Articles

Hof van Justitie EU oordeelt over reikwijdte 'beroepsgeheim' financiële toezichthouders voor bedrijfsgegevens

Hof van Justitie EU oordeelt over reikwijdte 'beroepsgeheim' financië

Hof van Justitie EU oordeelt over reikwijdte 'beroepsgeheim' financiële toezichthouders voor bedrijfsgegevens

10.07.2018

In een arrest van 19 juni 2018 oordeelt de Grote kamer van het Hof van Justitie EU over de reikwijdte van het 'beroepsgeheim' van financiële toezichthouders voor bedrijfsgegevens. Het hof oordeelt dat de informatie die zich in het toezichtsdossier bevindt niet onvoorwaardelijk vertrouwelijk van aard is en bijgevolg onder het beroepsgeheim van de toezichthouder valt. Gegevens die mogelijk commerciële geheimen zijn geweest, worden in beginsel geacht niet meer actueel en dus niet langer geheim te zijn, wanneer die gegevens ten minste vijf jaar oud zijn.

Verzoek om toezichtsinformatie

Het arrest gaat over een verzoek van een Duitse belegger om toezichtsinformatie van de Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht (Duitse federale autoriteit voor het toezicht op financiële dienstverlening) over Phoenix Kapitaldienst GmbH. Het verzoek betreft het verslag van een bijzondere audit, accountantsrapporten, interne nota’s, rapporten en correspondentie. De federale autoriteit heeft het verzoek afgewezen. De belegger is vervolgens tegen de afwijzing een bestuursrechtelijke procedure gestart.

Prejudiciële vragen

Het Bundesverwaltungsgericht, de hoogste federale bestuursrechter in Duitsland, heeft in deze procedure aan het Hof van Justitie uitleg gevraagd over artikel 54 Richtlijn 2004/39/EG betreffende markten voor financiële instrumenten. In dit artikel is bepaald dat de bevoegde autoriteiten aan het beroepsgeheim zijn gebonden. Voor de bevoegde autoriteiten geldt een algemeen verbod om vertrouwelijke gegevens openbaar te maken, behoudens de specifieke gevallen genoemd in de richtlijn waarin de gegevens bij wijze van uitzondering mogen worden doorgegeven of gebruikt.

Vertrouwelijke gegevens waarvoor het beroepsgeheim geldt

Het hof overweegt dat niet alle gegevens die bij de bevoegde autoriteiten berusten noodzakelijkerwijs moeten worden geacht vertrouwelijk te zijn en bijgevolg onder het beroepsgeheim vallen. Als vertrouwelijk van aard kunnen worden aangemerkt gegevens die, ten eerste, niet openbaar zijn en waarvan, ten tweede, de openbaarmaking ervan afbreuk dreigt te doen aan de belangen van de natuurlijke of rechtspersoon die de gegevens heeft verstrekt, aan de belangen van derden of aan de goede werking van het door de Uniewetgever met de vaststelling van Richtlijn 2004/39/EG ingevoerde systeem van controle op de activiteiten van beleggingsondernemingen.

Verder overweegt het hof dat de vertrouwelijkheid van de betrokken gegevens moet worden beoordeeld op het tijdstip waarop het verzoek om openbaarmaking wordt onderzocht, los van de kwalificatie van de gegevens op het tijdstip waarop zij aan de bevoegde autoriteiten zijn verstrekt.

Gegevens die mogelijk commerciële geheimen zijn geweest, worden in beginsel geacht niet meer actueel en dus niet langer geheim te zijn, wanneer die gegevens ten minste vijf jaar oud zijn. Dit is anders wanneer de partij die aanvoert dat de betreffende gegevens nog steeds geheim zijn, bij wijze van uitzondering aantoont dat deze gegevens ondanks de ouderdom ervan nog steeds een wezenlijk onderdeel van haar commerciële positie of van de commerciële positie van een betrokken derde zijn. Dit geldt echter niet voor gegevens waarvan de geheimhouding gerechtvaardigd zou kunnen zijn om andere redenen dan hun belang voor de commerciële positie van de betrokken onderneming, zoals met name gegevens die betrekking hebben op de door de bevoegde autoriteiten gehanteerde methoden en toezichtstrategieën.

Betekenis voor Nederlandse financiële toezichthouders

De vraag dringt zich op wat de betekenis is van dit arrest voor het Nederlandse geheimhoudingsregime voor bedrijfsgegevens die bij financiële toezichthouders berusten.

Op grond van artikel 10 lid 1 aanhef en onder c Wet openbaarheid van bestuur (Wob) blijft het verstrekken van informatie achterwege voor zover dit bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. Het gaat hier om een absolute weigeringsgrond.

Voor het door de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten gevoerde toezicht op onderneming in de financiële sector, zoals beleggingsinstellingen, is voorzien in een bijzonder geheimhoudingsregime in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Dit regime gaat als bijzondere regeling voor op de Wob (ABRvS 30 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM9675). Het arrest van het hof is vooral van belang voor de geheimhoudingsplicht die voor de genoemde financiële toezichthouders geldt op grond van artikel 1:89 Wft voor vertrouwelijke (toezichts)gegevens en de uitzonderingen daarop. De nationale regels zullen voortaan in het licht van dit arrest moeten worden uitgelegd.

Ten slotte kort nog iets over de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen (Richtlijn 2016/943/EU) die door middel van de Wet  bescherming bedrijfsgeheimen moet worden geïmplementeerd. De vraag rijst wellicht hoe deze richtlijn zich verhoudt tot het beroepsgeheim van artikel 54 van Richtlijn 2014/39/EG of de geheimhoudingsregeling van de Wft. Hiervoor is van belang dat in considerans 18 van de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen is opgemerkt dat deze richtlijn overheidsinstanties niet mag ontheffen van de vertrouwelijkheidsverplichtingen die zij hebben ten aanzien van informatie die afkomstig is van houders van bedrijfsgeheimen, ongeacht of deze verplichtingen in het Unie of nationale recht zijn opgenomen. Het gaat hier onder meer om geheimhoudingsverplichtingen voor informatie die in het kader van aanbestedingsprocedures aan aanbestedende diensten is verstrekt. Dit betekent dat de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen de Europese en nationale geheimhoudingsregels voor bedrijfsgeheimen onverlet laat.

Team

Related news

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

09.08.2019 NL law
Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Short Reads - Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

Read more

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring