Short Reads

FAQ: wanneer is een subsidie overdraagbaar?

Wanneer is een subsidie overdraagbaar?

FAQ: wanneer is een subsidie overdraagbaar?

23.01.2018 NL law

In de praktijk rijst geregeld de vraag of een subsidie overdraagbaar is. Te denken valt aan een gebouw dat wordt verkocht terwijl aan de verkopende partij een subsidie is verleend voor het realiseren van zonnepanelen op het dak van het gebouw. Kan die subsidie dan worden overgedragen aan de kopende partij? De vraag of een subsidie overdraagbaar is, wordt in deze FAQ eerst in algemene zin beantwoord en daarna specifiek voor SDE-subsidies (Stimulering Duurzame Energieproductie).

Vijf stappenplan

Om te bepalen of en onder welke voorwaarden een subsidie overdraagbaar is, kan het volgende stappenplan worden gevolgd. Rekening moet worden gehouden met zowel privaatrechtelijke als bestuursrechtelijke aspecten.

Privaatrechtelijke aspecten

Subsidies zijn vorderingsrechten en zijn naar privaatrecht in beginsel overdraagbaar, tenzij de wet of de aard van het recht zich daartegen verzet (artikel 3:83 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW)).

Stap 1: Regelt de wet de overdracht?

Het is mogelijk dat de wettelijke regeling waarop de subsidie is gebaseerd voorschriften bevat over de overdraagbaarheid. Het is mogelijk dat de wetgever de overdraagbaarheid expliciet uitsluit, aan voorwaarden verbindt (bijvoorbeeld een toestemmingsvereiste) of uitdrukkelijk toestaat.

Stap 2: Verzet de aard van het recht zicht tegen overdracht?

Zwijgt de wet over de overdraagbaarheid van de subsidie, dan is de subsidie in beginsel overdraagbaar, tenzij de aard van het recht zich daartegen verzet. Wanneer de aard van het recht zich tegen overdracht verzet, is niet in algemene zin te zeggen. Bepalende elementen hierbij zijn onder meer de strekking van de subsidie, de adressaat van de subsidie en in hoeverre persoonsgebonden kenmerken een rol spelen bij de subsidieverlening. Wanneer de subsidie een (overwegend) persoonsgebonden karakter heeft, is de subsidie niet overdraagbaar. Te denken valt aan een subsidie voor jeugdzorg, waarbij de jeugdzorginstelling die de subsidie ontvangt aan bepaalde kwalitatieve eisen moet voldoen. Andere voorbeelden zijn een subsidie aan een wetenschapper, kunstenaar of toneelgezelschap. Een subsidie voor bijvoorbeeld het realiseren van zonnepanelen op het dak van een gebouw heeft daarentegen een meer zaaksgebonden karakter waardoor de subsidie wel voor overdracht in aanmerking komt. Zie hierna de SDE-subsidie.

Bestuursrechtelijke aspecten

Ter beantwoording van de vraag of de subsidie ook naar bestuursrecht overdraagbaar is, is eveneens van belang wat de wet daarover bepaalt en of de aard van het recht aan overdracht in de weg staat (stap 1 en stap 2). Daarnaast zijn de volgende stappen van belang.

