Short Reads

Nabootsing slechts uitzonderlijk strijdig met eerlijke marktpraktijken

Stibbe - Unfair competition and consumer protection - Update dec 2017

Nabootsing slechts uitzonderlijk strijdig met eerlijke marktpraktijken

05.01.2018 BE law

Het hof van beroep te Brussel bevestigde op 5 september 2017 opnieuw dat bij afwezigheid van schending van een intellectueel eigendomsrecht, een argument van nabootsing in strijd met de eerlijke marktpraktijken in de zin van artikel VI.104 van het Wetboek Economisch Recht (‘WER’) niet snel zal slagen. [1]

De zaak betrof enkele kledingstukken die WAMO BVBA (de uitbater van ZEB) beweerdelijk zou hebben nagebootst van WTG NV, een producent en verdeler van kledingstukken. Het hof van beroep oordeelde vooreerst dat de kledingstukken geen auteursrechtelijke bescherming genieten aangezien niet aan het originaliteitsvereiste is voldaan. Ook genieten zij geen bescherming op basis van het modellenrecht aangezien WTG NV niet (afdoende) aantoont dat de goederen een ‘eigen karakter’ hebben.

Zodoende bleef enkel de vordering gesteund op een inbreuk op de eerlijke marktpraktijken over. Het hof van beroep bevestigde in deze context dat nabootsing principieel is toegelaten (bij afwezigheid van schending van een intellectueel eigendomsrecht), tenzij men dit doet ‘onder begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke marktpraktijken’. Het zonder eigen creatieve inspanning rechtstreeks voordeel halen uit een belangrijke inspanning of investering met een economische waarde van een ander volstaat hiervoor echter niet. De nabootsing moet daarentegen gepaard gaan met enige andere vorm van onrechtmatig gedrag. Het argument van onrechtmatige imago- en goodwilltransfer en uitbuiting van de bekendheid van de reputatie van het gekopieerde slaagde in dit kader echter niet. Volgens het hof van beroep is hiervoor immers minstens vereist dat de kledingstukken in kwestie enige onderscheidende functie zouden hebben als zijnde afkomstig van WTG NV. In casu beschouwde het hof van beroep de kledingstukken echter als banaal. De vordering werd bijgevolg afgewezen (en de andersluidende beslissing van de eerste rechter vernietigd).

 

[1] Brussel 5 september 2017, 2017/AR/268, onuitg.

Related news

02.06.2022 BE law
Annonces de réductions de prix denouveau réglementées

Articles - La loi du 8 mai 2022 fixant les nouvelles règles relatives aux annonces de réductions de prix (nouveaux articles VI.18 et VI.19 du Code de droit économique ("CDE")) a été publiée ce 2 juin 2022 au Moniteur belge.[1] Les annonces de réductions de prix doivent dès lors toujours mentionner le prix antérieur (ci-après "prix de référence"), c'est-à-dire le prix le plus bas appliqué par l'entreprise dans les 30 jours précédant immédiatement la réduction de prix.

Read more

02.06.2022 BE law
Aankondigingen van prijsverminderingen opnieuw gereglementeerd

Articles - In het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2022 verscheen de wet van 8 mei 2022 met nieuwe regels voor aankondigingen van prijsverminderingen (nieuwe artikelen VI.18 en VI.19 van het Wetboek Economisch Recht (“WER”))[1]. Aankondigingen van prijsverminderingen moeten dan steeds de vorige prijs (hierna “referentieprijs”) vermelden, zijnde de laagste prijs die de onderneming in de 30 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de prijsvermindering toepaste.

Read more