01.2021 NL law
Overzichtsuitspraak ABRvS: overmacht en de wettelijke dwangsommen wegens niet tijdig beslissen. Hoe werkt dat?

Short Reads - Overmacht bij een bestuursorgaan schort beslistermijnen en wettelijke dwangsomtermijnen zelfstandig op. Ook als een bestuursorgaan daarvan geen mededeling stuurt. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in een overzichtsuitspraak van 16 december 2020. In dit blogbericht gaan wij nader in op de achtergrond van die uitspraak en duiden wij wat dit betekent voor de praktijk.

Read more

27.01.2021 NL law
De meerjarenafspraken energie-efficiëntie (MJA3/MEE) zijn afgelopen: wat betekent dat voor de energiebesparingsverplichtingen van bedrijven?

Short Reads - In het kader van de Meerjarenafspraken energie-efficiëntie – ook wel de MJA3/MEE-convenanten – werkten ruim 1.000 bedrijven uit 40 sectoren de afgelopen jaren aan energiebesparing en CO2-reductie. De convenanten liepen af op 31 december 2020, maar dat betekent niet dat ook de verplichtingen voor bedrijven om zich in te zetten voor energiebesparing ophouden te bestaan. In dit blogbericht zetten wij de belangrijkste gevolgen van het aflopen van de convenanten en de op dit moment geldende verplichtingen op een rij.   

Read more

26.01.2021 NL law
Beoordelingskader voor intrekking natuurvergunningen en geen vergunningplicht bij intern salderen: een duidelijke uitspraak

Short Reads - Op 20 januari 2021 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) uitspraak over een verzoek tot intrekking van de natuurvergunning van een veehouderij. Deze uitspraak is een blogbericht waard, omdat hierin (i) het kader voor het intrekken van natuurtoestemmingen uiteen wordt gezet en (ii) de Afdeling duidelijk maakt dat als een project wel enige, maar geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden heeft, er geen vergunningplicht geldt. Dit laatste geldt ook in het geval van intern salderen. Hierna schetsen wij kort het oordeel van de Afdeling.

Read more

27.01.2021 NL law
20ste tranche Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (BuChw) in werking getreden: uitzondering plan-m.e.r.-plicht voor kleine projecten voer voor procedures?

Short Reads - Op 18 december 2020 is de 20ste tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw) in werking getreden. Deze tranche voorziet er onder meer in dat voor bestemmingsplannen die zien op kleine projecten waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt, niet automatisch ook een milieueffectrapportage voor plannen (“plan-m.e.r.“) hoeft te worden verricht. In dit blogbericht bespreken wij deze wijziging.

Read more

26.01.2021 NL law
Juridische aspecten van de Covid-19-avondklok

Short Reads - Vanaf 23 januari 2021 geldt in heel Nederland een avondklok. Dat betekent dat in beginsel iedereen tussen 21.00 uur ’s avonds en 04.30 uur ’s ochtends binnen moet blijven. Een vergaande maatregel die de overheid uit de kast heeft getrokken om de verdere verspreiding van (varianten van) het coronavirus te beperken. Wat is de juridische grondslag voor de avondklok? Zijn er uitzonderingen op de regel dat je verplicht binnen moet blijven? En hoe gaat de overheid de avondklok handhaven?  

Read more