Stap 3: Beschikkingvoorschriften en subsidieovereenkomst

Het kan zo zijn dat het bevoegd gezag in de subsidiebeschikking voorschriften over de overdraagbaarheid van de subsidie heeft opgenomen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat het bevoegd gezag de overdraagbaarheid expliciet uitsluit, aan voorwaarden verbindt (toestemmingsvereiste) of uitdrukkelijk toestaat. Dergelijke subsidievoorschriften hebben geen goederenrechtelijke werking. Dat wil zeggen dat zij niet van invloed zijn op de privaatrechtelijke overdraagbaarheid. Wanneer de subsidievoorschriften niet worden nageleefd, kan dat voor het subsidieverlenende bestuursorgaan wel aanleiding zijn de subsidie in te trekken. Hetzelfde geldt voor onoverdraagbaarheidsbedingen en toestemmingsvereisten opgenomen in een subsidieovereenkomst (art. 4:36 lid 1 Awb). Daarbij zij voor de volledigheid opgemerkt dat moet worden aangenomen dat overdraagbaarheidsvoorschriften/bedingen in de subsidiebeschikking respectievelijk een subsidieovereenkomst, niet kunnen worden aangemerkt als een beding overeengekomen tussen schuldeiser en schuldenaar in de zin van artikel 3:83 lid 2 BW (welk beding wel goederenrechtelijke werking heeft).

Stap 4: Wijziging tenaamstelling

Verder is het raadzaam om het bevoegd gezag te verzoeken om een wijziging van de tenaamstelling. Door wijziging tenaamstelling worden in ieder geval onduidelijkheden en misverstanden voorkomen over wie de subsidieontvanger is. Bijvoorbeeld in het kader van de handhaving van de subsidieverplichtingen.

Overgang

Stap 5: Privaatrechtelijke overdracht is niet mogelijk: wel overgang middels wijziging tenaamstelling?

Is civielrechtelijke overdracht niet mogelijk, dan bestaat eventueel nog de mogelijkheid van overgang van de subsidie door middel van wijziging tenaamstelling. Het is niet uitgesloten dat de subsidieontvanger bij het bevoegde bestuursorgaan kan verzoeken om een besluit tot wijziging tenaamstelling van de subsidie en dat het bestuursorgaan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, hieraan medewerking verleent en op die manier een overgang van de subsidie bewerkstelligt (vergelijk ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9525, ro. 2.7.1). Daarbij speelt de aard van de subsidie wel weer een bepalende rol. Aangenomen moet worden dat wanneer de aard van de subsidie zich tegen overdracht verzet, ook overgang middels wijziging tenaamstelling van de subsidie niet mogelijk is. De reactie van het bestuursorgaan op het verzoek om wijziging tenaamstelling is in dit geval een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit.

Een voorbeeld uit de praktijk: SDE-subsidies

De SDE-subsidie (Stimulering Duurzame Energieproductie) is bedoeld voor hernieuwbare energietechnieken. Deze subsidie beoogt de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening te stimuleren, bijvoorbeeld op het terrein van water-, wind- en zonne-energie. Voor dergelijke subsidies komt dikwijls de vraag op of zij kunnen worden overgedragen. Gedacht kan worden aan de verkoop van een stuk grond waarvoor een SDE-subsidie is verleend voor het realiseren van een windturbine. Kan deze subsidie dan aan de koper worden overgedragen? Daarnaast kan de vraag naar overdraagbaarheid verband houden met een te vestigen pandrecht op de subsidie ter verkrijging van zekerheid voor een kredietverstrekker (bank) die bereid is de (gesubsidieerde) realisatie van de windturbine mede te financieren. Een pandrecht kan alleen worden gevestigd wanneer de subsidie (civielrechtelijk) overdraagbaar is.

Privaatrechtelijke aspecten

Stap 1: Regelt de wet de overdracht?

Artikel 61 lid 2 Besluit stimulering duurzame energieproductie bepaalt dat een subsidieontvanger, behoudens ontheffing van de minister van Economische Zaken, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet mag overdragen aan een derde. Dit betekent dat, zolang het project niet is gerealiseerd, een ontheffing nodig is van de minister voor de overdracht van de subsidiebeschikking. Het niet toestaan van overdracht van de beschikking tot subsidieverlening tot de datum van ingebruikname zal speculatief gedrag tegengaan en voorkomt het onnodig reserveren van middelen. De wens tot overdracht van de beschikking tot subsidieverlening zal echter niet altijd op speculatieve overwegingen zijn gebaseerd. Daarom is in artikel 61 lid 2 voorzien in de mogelijkheid om ontheffing aan te vragen. Bij een dergelijk verzoek zal rekening worden gehouden met de aannemelijkheid of de initiële subsidieontvanger de productie-installatie wilde (laten) bouwen. Overdracht van de beschikking tot subsidieverlening na de datum van ingebruikname is wel toegestaan (Stb. 2007, 410, p. 42-43).

