Short Reads

Ontbrekende ruimte in bestaande centra is geen bijzondere omstandigheid die ontheffing van de PRV Zuid-Holland rechtvaardigt

Ontbrekende ruimte in bestaande centra is geen bijzondere omstandighei

Ontbrekende ruimte in bestaande centra is geen bijzondere omstandigheid die ontheffing van de PRV Zuid-Holland rechtvaardigt

23.02.2018 NL law

Verschillende provincies hebben in hun ruimtelijke verordening bepaald dat nieuwe detailhandel alleen gerealiseerd mag worden binnen of direct aansluitend aan bestaande winkelgebieden. Mogelijkheden tot afwijking van deze regel verschillen per provincie. In Zuid-Holland is bijvoorbeeld een ontheffing van het college van gedeputeerde staten vereist om detailhandel ergens anders toe te staan. Deze ontheffing kan echter alleen worden verleend in geval van "bijzondere omstandigheden".

Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de "Afdeling") van 31 januari 2018 blijkt dat ontbrekende ruimte in bestaande centra niet als zodanig wordt aangemerkt. Detailhandel kan dan ook niet op die grondslag worden toegestaan buiten bestaande centra. 

Achtergrond

Het college van burgemeester en wethouders van Gouda (het "College") wil Aldi de mogelijkheid geven een supermarkt te vestigen binnen de gemeente. In de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland (de "Verordening") is echter bepaald dat nieuwe detailhandel in een bestemmingsplan enkel binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken mag worden voorzien. Het College heeft daarom een verzoek ingediend bij het college van gedeputeerde staten ("GS") voor een ontheffing van deze regel. GS heeft de ontheffing geweigerd, omdat geen sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 3.2 lid 1 van de Verordening. In dat artikel is bepaald dat GS op verzoek ontheffing kan verlenen van de regels in de Verordening "voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen".

Standpunt Aldi

Aldi heeft samen met het College beroep ingesteld tegen de weigering van de ontheffing. Aldi voert in dat beroep aan dat GS er ten onrechte vanuit gaat dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 3.2 lid 1 van de Verordening. Naar het oordeel van Aldi is daarvan nu juist wel sprake aangezien er zich een situatie voordoet waarin de Verordening niet voorziet, namelijk de situatie dat er in bestaande centra geen ruimte is voor nieuwe detailhandelsontwikkelingen.

Oordeel Afdeling

De Afdeling volgt dit betoog van Aldi niet. Volgens de Afdeling vormt het feit dat Aldi een supermarkt in Gouda wil vestigen maar dat daar in de bestaande centra geen ruimte voor is, geen bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3.2 lid 1 van de Verordening. Daarbij acht de Afdeling van belang dat in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 4.1a lid 1 Wro is benadrukt dat met grote terughoudendheid dient te worden omgegaan met de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van de krachtens provinciale verordening gestelde regels. Blijkens de parlementaire geschiedenis is de ontheffingsmogelijkheid bedoeld voor "bijzondere, uitzonderlijke situaties die zich incidenteel voordoen" (Kamerstukken II, 2011/12, 32 821, nr. 8, p.4 en nr. 9, p. 2-3). Daarvan is hier geen sprake. Zoals GS in haar besluit tot weigering van de ontheffing ook heeft gesteld, is uitplaatsing of realisatie van nieuwe detailhandel buiten de bestaande centra een veel voorkomende wens bij gemeente en initiatiefnemers. Bij elk van die gevallen zal artikel 2.1.4 lid 1 van de Verordening van toepassing zijn en kan de vraag aan de orde komen of binnen de bestaande centra ruimte is voor de gewenste ontwikkeling.

Lessen voor de praktijk

Ontheffing van provinciale regels kan kortom enkel plaatsvinden in geval van bijzondere omstandigheden die zich incidenteel voordoen. Voor aanvragers van een ontheffing is het dan ook van belang om goed te beargumenteren waarom hun situatie zich onderscheid van andere situaties en dat sprake is van een uitzonderlijk geval. Uit voorliggende uitspraak blijkt in ieder geval dat ontbrekende ruimte binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie geen bijzondere omstandigheid is die ontheffing van de regel dat detailhandel slechts binnen of aansluitend aan bestaande winkelconcentraties in centra gerealiseerd mag worden.

Het bericht 'Ontbrekende ruimte in bestaande centra is geen bijzondere omstandigheid die ontheffing van de PRV Zuid-Holland rechtvaardigt' is een bericht van Stibbeblog.nl.

Gegevens uitspraak

ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:300 Zaaknummer: 201703111/1/R3

Related news

20.01.2020 NL law
Planologische medewerking mag worden geweigerd als initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlak

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4209) overwogen dat een bestuursorgaan geen planologische medewerking hoeft te verlenen aan de wijziging van een bestemmingsplan als de aanvrager zich niet heeft ingespannen om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Read more

16.01.2020 NL law
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

14.01.2020 NL law
Ruimte voor maatwerk in Groningen: het kan eenvoudig geregeld worden

Articles - Met de instelling van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) per 19 maart 2018 is de afwikkeling van de aardbevingsschade in Groningen in een enorme stroomversnelling gekomen. Minister Wiebes is daar terecht trots op. Met het wetsvoorstel Tijdelijke Wet Groningen (TWG) wordt deze commissie omgevormd tot Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Dat is een verdere verbetering, omdat het IMG meer mogelijkheden zal hebben dan de TCMG om alle soorten schade te behandelen.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring