Short Reads

Oneerlijke bedingen en wisselkoersrisico’s in consumenten kredietovereenkomsten

Stibbe - Unfair competition and consumer protection - Update dec 2017

Oneerlijke bedingen en wisselkoersrisico’s in consumenten kredietovereenkomsten

05.01.2018 BE law

Een Roemeense bank sluit een kredietovereenkomst met een consument in Zwitserse frank. Krachtens een beding in de overeenkomst waren de consumenten verplicht om de maandelijkse aflossingen eveneens in Zwitserse frank te doen, terwijl zij hun inkomsten in de Roemeense leu ontvingen. Ingevolge dit beding kwamen alle wisselkoersschommelingen uitsluitend ten laste van de consument-kredietnemer. [1]

In een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie stelde zich de vraag of zulk beding onder het toepassingsgebied van Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (‘Richtlijn 93/13’)[2] valt.

Het Hof liet het vooreerst aan de verwijzende rechter om te beoordelen of een beding krachtens hetwelk het krediet in dezelfde valuta als de lening moet worden terugbetaald een dwingende wettelijke nationale bepaling betreft. In dat geval immers zou dergelijk beding niet aan de richtlijn zijn onderworpen (art. 1, lid 2 van de richtlijn).

Interessanter is de conclusie van het Hof dat zulk beding wordt beschouwd als een van de bedingen die “de kern van de prestaties van de overeenkomst bepalen”, en aldus uitgezonderd kunnen worden van de beoordeling onder Richtlijn 93/13 omdat het bedingen zijn die het ‘eigenlijk voorwerp van de overeenkomst’ uitmaken (art. 4, lid 2). De wezenlijke prestaties van een kredietovereenkomst hebben immers betrekking op een geldbedrag dat wordt betaald en terugbetaald en dat wordt bepaald op basis van een vastgelegde valuta. Het betreft dan ook de aard zelf van de verplichting van de schuldenaar, en derhalve een wezenlijk onderdeel van de kredietovereenkomst.

Deze bedingen ontsnappen evenwel uitsluitend aan de beoordeling van hun oneerlijke karakter voor zover zij duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Hiervoor volstaat het niet dat zij formeel en grammaticaal begrijpelijk zijn. Vereist is dat de concrete werking van het mechanisme van het beding, en de verhouding ervan met de rest van de overeenkomst duidelijk is zodat de consument transparant de economische gevolgen ervan kan inschatten. Het Hof verduidelijkte o.m. dat bij een beding zoals dat in casu, de financiële instelling de kredietnemer duidelijk dient te informeren over het feit dat hij zich blootstelt aan een wisselkoersrisico dat mogelijks een economisch zware last met zich mee kan brengen. Tot slot stelde het Hof dat bij de beoordeling of er sprake is van een verstoring van het evenwicht in de zin van artikel 3 (1) van Richtlijn 93/13 men rekening moet houden met het moment waarop de overeenkomst is gesloten maar ook met de omstandigheden waarvan de verkoper ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op de hoogte had kunnen zijn.

 

[1] Hof van Justitie, arrest van 20 september 2017, Ruxandra Paula Andriciuc v. Banca Româneasca , C-186/16, EU:C:2017:703.

[2] Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, PB 1993 L 95/29.

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more