Stap 2: Verzet de aard van het recht zicht tegen overdracht?

Nu de wet overdracht van de subsidie uitdrukkelijk toestaat, is evident dat de aard van het recht zich niet tegen overdracht verzet. Een SDE-subsidie is dus civielrechtelijk overdraagbaar.

Bestuursrechtelijke aspecten

Vervolgens moet worden nagegaan of de subsidie ook naar bestuursrecht overdraagbaar is. Daarvoor is eveneens van belang wat de wet daarover bepaalt en of de aard van het recht aan overdracht in de weg staat (stap 1 en stap 2). Zoals hiervoor is uiteengezet, verzetten de wet en de aard van het recht zich niet tegen bestuursrechtelijke overdraagbaarheid. Daarnaast zijn de volgende stappen van belang.

Stap 3: Beschikkingvoorschriften

Voor SDE-subsidies wordt in de subsidieverleningsbeschikking doorgaans de verplichting opgenomen dat voor wijziging van de tenaamstelling vooraf toestemming moet worden gevraagd aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Dit voorschrift heeft geen goederenrechtelijke werking. Wanneer ten onrechte geen toestemming is gevraagd, kan dat wel reden zijn voor intrekking van de subsidie. Verder dient bezien te worden of er andere relevante voorschriften zijn.

Stap 4: Wijziging tenaamstelling

Verder is het raadzaam om het bevoegd gezag te verzoeken om een wijziging van de tenaamstelling. Door wijziging tenaamstelling worden in ieder geval onduidelijkheden en misverstanden voorkomen over wie de subsidieontvanger is. Bijvoorbeeld in het kader van de handhaving van de subsidieverplichtingen. Zoals gezegd, wordt in de subsidieverleningsbeschikking meestal bepaald dat voor de wijziging in tenaamstelling vooraf toestemming moet worden gevraagd aan de RVO.

Geconcludeerd kan worden dat een SDE-subsidie zowel naar privaatrecht als naar bestuursrecht overdraagbaar is. Daarbij moeten wel enkele voorwaarden in acht worden genomen.

Team

Related news

15.10.2019 NL law
Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Short Reads - Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

Read more

11.10.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

15.10.2019 BE law
Avis du Maître architecte et organisation d’une réunion de projet. De nouvelles étapes préalables à la demande de permis d’urbanisme.

Articles - Une des nouveautés de la réforme du CoBAT adoptée le 30 novembre 2017, publiée au Moniteur belge le 20 avril 2018 et entrée en vigueur le 1er septembre 2019 (pour ce qui concerne les demandes de permis d’urbanisme) porte sur la création de deux nouvelles étapes préalables à l’introduction d’une demande de permis d’urbanisme : l’obtention de l’avis du Maître architecte, d’une part, et l’organisation d’une réunion de projet, d’autre part. 

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Maar in tegenstelling tot de rechtbanken van Amsterdam en Limburg, oordeelde de Afdeling ook dat een uitzondering hierop kan worden gemaakt. 

Read more

14.10.2019 NL law
Kamerdebat over digitalisering van de overheid: aandacht voor bescherming burger vereist

Short Reads - Op 24 september 2019 zijn er vier moties in stemming gebracht én aangenomen door de Tweede Kamer. De moties hebben als gemeenschappelijke deler dat ze in het teken staan van de steeds groter wordende digitalisering bij de overheid. Het achterliggende doel van de moties is dat de burger voldoende beschermd moet worden tegen deze digitalisering.

Read more

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Articles - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring